Apple íets minder welkom in Dublin

Ierland dicht een maas in de belastingwetten, ‘staatloze’ bedrijven krijgen het lastiger

Ierland is nu nog aantrekkelijk voor multinationals zoals Google, rechts in de toren. Foto Bloomberg

De Ieren willen „deel zijn van de oplossing voor wereldwijde belastinguitdagingen, niet deel van het probleem, laat me daar heel duidelijk over zijn”. Minister van Financiën Michael Noonan dicht een maas in de Ierse belastingwet: ‘staatloze’ bedrijven zijn vanaf 2015 niet langer welkom.

Het is de Ierse reactie op internationale druk belastingontwijking tegen te gaan. Daarbij wordt vaak naar Ierland gewezen.

Dankzij de zogenoemde Double Irish-constructie kunnen multinationals hun belastinguitgaven beperken, door bijvoorbeeld nergens vennootschapsbelasting te betalen. Reden voor Amerikaanse Senatoren Ierland te bestempelen tot belastingparadijs, en voor Britse Lagerhuisleden die bedrijven te bestempelen als „sluw, berekenend en onethisch”.

De lage Ierse vennootschapsbelasting van 12,5 procent is voor verschillende landen in Europa al langer een probleem, zeker sinds Ierland in 2010 financiële noodhulp (67,5 miljard euro) kreeg. De Europees commissaris voor Mededinging, Joaquín Almunia, wil nagaan of dergelijke fiscale voordelen niet in strijd zijn met Europese afspraken over eerlijke concurrentie.

Minister Noonan zei stellig dat hij „honderd procent” achter de lage Ierse vennootschapsbelasting staat. En aan de Double Irish-constructie wordt ook niet getornd. Want het gunstige fiscale beleid heeft duizenden multinationals, vooral in de informatietechnologie en IT en de farmacie, gelokt. Van de Ierse export komt 67 procent van bedrijven als techbedrijven Microsoft, Twitter, Facebook en Google en farmaceuten zoals Sanofi en GlaxoSmithKline.

Dat heeft heus niet alleen met het belastingklimaat te maken, zegt Brendan McDonagh, directeur van het Investment and Development Agency (IDA), dat buitenlandse investeerders moet trekken. Zeker de laatste jaren kan Ierland weer concurreren op lonen en zijn de huren gedaald. McDonagh: „Bedrijven zoeken naar een goede locatie, waar collega’s al zijn, en talent dat het bedrijf verder kan helpen. Als die elementen kloppen, dan kijken ze ook naar de fiscale voordelen.”

Het is de mantra van de Ierse regering: de vier T’s: tax (belasting), talent, technologie en track record (bewezen prestaties). „We zijn de brug naar Europa, onze werknemers weten wat bedrijven zoeken, en we hebben geïnvesteerd in onderwijs dat aansluit bij de vraag”, zei premier Enda Kenny vorige week. Hij wil nog meer buitenlandse hightechbedrijven aantrekken.

Zorgelijk, vindt Jim Stewart, hoogleraar belastingrecht aan Trinity University in Dublin. „Het probleem met die strategie is dat dergelijke bedrijven niet geworteld zijn in Ierland. Ze hebben alleen een kantoor en een internetverbinding nodig. Bij een verandering van het belastingbeleid zijn ze zo weg.”

Stewart gelooft niet in de vier T’s: „Talent? Ieren zijn notoir slecht in talen. Dat talent wordt, net als computertalent, uit andere landen gehaald.” Volgens hem laten multinationals zich louter door de T van tax leiden. Ierland heeft nu eenmaal „de kenmerken van een belastingparadijs”, zegt hij.

Gevolg is dat het aantal belastingbetalers klein is: „Dat is een wereldwijd probleem, niet alleen een Iers. Alle landen, zeker in de eurozone, worstelen met een tekort aan belastinginkomsten om daarmee een fatsoenlijk onderwijs- en gezondheidsstelsel te kunnen bekostigen.”

Stewart pleit voor een internationale aanpak. Steeds meer bedrijven doen louter online zaken, kunnen daardoor makkelijker belasting ontwijken. Het weigeren van staatloze bedrijven verandert daar niets aan, meent hij. „Het dichten van die maas in de wet doet niets tegen constructies als de Double Irish.”

Ook McDonagh van het IDA verwacht niet dat de nieuwe wet veel uithaalt. „Het laat zien dat Ierland bereidwillig is.” Maar: „Er zijn maar weinig bedrijven die dit zal raken.” De Ieren willen nog niet verder gaan, zei premier Kenny: „Vanuit Iers oogpunt willen we natuurlijk dat de enige belasting die bedrijven betalen hier binnenkomt. Maar een digitale tijd vraagt om een internationaal antwoord.”