Ik heb de zwarte band Ze zien mij als de arts Ik loop vaak door braaksel in de cel Ik verkoop sleepboten Die blote benen doen me niets

Birgit van Beurden (33), werkt bij een bijzondere recherche-eenheid.

Hoort vaak: „Ik dacht dat je bij Douglas werkte.”

„Ik houd van mooie jurkjes, hakken en er verzorgd uitzien. Daarom denken mensen al snel dat ik in de uiterlijke verzorging werk, of in een winkel zoals Douglas. Als ik dan vertel dat ik al acht jaar bij een geheime eenheid van de recherche zit, kunnen ze het haast niet geloven.

„Maar mijn verzorgde uiterlijk is ook juist mijn kracht. Het werkt deëscalerend. Soms moet ik de deur van een woning met een ram inslaan. Als ik dan vervolgens binnenstap, werkt dat als een soort shockmomentje. Ik maak er handig gebruik van, al loop ik dan natuurlijk gewoon in uniform en niet op hakken. Bij verhoren krijg ik ook veel los, zowel bij mannen als bij vrouwen.

„Ik heb jarenlang aan vechtsport gedaan, bezit de zwarte band bij karate. Ik ben niet bang aangelegd, maar mijn karakter is wel heel zacht. Echt gevaarlijk vind ik mijn werk niet, zolang je goed op je team kunt vertrouwen is er niets aan de hand. Ik heb vroeger altijd al veel gesport, wilde daarom graag bij de politie werken. Ik houd van actie, van beweging. Ik blijf nu ook heel intensief trainen, ook al hoeft dat niet per se.”

Andrew Muggleton (40), leerling-verpleegkundige

Hoort vaak: „O, ik dacht dat je de dokter was!”

„Ik werk nu op de cardioafdeling als leerling-verpleegkundige. Als we een rondje maken met de studenten en een begeleider, draait de patiënt zich vaak aan het eind van de uitleg naar mij toe. ‘En dokter, wat denkt u ervan?’ Ook als ik op het schoolplein vertel dat ik in een ziekenhuis werk denken ze gelijk dat ik de arts ben.

„Ik snap wel dat ze het denken, de jas van een dokter en een verpleegkundige lijkt erg op elkaar. En zo veel mannelijke verpleegkundigen zijn er ook weer niet. Daarbij ben ik wat ouder dan de gemiddelde leerling-verpleegkundige, ik heb al wat grijzig haar. Maar toch, oudere, vrouwelijke verpleegkundigen worden niet met arts aangesproken.

„Ik heb er wel aan gedacht arts te worden, maar ik heb drie kinderen en de opleiding duurt lang. Ik heb eerst jaren gewerkt als meubelmaker, ik ben ingenieur van oorsprong. Na een korte midlifecrisis wilde ik een baan hebben waarmee ik iets teruggeef aan de maatschappij.”

Angela Carper (33), forensisch arts bij de GGD Amsterdam

Hoort vaak: „Durf jij met dode mensen te werken?”

„Al sinds mijn jeugd ben ik geïntrigeerd door misdaad. Mijn boekenkast stond al vol met lugubere boeken over moordzaken. Ik wil weten wat er omgaat in mensen die misdrijven plegen. Wat voor mensen zijn dit? Wat motiveert ze?

„Ik weet nooit van tevoren hoe mijn werkdag eruit ziet. Maar het is heus niet alleen met dode mensen, wat veel mensen denken door televisieprogramma’s. Soms onderzoek ik iemand die gearresteerd is, of ben ik betrokken bij onderzoek naar een zedenzaak. Maar als ergens een lijk wordt gevonden kom ik ook. Vaak draag ik dan een mondkapje, overleden mensen gaan uiteindelijk als compost ruiken.

„Je komt met dit werk veel in aanraking met lichaamssappen. In politiecellen loop ik vaak door braaksel en urine, soms spugen verdachten me expres onder. Daar moet je tegen kunnen. Er zijn er genoeg die zeggen dat ze dat niet willen. De drempel is ook wel hoog om verhalen over mijn werk te vertellen, ik kan dat niet bij iedereen kwijt. Behalve bij collega’s, die maken dezelfde dingen mee.”

Hadewych Reintsema (32), verkoopt schepen voor Damen Shipyards

Hoort vaak: „Dat zie je niet vaak, een vrouw in zo’n mannenwereld.”

„Laatst was ik gevraagd om voor de bedrijvendag ‘techniek op hakken’ een presentatie te geven over mijn werk. Stond ik opeens voor een grote groep technisch geïnteresseerde vrouwen, die echt inhoudelijke vragen stelden over mijn werk. Terwijl de meeste vrouwen normaal op een feestje al snel afhaken als ik over mijn werk begin.

„Ik verkoop werkschepen, zoals sleepboten en baggerschepen. Het is een echte mannenwereld, van de 45 verkopers ben ik de enige vrouw. Ik merk daar zelf weinig van, vooral anderen merken het op. Ik ken het alternatief ook niet, ik was tijdens mijn studie civiele techniek ook al het enige meisje in de klas. Ik hoor weleens dat vrouwen op de werkvloer wat meer roddelen.

„Mannen zijn misschien wat directer, maar dat vind ik wel fijn, dan weet je waar je aan toe bent. Ik reis veel voor mijn baan en dan merk ik wel dat Nederland best conservatief is; mensen zijn vrouwen in de technische sector nog niet zo gewend. Heel anders dan in Spanje en Frankrijk bijvoorbeeld. Echte voordelen haal ik niet uit het feit dat ik vrouw ben. Dat is ook wel goed, ik wil dat ze mij beoordelen op wat ik kan en weet.”

Steven Sanches (boven de 40), schoonheidsspecialist

Hoort vaak: „Goh, gaat een man harsen?”

„‘Stevie de Harskoning’ noemen ze me. Veel klanten zijn meisjes van de Utrechtse studentenverenigingen. Ik heb het altijd druk met waxen, zeker wanneer er feestjes zijn. Ze komen zelfs terug wanneer ze al zijn afgestudeerd.

„Ik doe meer: ik geef ook schoonheidsbehandelingen en massages. Daarom ben ik ook het vak ingegaan: de medische kant trok me. Ik besef dat het vrij uniek is als je dit als man doet. Zodra iemand een afspraak boekt horen ze aan mijn naam al wel dat ik een man ben. Krijgen ze het dan aan hun hart, moeten ze het niet doen. Soms neem ik van een zieke collega wel klanten over, dan zie je ze ook wel even twijfelen. Maar ik wil graag dat ze me beoordelen op wat ik voor ze doe, niet op mijn man zijn.

„Ik ben hetero. Maar geloof me, het harsen doet me helemaal niets. Het is namelijk mijn werk en niet meer dan dat. En anders zouden de vrouwen ook niet bij mij terug blijven komen.”