Dylan heeft recht op recensieloos bestaan

Laat oude zangers als Bob Dylan en Neil Young toch hun gang gaan, schrijft Harm Peter Smilde.

Eind oktober was Bob Dylan weer in Nederland voor twee concerten. Veel dagbladen en digitale media plaatsten recensies. Maar zo langzamerhand vraag ik me af: wat is eigenlijk het nut en de nieuwswaarde van recensies van dit soort concerten?

Het is opvallend dat de laatste tien tot vijftien jaar de recensies van Dylan-concerten erg op elkaar lijken. Een kleine bloemlezing: ‘Wisselvallige, aftandse Dylan’ (Volkskrant, 1996), ‘Krakkemikkige zang, harkerige danspassen’ (Volkskrant, 1998), ‘Rauwe zang, geen act behalve wijdbeens staan’ (NRC, 1998), ‘Die stem, ach, die kraakt en die krast’ (AD, 1998), ‘Een schorre raaf van 60’ (Volkskrant, 2000), ‘Met zijn geteisterde stembanden schraapte hij er droog op los’ (NRC, 2002), ‘Stramme elf, raspende zangstem’ (NRC, 2003). En wat lezen we tien jaar later? ‘Stem van Bob Dylan is karaktervol, maar klinkt als een pruttelende kapotte uitlaat’ (NRC), ‘Mompelend, in zichzelf gekeerd, brommende, pruttelende stem’ (NU.nl), ‘Hij knarst, hij piept, hij murmelt’ (Parool) en ‘Ja, Dylan krast en kraait. Hij […] spuugt zijn zinnen uit alsof hij ze tot één woord samenperst’ (Trouw). Het stramien is hetzelfde: hij is oud, maar maakt nog steeds muziek – zijn stem is niet meer als vroeger – oude liedjes zijn soms onherkenbaar – hij zegt geen hallo of dag – het was weer een goed/slecht/middelmatig/intrigerend optreden (doorhalen wat niet van toepassing is). Het zou interessant zijn onderzoek te doen naar formuleringen en opbouw van de Dylan-concertrecensies in de laatste vijftien jaar. Daarmee suggereer ik niet dat muziekrecensenten elkaar overschrijven. Eerder raad ik ze aan dit te doen. Dat scheelt veel tijd.

Maar het is misschien beter om helemaal te stoppen met recensies van Dylan-optredens. Een krant of digitaal nieuwsmedium beoordeelt te plaatsen artikelen op nieuwswaarde. Die is bij dit soort bijna gelijkluidende recensies ver te zoeken. Dylan wordt alleen maar ouder, zijn stem gaat er niet op vooruit en zijn bewegingen worden strammer. Ja, als hij gekleed in een glitterpakje zingt als een nachtegaal en tussendoor glimlachend snedige opmerkingen de zaal in slingert, dán is het nieuws. Dat mag in de krant. Maar met dit soort inwisselbare recensies vol oud nieuws is niemand gediend. De ouwe rot Dylan heeft recht op een recensieloos bestaan. Wat mij betreft geldt dat ook voor andere artiesten van boven de pensioengerechtigde leeftijd. Laat die gelauwerde artiesten met rust. Laat Leonard Cohen zijn poëzie brommen. Laat Neil Young met vervormde gitaar zijn gang gaan. Laat Paul McCartney tot het einde van zijn levensdagen Live and let die zingen. Geen lezer zal de recensies van deze krasse knarren missen. Besteed de ruimte liever aan informatieve recensies van jonge, veelbelovende bands. Daar hebben muziekliefhebbers meer aan. En die artiesten moeten er nog van groeien.

Harm Peter Smilde is neerlandicus en aandachtig Dylan-volger.