Column

Plastic tasjes

Het nieuws dat Brussel plastic tasjes wil verbannen laat me maar niet los. Dat mentholsigaretten zullen verdwijnen – ach. Dat stofzuigers boven 900 watt straks niet meer mogen – soit. Dat de gloeilamp al illegaal is – pech. Maar pak me mijn plastic tasjes niet af.

Plastic tasjes zijn lichtvoetig, eenvoudig, elegant. Plastic tasjes kunnen ruisen en ritselen als herfstbladeren, zijn kleurrijk als lampionnen. Plastic tasjes zijn verrassend sterk: ze tillen makkelijk duizend keer hun gewicht.

Toch hebben plastic tasjes aangenaam weinig pretentie. Ze zijn niet van Gucci. Ze zijn niet van Samsonite. Ze zijn gewoon gebleven. En steeds hygiënisch, nooit muf of klam zoals jutte of linnen. Plastic tasjes komen altijd van pas. Duizend levens hebben ze. Als fietszadelhoes. Als materiaal voor speelgoedparachutes. Als prullenbakzak. Voor vieze sportspullen.

Neem op reis, naast je paspoort, altijd een plastic tasje mee. Travel light, kies plastic. Was het niet de schrijver Adriaan van Dis die gevaarlijke wijken in durfde met als camouflage zo’n armoedig tasje?

Ieder plastic tasje is een statement. Daarom heeft iedereen thuis wel een kleine collectie. Soms kies je een intellectueel tasje van de Athenaeum-boekwinkel, een andere keer juist de eenvoudige Vomar Voordeeltas. Eén van mijn kostbaarste bezittingen is een plastic tasje dat ik kreeg in de boekwinkel van de bibliotheek van Alexandrië, Egypte. Ik heb het netjes opgevouwen. Ik draag het alleen bij heel speciale gelegenheden.

Pas in 1965 werd het plastic tasje gepatenteerd. Nu verdwijnt het al weer. Wij zijn de eerste en laatste generatie die het tijdperk van plastic tasjes hebben meegemaakt. Plastic tasjes, potscherven van onze tijd.

Zonder plastic tasjes nooit meer geheimzinnige transacties.

Zonder plastic tasjes nooit meer preistronken die eruit steken.

Boze tongen zeggen dat de gemiddelde Nederlander 71 tasjes per jaar gebruikt, en dat die allemaal in het milieu terechtkomen, en dan wegwaaien en afdrijven naar een gigantische, mysterieuze plastic soep ergens in de Grote Oceaan, en dat al dat plastic nooit vergaat.

Als dat waar is, stijgt mijn achting voor plastic tasjes alleen maar, omdat ze kennelijk verre reizen maken en eeuwig leven hebben – wou dat ik dat kon.

Plastic tasjes zweven zo mooi op de wind. Het mooist zweven de vliesdunne hemdtasjes, afkomstig van zo’n rol. Ballonvaarders op wereldreis – er zijn films gemaakt, zoals het poëtische Plastic Bag van Ramin Bahrani, met de stem van Werner Herzog.

Maar het bekendst is natuurlijk die scène in American Beauty: het plastic tasje dat minutenlang in de lucht danst. „Sometimes, there’s so much beauty in the world”, zegt de verteller, en dat je nergens bang voor hoeft te zijn.

O, ondraaglijke lichtheid. O, wegwerpartikel dat nooit vergaat. O, eeuwigheid, o, tijdelijkheid, o, plastic tasjes. Ik hou van deze polyethylenen wonderen; als het kon, zou ik ze strijken.

Maar dit alles verdwijnt nu. Want het milieu. Ik weet ook wel dat het beter is, beter voor de vogels, voor de visjes, voor de hele planeet, maar is het ook goed voor mij?

„Wilt u er een tasje bij?” – zolang het nog kan zeg ik: JA.