Kleine schaduw over eeuwfeest van het Damrak

Precies honderd jaar geleden verhuisde de Amsterdamse effectenbeurs naar Beursplein 5. Maar het is een eeuwfeest met een bijsmaak, want moederbedrijf NYSE Euronext heeft nieuwe plannen – zónder Amsterdam.

Foto’s ANP, Spaarnestad, Hollandse Hoogte

Feeststemming op de Amsterdamse beurs. Het is exact honderd jaar geleden dat de effectenbeurs verhuisde naar Beursplein 5. Kosten noch moeite worden gespaard voor de festiviteiten. Maar met de mogelijke fusie tussen het moederbedrijf van de Amsterdamse beurs, NYSE Euronext, en de grondstoffenbeurs van Atlanta, InternationalContinental Exchange (ICE), hangt er een schaduw over het feest.

Misschien komt de Amsterdamse beurs sinds lang weer op eigen benen te staan. De ICE heeft vooral belangstelling voor de Amerikaanse poot van NYSE Euronext, omdat daar Wall Street bijzit. ICE wil daar 6,1 miljard euro voor neertellen. Van de continentale Europese tak wil ICE af. Voor de Amsterdamse beurs betekent dit het einde van lang proces van schaalvergroting en daarom vrezen analisten dat een mogelijke opsplitsing de Europese beurzen minder aantrekkelijk zal maken.

De eerste grote fusie had in 1996 plaats, toen de Amsterdamse optiebeurs en effectenbeurs samensmolten. Een eenvoudig proces was dat niet. Er bestond een groot cultuurverschil tussen beide beurzen. De effectenbeurs was de thuishaven voor de ‘gevestigde’ handelaren, terwijl de handelaren op de optiebeurs omschreven werden als ‘de vrije jongens’ of ‘straatvechters’. Toen uiteindelijk alle plooien waren gladgestreken, kreeg deze ook een naam: de AEX, Amsterdam Exchange.

Rond de eeuwwisseling begonnen de AEX en andere Europese beursen elkaar te besnuffelen. Dat mondde uit in een Europese samenwerking. Samen met de beurzen van Parijs en Brussel ging de AEX op in Euronext. Dat waren de hoogtijdagen van de AEX. Net voor de fusie op 5 september 2000 steeg de AEX tot een record van 703 punten. Niet veel later spatte de internetzeepbel uiteen en viel de graadmeter diep.

Toch werd de fusie destijds door analisten positief onthaald. De grote troef was dat de internationalisering een schaalvergroting met zich meebracht. De beurs van Lissabon voegde zich nog geen jaar later ook in het gelid van Euronext. In 2002 nam Euronext het Britse LIFFE over, een Londense internetbeurs in de handel in opties en futures (termijncontracten).

Euronext werd in 2006 zelf de inzet van een overnamestrijd tussen het Amerikaanse NSYE, de eigenaar van ‘Wall Street’, en het Duitse beursbedrijf Deutsche Börse. De winst was twee jaar later voor de Amerikanen en het gloednieuwe NYSE Euronext was geboren.

AEX is een te kleine speler

Deutsche Börse gaf niet zo maar op en deed in 2011 opnieuw een bod op Euronext, van ruim 6,7 miljard euro. En niet veel later deden ook de Amerikaanse internetbeurs Nasdaq en ICE een nog hoger bod, van ongeveer 8 miljard euro.

Voormalig voorzitter van Amsterdamse beurs, Boudewijn van Ittersum, riep destijds op de eigenheid van het Damrak te beschermen. Maar critici weerlegden deze oproep: de aantrekkingskracht van de AEX was te gering was om als kleine speler alleen verder te gaan. Tijdens de eerste drie jaar van NYSE Euronext maakten maar dertien bedrijven hun beursgang in Amsterdam, van de in totaal 209 bedrijven die bij het Europese deel van het bedrijf naar de beurs gingen.

Maar het beoogde huwelijk tussen Deutsche Börse en NYSE Euronext werd door de Europese toezichthouder verboden, omdat er dan een bijna-monopolie zou ontstaan. Hetzelfde gold voor het Amerikaanse bod. Ook daar blaffen de beurswaakhonden. Afgelopen vrijdag meldden NYSE Euronext en ICE dat de afronding van de overname voor onbepaalde tijd is uitgesteld, omdat de Europese toezichthouders hun fiat voor de fusie nog niet hebben gegeven.

Mocht de deal tussen NYSE Euronext en ICE rondkomen dan kan het, gemeten in beurswaarde, het grootste beursbedrijf ter wereld worden met een geschatte waarde van een kleine 19 miljard euro. De huidige nummer 1 is de Chicago Mercantile Exchange, dat op dit moment omgerekend 18,2 miljard euro waard is.

ICE heeft aangekondigd enkel LIFFE te behouden en de beurzen van Parijs, Brussel, Lissabon en Amsterdam in de etalage te zetten, omdat ze te klein zijn. Analisten houden rekening met twee mogelijkheden. In het eerste scenario vormen de overgebleven banken een nieuw beursbedrijf. In het andere geval koopt een van de andere grote beursbedrijven ze op. Zolang ICE nog geen definitieve beslissing bekend heeft gemaakt, blijft de toekomst voor het jarige Damrak onzeker.