Zwembond wil verder met sportvisionair

Oud-volleybalbondscoach Joop Alberda wordt naar verwachting snel benoemd als tijdelijk technisch directeur van de KNZB.

Hij zou zich graag willen opsplitsen, in drieën of vieren. De volleybalbond had hem, sportkoepel NOC*NSF, de Russische voetbalbond, de Nederlandse roeibond. De atletiekunie heeft hem, net als voetbalclub AZ. Nu wil de zwembond hem.

Joop Alberda’s zijn schaars in Nederland. Net als Jacco Verhaerens en Charles van Commenées. Topcoaches die weten hoe je olympisch goud smeedt. Wat topsport vergt.

Het aanstaande vertrek van Verhaeren naar Australië illustreerde de afgelopen weken pijnlijk hoe wankel de basis voor succes in de topsport kan zijn. Toen de Brabander vorige maand bekendmaakte als bondscoach van Australië een nieuwe droombaan te aanvaarden, brak paniek uit in zwemmend Nederland. Spreekverboden, haastig georganiseerde persconferenties, gefluister van namen: het had veel weg van een formatie op het Haagse Binnenhof.

Het is ook niet niks: een vervanger zoeken voor de man die twintig jaar bijna garant stond voor olympische gouden medailles, van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn tot Ranomi Kromowidjojo. Mede dankzij Verhaeren groeide de zwembond de afgelopen vijftien jaar uit tot hofleverancier van de olympische ploeg.

Onbetwiste ster

De eerste die in actie kwam was Kromowidjojo, 23 jaar pas, maar de onbetwiste ster van de Nederlandse zwemwereld. Zij brak onverwacht met haar coach Marcel Wouda, die Verhaeren na de Spelen van Londen was opgevolgd langs de badrand.

Kromowidjojo realiseerde zich door de aanstaande emigratie van Verhaeren ineens welke rol haar voormalige coach nog altijd speelde, als technisch directeur van de zwembond. Verhaeren was in die functie in elk geval de baas van Wouda, bij wie Kromowidjojo zich minder thuis voelde. Haar oude mentor Verhaeren verdedigt de komende jaren de belangen van haar grootste concurrent, Cate Campbell.

De zwembond had plotseling niet één probleem, de bijna onmogelijke opvolging van Verhaeren, maar twee. Voor oud-wereldkampioen Wouda, niet de minste coach getuige zijn succes met onder anderen Maarten van der Weijden (Beijing 2008), moest een passende oplossing worden gevonden.

Radiostilte

De dagenlange radiostilte bij de KNZB werd gistermiddag even doorbroken met een persbericht van vier regels: bondsdirecteur Jan Kossen sprak gisteren „verkennend” met Alberda over een „mogelijke rol tot samenwerking als ad interim technisch directeur”.

De bond wil snel met Alberda aan de slag, want over twee maanden is Verhaeren vertrokken. Die stak in het weekeinde alvast zijn duim op voor Alberda als opvolger. „Dat iemand als Joop het kan, daar ben ik van overtuigd”, zei Verhaeren zondag tegenover de NOS. Dat Alberda geen ervaring heeft in het zwemmen hoeft volgens Verhaeren geen beletsel te zijn. „Je kunt de zwemexpertise er dan ook op een andere manier bij halen.”

De processen, zegt Alberda , zijn in alle sporten hetzelfde: een trainingsprogramma, accommodatie, coaching, fysieke en mentale training, voeding en herstel, materiaal en innovatie. De specifieke kennis op al die gebieden haalt hij wel in huis. Als het aan Verhaeren ligt wordt ook zijn oude pupil Van den Hoogenband daarbij betrokken.

Maar Alberda, de man die in 1996 olympisch kampioen werd met de Nederlandse volleyballers, is een druk bezet man. Nog geen jaar geleden liep hij puin te ruimen langs de Bosbaan, bij de vastgelopen roeibond. De opmars van de herboren Nederlandse roeiers verloopt sindsdien spectaculair.

Kelder van Europa

Na die klus ging Alberda aan de slag bij de atletiekunie, een andere bond die NOC*NSF graag zou zien worden omgetoverd tot een medaillefabriek.

Wat Alberda zo gewild maakt is zijn visie. Net als Verhaeren kan de oud-volleybalcoach als geen ander inschatten wat een sport nodig heeft om aan de wereldtop te komen. Zoals het Nederlandse volleybal in tien jaar tijd van de kelder van Europa de top van de Olympus wist te bereiken. „Een visionair die voorbij het volgende station kan kijken”, aldus Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF.

Nu moet ook de rust terugkeren in het Eindhovense trainingsbad, waar Wouda en diens voormalige assistent Christiaan Sloof sinds gisteren hun eigen groep trainen. Wouda ontfermt zich over Femke Heemskerk en de langeafstandszwemmers Ferry Weertman en Marcel Schouten, Sloof neemt onder anderen Kromowidjojo onder zijn hoede.

Beide coaches spraken afgelopen weekeinde bij de NK kortebaan uit dat zij geen moeite hebben met de gescheiden trainingsgroepen.