Hopen op wonder in droevige glamour

Hij was afgelopen zomer nog een van de successen van het grote Fellini-retrospectief in het Amsterdamse EYE: La dolce vita. En die eeuwige film over Rome leeft voort in wat volgens velen de winnaar van het Filmfestival Cannes had moeten zijn eerder dit jaar: La grande bellezza, de vierde film die de Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino, na onder andere Conseguenze dell’amore en Il divo, met zijn vaste acteur Toni Servillo maakte.

In La grande bellezza is Servillo Jep Gambardella, een cynische kunstjournalist en societykoning die zijn hele leven al teert op het succes van zijn jeugdroman, L’apparato umano. En nu is Jep 65 en overdenkt hij zijn leven. En morgen gaat hij met zijn grote roman beginnen. La grande bellezza is die roman. Hij leeft hem.

De film zwiert en zweeft. Buitelt en duikelt. Van het ene beeld naar het andere. Elegant. Glamoureus. Alleen al de introductie van de hoofdpersoon, een flink eindje in de film, op zijn eigen apocalyptische jetsetfeest is van een joyeuze visuele geëxalteerdheid waar nog maar weinig filmmakers zich aan durven te wagen. Dit is niet alleen Fellini. Dit is Fellini via Almódovar, de Spaanse regisseur die de Fellineske theatraliteit tot camp transformeerde.

En verder gaat het weer. Door de stad, door het nachtleven, langs de kunstgeschiedenis en de cinema. Hij buitelt van referenties. En niet alleen aan Fellini, maar bijvoorbeeld ook aan Proust, aan wie de film zijn motto ‘Onze reis is geheel ingebeeld. Dat is z’n kracht’ ontleent. Het is filmische ‘stream of consciousness’ op z’n best. Want als je aan het einde het gevoel hebt met Jep op de laatste bladzijde van zijn imaginaire roman te zijn aanbeland, dan heb je in de voetsporen van een hedendaagse Leopold Bloom door Rome gewandeld zoals nooit tevoren.

Studie van melancholie

La grande bellezza is een film over alles en nog meer, en zeker niet verstoken van cultuurpessimisme. Maar het is onder alle decadentie en vervreemding ook een prachtige studie van melancholie en het doorlopende verlies van de onschuld die het leven heet.

Ergens halverwege zijn dwaaltocht ontmoet Jep zijn oude vriend Antonio, een bejaarde circusartiest die oefent op zijn meestertruc: het laten verdwijnen van een giraffe. Jep vraagt Antonio of hij hém niet wil laten verdwijnen en Antonio lacht: ,,Maar Jep, denk je nou echt dat als ik dat kon, ik hier op mijn leeftijd nog stond? Het is een truc.”

Maar dan gebeurt er toch nog iets mysterieus. Dat is waar La grande bellezza ook over gaat, dat steeds maar weer hopen op een wonder, dat steeds weer willen geloven dat de grote schoonheid bestaat. En steeds weer teleurgesteld worden. De onschuld verliezen.

Jep ligt op zijn bed en staart naar zijn plafond waar de zee van zijn jeugd golft. Dat is het moment waarop mensen hun verwachtingen bijstellen en doorgaan. Leren leven. De pijn om zo te leven, om met die andere Italiaanse schrijver, Pirandello, te spreken. Het is een truc, maar het is magnifiek.