De doodstraf leeft als nooit tevoren

Er vonden in Bangladesh de afgelopen jaren amper executies plaats De doodstraf als vonnis leidde er een kwijnend bestaan Dit jaar staat het aantal op bijna 160, vooral voor muitende militairen en extremisten

Een van de militairen gisteren bij het gerechtsgebouw voordat de rechter 152 van hen veroordeelde tot de doodstraf wegens muiterij in 2009. Foto Reuters

Redacteur Azië

Zelfs de Bengalen moesten even slikken toen een rechtbank in Dhaka de straffen bekendmaakte voor de daders van een bloedige muiterij in 2009: 152 aangeklaagden kregen de doodstraf. Dat zijn er wel heel veel tegelijk in een land waar vorig jaar slechts één moordenaar daadwerkelijk werd opgehangen.

Rechter Mohammed Akhtaruzzaman vond de straffen echter gepast, omdat de muiters zelf op wrede wijze 74 militairen, onder wie 57 officieren, hadden gedood. Sommigen van hen waren vreselijk toegetakeld of in mootjes gehakt, anderen werden levend verbrand.

De doodstraf maakt dit jaar een dramatische comeback in Bangladesh, op een schaal die weinigen hadden kunnen voorzien. Het begon al met het speciale tribunaal dat misdaden berecht uit de bloedige onafhankelijkheidsoorlog tegen Pakistan in 1971. Dat heeft dit jaar tot dusverre vijf keer een doodstraf uitgedeeld, hoofdzakelijk tegen leden van de fundamentalistische partij Jamaat-e-Islami, die destijds juist Pakistan steunde. Geen van de vonnissen is overigens nog voltrokken.

Interessant was de zaak van Abdul Qader Mollah, die aanvankelijk ‘slechts’ levenslang had gekregen van het tribunaal wegens moord, verkrachting en marteling. Daarop gingen duizenden Bengalen, ook tamelijk liberaal ingestelde burgers, in Dhaka en elders de straat op om alsnog de doodstraf voor hem te eisen. Volgens hen was het een belediging voor de slachtoffers en hun nabestaanden om Qader Mollah, die geen enkel berouw toonde, in leven te laten. In hoger beroep gaf het Hooggerechtshof hem in september alsnog de doodstraf.

De muiters, die gisteren hun straf hoorden, waren op 25 februari 2009 in opstand gekomen. Ze behoorden tot de Bangladesh Rifles, een eenheid die is belast met de grensbewaking. Hun geduld was op nadat hun verzoeken om een betere beloning en betere arbeidsvoorwaarden keer op keer waren afgewezen. Het duurde ruim een dag voor de muiterij onder controle was.

Hun oproer kwam op een gevoelig moment, kort na het aantreden van de huidige premier Sheikh Hasina. Die herinnerde zich nog goed hoe haar vader, Sheikh Mujibur Rahman, de stichter van Bangladesh, en het grootste deel van haar familie door opstandige militairen was doodgeschoten. Het machtige leger is altijd een onzekere factor geweest voor de burgerpolitici. Sinds de onafhankelijkheid in 1971 zijn er ten minste 21 militaire opstanden geweest in het land. Twee keer wisten de muiters de regering daadwerkelijk uit het zadel te wippen.

Tot grote verontwaardiging van de generaals had Sheikh Hasina de daders in 2009 aanvankelijk amnestie in het vooruitzicht gesteld. Maar toen bleek dat de lichamen van de slachtoffers ernstig waren verminkt en in riolen en massagraven waren gegooid, keerde ze op haar schreden. Er volgde alsnog een massaproces.

In totaal moesten 801 militairen en 23 burgers zich verantwoorden op verdenking van medeplichtigheid aan de muiterij. Gisteren kregen nog eens 161 andere militairen levenslang, terwijl 256 anderen lichtere gevangenisstraffen kregen. De overigen werden vrijgesproken. De veroordeelden kunnen nog in beroep gaan.

Het proces kreeg zeer felle kritiek van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Ze wees erop dat veel van de bekentenissen niet vrijwillig maar na marteling waren verkregen. Volgens de organisatie haalden 47 verdachten niet eens de dag van de uitspraak: ze overleefden hun voorlopige hechtenis niet.