Nederland hield pleidooi voor Zeerechttribunaal. ‘Enteren Arctic Sunrise was onwettig’.

Voor het Internationaal Zeerechttribunaal in Hamburg dient vandaag de zaak die Nederland heeft aangespannen tegen Rusland in de hoop het Greenpeace-schip Arctic Sunrise en zijn bemanning vrij te krijgen. Hoe zat het ook alweer?

Voor het Internationaal Zeerechttribunaal in Hamburg diende vandaag de zaak die Nederland heeft aangespannen tegen Rusland in de hoop het Greenpeace-schip Arctic Sunrise en zijn bemanning vrij te krijgen. Op 22 november volgt de uitspraak.

De dertig bemanningsleden van het schip zijn onterecht opgepakt door de Russen, zo betoogden de juridisch adviseurs die namens het ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens de zitting spraken.

Jurist René Lafeber zei dat, omdat het enteren van het schip onwettig was, de daaropvolgende acties dat ook waren:

Ook zei hij dat de piraterijaanklacht niet hard te maken is:

Een jurist van Greenpeace verklaarde dat de bemanning geen internationale regels heeft overtreden. Daar zijn bewijzen voor, maar de Russen hebben geluidsopnames en het logboek in handen. Mogelijk bestaat het bewijs niet meer.

Hoe zat het ook alweer?

De Arctic Sunrise voerde actie tegen de plannen van Gazprom om in het Noordpoolgebied naar olie te boren. De milieuorganisatie wilde een booreiland van het bedrijf zo lang mogelijk bezetten.

Het schip werd echter geënterd door de Russische kustwacht en naar de haven van Moermansk gesleept.

Rusland klaagde vervolgens alle dertig opvarenden, onder wie twee Nederlanders, aan voor piraterij. Die aanklacht werd later ogenschijnlijk verlaagd van piraterij naar vandalisme, waarop ‘slechts’ maximaal zeven jaar gevangenisstraf staat. Volgens Greenpeace is van een verlaging echter geen sprake en komt de aanklacht voor vandalisme boven op de aanklacht voor piraterij.

Protest van Greenpeace voorafgaand aan zitting:

Nederland startte een arbitrageprocedure vanwege de kwestie. Rusland leek eerst bereid hieraan te zullen meewerken, maar zag daar later van af. Hierop besloot Nederland de zaak voor het Internationaal Zeerechttribunaal te brengen. Uitspraken van het tribunaal zijn normaal gesproken bindend. Maar Rusland heeft gezegd het gezag van het tribunaal niet te erkennen en behoudt zich, met de soevereiniteit van het land als reden, het recht voor de uitspraak naast zich neer te leggen, vindt het land.

Nederland betwist of dat hier het geval is. Dat voert aan dat het ingrijpen van Rusland in strijd is met het zeerecht dat voorschrijft dat toestemming van de ‘vlaggenstaat’ - Nederland dus - moet worden gevraagd voor optreden op een Nederlands schip.