Kritiek op verliesgevend Sotheby’s

De resultaten van veilinghuis Sotheby's zijn slechter dan die van concurrent Christie's. Waar Christie's de winst zag stijgen, daalde die van Sotheby's vorig jaar met 37 procent. De belangrijkste aandeelhouder, Daniel S. Loeb, heeft de aanval op de leiding ingezet. Hij verwijt het huis te dure etentjes.

In aanloop naar de komende grote najaarsveilingen voelt het management van Sotheby’s de hete adem van enkele machtige aandeelhouders. Een van hen, Daniel Loeb, heeft een brief geschreven aan de CEO van Sotheby’s, William R. Ruprecht, waarin hij hem zelfs vraagt per direct af te treden. Zelf wil hij graag toetreden tot de raad van bestuur.

Loeb, die zijn belang in Sotheby’s heeft uitgebreid van 5,7 procent naar 9,3 procent, bekritiseerde openlijk „het genereuze compensatiepakket” van Ruprecht in 2012 (6,3 miljoen dollar) – vooral in relatie tot het belang dat de CEO heeft in het huis: 0,22 procent. Ook schreef Loeb over „gebrek aan leiderschap”, „gemiste kansen door slaperig bestuur”, „gedemoraliseerde medewerkers” en „eilandjescultuur”.

Insiders in de kunstmarkt zagen de ophef al aankomen. Het beursgenoteerde Sotheby’s doet het al enkele jaren minder goed dan Christie’s, waarvan de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn. Afgelopen jaar daalde de winst van Sotheby’s met 37 procent tot 84,7 miljoen euro. De omzet daalde met 10 procent, tot bijna 3 miljard euro. In augustus meldde Sotheby’s opnieuw een neergang van 7 procent van de netto winst. Het marktaandeel van Christie’s blijft groeien.

En dus gingen de aandeelhouders van Sotheby’s morren, onder leiding van de belangrijkste aandeelhouder, Daniel Loeb. Loeb en zijn investeringsfonds Third Point staan bekend als ‘activistisch’. Dat wil zeggen dat hij zich openlijk en vrij driftig bemoeit met de koers van het bedrijf waarin hij een belang heeft.

Sotheby’s heeft het geweten. Directie én werknemers hebben Loebs kritiek in brieven en de krant mogen lezen. Het veilinghuis, schreef Loeb, is „als een schilderij van een oude meester die schreeuwt om een goede restauratie”. En voor die restauratie moet het veilinghuis „eerst de goede technici vinden”.

Met de verklaring van het management die daarop volgde, nam Loeb geen genoegen. Hij hekelde het ontbreken van een goede internetstrategie en ergerde zich vooral aan de „extravagante lunches en diners” van de leiding. Ze hadden gefeest in een beroemd restaurant in New York en waren zich aldaar te buiten gegaan aan „biologische lekkernijen” en exclusieve wijnen. En dat voor „honderdduizenden dollars, op kosten van de aandeelhouder.”

Sotheby’s noemde de beweringen van Loeb „ophitsend en ongegrond”. Tegelijk realiseert de leiding zich, zo blijkt uit de aard van hun verklaringen, dat er wel degelijk iets moet gebeuren in de strijd met Christie’s.

Die strijd verplaatst zich momenteel vooral naar de ‘private sales’ ofwel: directe verkoop in plaats van een veiling. Dat werk werd traditioneel door kunsthandelaren verricht.

Eén van de belangrijkste wapenfeiten van Sotheby’s in deze strijd is het aantrekken van een Nederlander, Nanne Dekking. De afgelopen jaren bekleedde Dekking de hoogste positie die bij het gerenommeerde handelshuis Wildenstein is weggelegd voor iemand van buiten de familie Wildenstein. Hij is door Sotheby’s aangetrokken om zijn kennis van de markt en zijn contacten. Dekking wijst erop dat iets meer dan de helft van alle kunsthandel op dit moment buiten de veiling om gaat. „Sotheby’s haalt 23 procent aan inkomsten uit private sales. Niet zo gek dat beide veilinghuizen daar de groei verwachten. Sotheby’s is een multi-channel business geworden”.

Het is de vraag of Loeb de getroffen maatregelen afdoend vindt. Momenteel is hij stil: eerst wachten op de resultaten van de najaarsveiling.