Uitspraak Greenpeace-zaak van Zeerechttribunaal op 22 november

Activisten van Greenpeace protesteren vandaag in Moskou in verband met de Arctic Sunrise. Foto AP/ Alexander Zemlianichenko

Het Internationaal Zeerechttribunaal doet op 22 november uitspraak in de Greenpeace-zaak. Dat hebben de rechters van het tribunaal bekendgemaakt, meldt RTL Nieuws.

NRC-buitenland redacteur Hubert Smeets legt uit wat de belangrijkste punten waren namens Nederland:

“Nederland heeft in het kort geding voor het Zeerechttribunaal vier punten aangedragen. Als eerste het formele punt dat het tribunaal wel juridische grond heeft om te handelen, ondanks dat Rusland niet bij de zaak aanwezig was en de arbitragezaak niet ondersteunt.

Het tweede punt dat Nederland heeft aangedragen is dat Rusland eenzijdig de zogenaamde ‘veiligheidszone’ [zone waarin Rusland openbare orde en veiligheid mag handhaven aan de kust, red.] heeft vergroot van 500 naar 4000 meter en dat is in strijd met het verdrag.

Als derde punt zei Nederland dat Rusland het punt moet laten vallen dat er sprake was van piraterij, het is namelijk overduidelijk dat dit niet zo was. Als laatste noemde Nederland het punt dat er geen sprake kan zijn van vandalisme bij Gazprom, omdat het zeerecht vandalisme niet kent.”

Volgens Smeets is de kans groot dat het eerste - formele - argument in ieder geval steun krijgt van het tribunaal. Voor de rest is het vrij onduidelijk wat er precies gaat gebeuren. Daarvoor zullen we moeten wachten tot 22 november.

Jeroen Akkermans van RTL Nieuws was bij de zitting aanwezig:

Twitter avatar JeroenAkkermans Jeroen Akkermans NL delegatie vraagt Tribunaal om vrijgave vh Greenpeaceschip en vrijlating vd bemanning

René Lefeber, één van de juridische adviseurs van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zei tijdens de zitting dat enteren van het schip onwettig was dus daaropvolgende acties ook:

Rusland enterde schip na actie bij Gazprom

De Arctic Sunrise voerde actie tegen de plannen van Gazprom om in het Noordpoolgebied naar olie te boren. De milieuorganisatie wilde een booreiland van het bedrijf zo lang mogelijk bezetten.

Het schip werd echter geënterd door de Russische kustwacht en naar de haven van Moermansk gesleept.

Rusland klaagde vervolgens alle dertig opvarenden, onder wie twee Nederlanders, aan voor piraterij. Die aanklacht werd later ogenschijnlijk verlaagd van piraterij naar vandalisme, waarop ‘slechts’ maximaal zeven jaar gevangenisstraf staat. Volgens Greenpeace is van een verlaging echter geen sprake en komt de aanklacht voor vandalisme boven op de aanklacht voor piraterij.

Nederland startte een arbitrageprocedure vanwege de kwestie. Rusland leek eerst bereid hieraan te zullen meewerken, maar zag daar later vanaf. Hierop besloot Nederland de zaak voor het Internationaal Zeerechttribunaal te brengen. Uitspraken van het tribunaal zijn normaal gesproken bindend. Maar Rusland heeft gezegd het gezag van het tribunaal niet te erkennen en behoudt zich, met de soevereiniteit van het land als reden, de uitspraak naast zich neer te leggen, vindt het land.

Nederland betwist of dat hier het geval is. Dat voert aan bij het tribunaal dat het ingrijpen van Rusland in strijd is met het zeerecht dat voorschrijft dat toestemming van de ‘vlaggenstaat’ - Nederland dus - moet worden gevraagd voor optreden op een Nederlands schip.