WRR: Onderwijs moet radicaal anders om welvaart te behouden

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelt met „gepaste ongerustheid” vast dat de Nederlandse economie achterop raakt. Het verdienvermogen moet versterkt. Onderwijs is de sleutel.

Nederland moet uit de comfortzone stappen. De huidige crisis markeert het einde van het naoorlogse tijdperk waarin economische groei vanzelfsprekend was. Als we ons welvaartniveau willen vasthouden, moeten we voorkomen dat we achterop raken bij Azië. Onderwijs is daarbij de sleutel.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het gisteren aan premier Rutte overhandigde rapport Naar een lerende economie. De raad onderzocht op Ruttes verzoek hoe we in de toekomst ons geld gaan verdienen. Zij adviseert nu „enige gepaste ongerustheid”.

Meer dan 80 procent van de bevolking is opgegroeid met het idee dat de toekomst altijd beter zal zijn dan het verleden. De crisis werkt als een soort reality check: inmiddels denkt een meerderheid van de Nederlanders dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf.

Om dat te voorkomen moeten we meer doen dan op basis van de kennis van nu proberen te voorspellen wat in de toekomst interessante markten, sectoren of technologieën zijn om in te investeren. „De beste voorspelling is immers dat zaken anders zullen lopen dan wij nu denken”, stelt de WRR. Nederland kan beter zijn verdienvermogen versterken. Daarmee bedoelt de raad: het vermogen op kansen te benutten en bedreigingen het hoofd te bieden.

De raad signaleert drie opgaven. Ten eerste dwingt de vergrijzing Nederlandproductiever te worden. Verder worden productieketens langer en ingewikkelder waardoor de productie beter moet worden afgestemd op die van anderen. Ten slotte moet beter worden ingespeeld op steeds snellere innovatieprocessen.

Om de bevolking hiertoe uit te rusten moeten we anders gaan denken over kennis. We staren ons blind op het ontwikkelen van een kenniseconomie, maar die gaat alleen over het produceren van nieuwe kennis. Veel meer winst is te behalen bij het beter laten circuleren van bestaande kennis, vindt de raad. Dat betekent een grote investering in het onderwijs. Maar ook dat het normaal moet worden om tijdens de loopbaan te blijven studeren.