Column

Milieuprobleem

Zouden er ook valutahoeren bestaan? De zelfverklaarde ‘Libor-hoer’ die in het onderzoek naar de fraude bij de Rabo uit de e-mailwisseling naar boven kwam, zou zijn (haar?) equivalent kunnen hebben op de valutamarkt. Onderzoek naar dagelijkse ‘fixings’ van valutakoersen is dan ook begonnen. De woede bij het publiek over de kredietcrisis is intussen weer geheel opgelaaid. En terecht. Dat de excuserende topman Piet Moerland vorige week door Lucky TV in een hawaii-hemd voor een tropisch resort werd geplaatst, was van een geniale eenvoud. Het zal Moerland geen recht doen, maar het is wel zoals de burger het voelt. Excuusje, eerste vlucht naar de Bahama’s en laat de anderen de troep maar opruimen.

Wat vonden we ook alweer vlak na de kredietcrisis, toen de beerput van de financiële sector openging? Banken moesten kleiner worden, en eenvoudiger. Niet gebeurd. Handel voor eigen rekening en risico moest worden gescheiden van het bankieren voor het publiek. Niet gebeurd. Alle exotische producten en complexe derivaten moesten voortaan via de beurs worden verhandeld, zodat iedereen de prijsvorming kon zien en bijhouden. Nauwelijks gebeurd.

De machine dendert gewoon door en de vraag rijst of er wel een remedie is. Stel dat je alle banken in vieren deelt. Dan krijg je viermaal zoveel banken, die viermaal zoveel toezicht nodig hebben. Wordt het daar beheersbaarder van of onbeheersbaarder? De vraag: ‘too big to manage?’ zou dus niet alleen moeten worden toegepast op individuele instellingen, maar op de sector als geheel.

In verband met de Chinese economie is wel geopperd dat deze zó vervuilend is, dat de milieuschade zou moeten worden afgetrokken van de officiële groeicijfers. Want als elke 1 procent groei van het bruto binnenlands product een milieuschade oplevert ter waarde van 1 procent van dat bbp, mag dan nog wel worden gesproken van welvaartstoename?

Vergelijk vervolgens de financiële sector met een enorm milieuvervuilende industrietak die onderhand evenveel maatschappelijke schade berokkent als dat zij welvaart creëert voor haar deelnemers. De inkomsten zijn er zo groot, dat niemand in die industrie zelf erover piekert ermee te stoppen. Dat is rationeel gedrag. Ga er vervolgens van uit dat deze industrietak over zo veel geld en invloed beschikt dat zij wet- en regelgeving kan afzwakken of dwarsbomen. Inderdaad: als de winst alleen haar blijft toevallen, en het opruimen van de schade voor rekening blijft voor de samenleving, dan is ook dat rationeel gedrag.

Het kan veranderen. In de jaren zestig en zeventig begon de bewustwording over milieuvervuiling, en die mondde daarna uit in schonere productie en gereguleerde afvalverwerking. Dit suggereert dat alleen voortdurende maatschappelijke druk de financiële sector in een waardevolle en bescheidener rol kan drukken.

Staan we aan de vooravond van zo’n verandering? Tja. In het Verenigd Koninkrijk is een discussie uitgebroken over een speech van de nieuwe topman van de centrale bank, de Bank of England. De Canadees Mark Carney juichte in die toespraak toe dat het balanstotaal van banken in Londen nu viermaal het bruto binnenlands product was, tegen 0,4 maal honderd jaar geleden. In 2050 zou het weleens negenmaal kunnen zijn, zei Carney. Hij verwelkomt die ontwikkeling, hoewel, zo gaf hij toe, „sommigen met afgrijzen op dit vooruitzicht zullen reageren”. Een van die sommigen schreef deze column.