Amerikanen kenden roofkunstschat

In 1945 heeft het Amerikaanse leger een deel van de collectie van Hildebrand Gurlitt in beslaggenomen. Dat blijkt uit een lijst in het National Archive in Washington. Later is bijna alles teruggeven.

Deze week werd bekend dat de Duitse politie begin vorig jaar een schat aan kunst aantrof in het appartement van de bejaarde zoon van Gurlitt in München. Die kunst is vermoedelijk voor een groot deel afkomstig uit joods bezit. De politie wil voor het onderzoek is afgerond geen inventaris publiceren van de 1.408 werken. Dit tot onvrede van nabestaanden die op zoek zijn naar geroofde kunst.

Onderzoekers van het Amerikaanse Holocaust Art Restitution Project hebben gisteren een lijst gepresenteerd met ruim honderd kunstwerken uit de privéverzameling van Hildebrand Gurlitt. Die lijst is in 1945 opgesteld door de geallieerden, die direct na de tweede wereldoorlog de werken in beslag namen. De administratie die de geallieerden voerden in het ‘Collection Point’ in Wiesbaden bestaat nog en kan joodse erfgenamen helpen bij het identificeren van werken die door de nazi’s zijn geroofd, of die voorouders onder druk moesten verkopen. Enkele van de werken die de politie gisteren toonde, blijken op de lijst van de geallieerden te staan.

Het leger heeft de kunst in 1950 teruggegeven. Op twee beelden na. Toen een joodse erfgenaam naar één van de werken vroeg in de jaren zestig, vertelde Gulritts weduwe Helene dat de collectie in vlammen was opgegaan bij het bombardement op Dresden. In werkelijkheid lieten zij en haar inmiddels tachtigjarige zoon Cornelius af en toe een werk veilen of verkopen.