Zonder de Russen wordt het snelle zitting in Hamburg

Nederland probeert bemanning Greenpeaceschip te bevrijden

Een primeur voor Nederland: niet eerder spande het koninkrijk voor het Zeerechttribunaal in Hamburg een zaak aan tegen een andere staat. Een primeur voor dat Zeerechttribunaal: niet eerder liet de gedaagde, Rusland, weten niet te verschijnen op de zitting waarop de partijen worden gehoord.

De zaak waar het om draait: het op 19 september door Rusland opgebrachte – onder Nederlandse vlag varende – schip Arctic Sunrise van Greenpeace en zijn dertigkoppige bemanning (inclusief twee journalisten) die sindsdien vastzit.

Door het wegblijven van Rusland dreigt het morgen zowel een nogal eenzijdige als een relatief snelle vertoning te worden te worden bij het Tribunaal. Juristen van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zullen uitvoerig hun pleidooi houden. Daarna is het aan de rechters om aanvullende vragen te stellen. Normaal gesproken, als ook de andere partij er is, vindt de hoorzitting in twee rondes plaats waarbij partijen de gelegenheid hebben op elkaars argumenten te reageren.

Nederland besloot begin vorige maand bij het sinds 1996 functionerende met de Verenigde Naties samenwerkende Zeerechttribunaal een arbitrageprocedure tegen de Russische Federatie te starten vanwege het opbrengen van het actieschip en de arrestatie van de bemanning.

Het schip was, voordat het werd ‘geënterd’, op weg naar de Karische Zee om te protesteren tegen boringen van de Russische staatsoliemaatschappij Rosneft in het Noordpoolgebied. In de lezing van Greenpeace ging het zo: na al eerdere schermutselingen sprongen op 19 september vijftien gewapende agenten op het dek van de Arctic Sunrise en werd de bemanning in de eetzaal vastgezet. Uiteindelijk werd het schip naar Moermansk gevaren en de bemanning op verschillende plaatsen gevangen gehouden. De actie leidde tot de zoveelste schaduw over het al zo turbulente Nederland-Ruslandjaar.

Volgens Nederland is het ingrijpen in strijd met het zeerecht dat voorschrijft dat toestemming van de ‘vlaggenstaat’ – Nederland dus – moet worden gevraagd voor optreden op een Nederlands schip. Rusland daarentegen stelt dat het geen zaak voor het tribunaal is omdat de eigen soevereiniteit in het geding is.

Een arbitragezaak duurt twee jaar. Vandaar dat Nederland bij het Zeerechttribunaal om een voorlopige voorziening heeft gevraagd. Die moet ertoe leiden dat in afwachting van deze zaak de bemanning onmiddellijk vrijkomt, de Arctic Sea ongestoord kan vertrekken en Rusland afziet van verdere procedures. Dat is de zaak die morgen speelt. De bindende maar niet afdwingbare uitspraak wordt binnen twee weken verwacht.

Ondertussen gaan de diplomatieke inspanningen door. Koning Willem-Alexander sluit eind deze week in Moskou het Nederland-Rusland jaar af en zal president Poetin bezoeken. Dus wie weet. Het is in het internationale verkeer immers wel vaker voorgekomen dat staatshoofden met ‘iets’ naar huis gaan.