Zwitsers genoemd in spel om goud uit Congo

Een Zwitsers bedrijf wordt verdacht van handel in goud dat werd geplunderd door Congolese rebellen.

Deze week moesten opnieuw Congolezen vluchten voor gevechten tussen het leger en rebellen in Oost-Congo. Foto AFP

De politie in Zwitserland is een onderzoek begonnen naar mogelijke criminele activiteit door een grote verwerker van goud. Een particuliere onderzoeksorganisatie in Genève, TRIAL, beschuldigt het gerenommeerde Zwitserse concern Argor-Heraeus ervan in 2004 en 2005 geld te hebben witgewassen met de illegale handel van goud, afkomstig uit Oost-Congo.

De affaire werpt opnieuw de schijnwerper op wat een hoofdoorzaak is van het langdurige conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo: de plundering van grondstoffen. Juist vanochtend kondigde M23, een van de bekendste strijdgroepen in Oost-Congo, aan haar rebellie op te geven nadat het Congolese regeringsleger de afgelopen week de beweging zware verliezen had toegebracht. Maar in de oostelijke regio opereren veel meer gewapende groepen die beruchter zijn dan M23 en die bestaan bij de gratie van de grondstoffen. Zij zullen doorgaan met hun strijd.

Volgens de beschuldigingen zou het Zwitserse bedrijf Argor-Heraeus in 2005 drie ton goud hebben gekocht, afkomstig van een rebellengroep in Oost-Congo. In een persverklaring op zijn website ontkent het concern ten stelligste zich schuldig te hebben gemaakt aan illegale praktijken. Argor-Heraeus is deels in handen van de Duitse Commerzbank die al in 2006 door een groep onderzoekers van de Verenigde Naties werd genoemd als importeur van goud, afkomstig van gewapende groepen.

De Veiligheidsraad van de VN kondigde in 2003 een wapenembargo af tegen Congo. Grondstoffen afkomstig van gewapende groepen kunnen worden aangewend voor de aanschaf van wapens, en daarom valt ook de aankoop van deze grondstoffen onder het embargo. Het embargo kwam er na onderzoek van een speciale commissie van de VN naar de plundering van grondstoffen in Congo. In haar rapport concludeerde de commissie dat de illegale exploitatie van de grondstoffen de strijd aanwakkert. Zij beschuldigde 85 bedrijven ervan zich niet aan door multinationals zelf opgestelde richtlijnen te houden bij de aankoop van de grondstoffen.

De illegale exploitatie vond aanvankelijk plaats in samenwerking met Rwandese en Oegandese strijdkrachten. Die waren in 1998 de Oost-Congolese provincies Noord- en Zuid-Kivu binnengevallen en onmiddellijk naar de mijnbouwgebieden getrokken. Bij hun vertrek in 2003 lieten ze lokale handlangers achter die doorgingen met de illegale ontginning.

Congo is de enige staat in de wereld die werd opgericht om te plunderen. Het land is door menig fortuinzoeker, zakenman en multinational in de greep genomen: van de Belgische koning Leopold II tot de Zaïrese kleptocraat Mobutu, en van hem tot de in januari 2001 doodgeschoten president Laurent Kabila en diens zoon Joseph, de huidige president. Goud, diamanten, uranium, hout, olie: in Congo zijn bijna alle belangrijke grondstoffen aanwezig. Het land lijdt onder grote armoede en gruwelijke geweld, maar politici en krijgsheren profiteren van de grondstoffen en behoren tot de allerrijksten in de wereld.

M23 zei vanochtend de strijd te zullen opgeven. Zeker dertig andere strijdgroepen gaan door. Zij begingen vaak veel gruwelijkere misdaden tegen burgers dan M23. M23 verdiende geld met houtkap in het Virunga Park, andere groepen faciliteren mijnbouw van goud en diamanten. Of cassiteriet bij het stadje Walikale. „Soms vraag je je af waarom er zo hard wordt gevochten voor een armzalig dorpje”, vertelde het hoofd van een VN-organisatie enkele jaren geleden in de vertrekhal van de luchthaven van de regionale hoofdstad Goma. „Als je dan later hier toestellen vol met grondstoffen ziet landen, afkomstig uit dat onbelangrijk lijkende plaatsje, zie je opeens de dynamiek van de strijd in Oost-Congo.”