Taal + rekenen = wel/niet belangrijk

Er zou te veel aandacht op scholen zijn voor taal en rekenen Dat staat in een rapport dat de Onderwijsraad gisteren publiceerde Staatssecretaris Sander Dekker ziet er weinig bewijs voor

Redacteur onderwijs

De „eenzijdige aandacht” voor taal en rekenen op Nederlandse scholen zorgt voor „verschraling van het onderwijs”. Dat schreef Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad, zaterdag in een opinieartikel in NRC Weekend. Gisteren publiceerde de raad het rapport Een smalle kijk op onderwijskwaliteit. De stand van educatief Nederland 2013, waarin Ten Dams stelling wordt uitgewerkt.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) las het rapport dit weekend. Hij ziet, zegt hij, „in het rapport weinig harde feiten die de stelling van de raad onderbouwen”. Dekker: „Is het wel zo dat taal en rekenen andere belangrijke zaken verdringen? Het ministerie van Onderwijs heeft in 2012 zelf een onderzoek laten doen waaruit blijkt dat er vorig jaar evenveel uren werden besteed aan taal en rekenen als twintig jaar geleden: de helft van de beschikbare onderwijstijd.”

De Onderwijsraad heeft zijn feiten dus niet op orde?

„Ik denk dat de raad een gevoel verwoordt dat leeft bij veel docenten. We moeten dus in gesprek om dat gevoel weg te nemen en aan scholen laten merken dat er ruimte is breder te kijken dan taal en rekenen.

„Daar staat tegenover dat vijf jaar geleden iedereen het erover had dat scholieren steeds slechter konden spellen en rekenen. Het niveau van de onderwijzers die van de pabo kwamen, werd omschreven als bedroevend. Daaraan moest echt wat gebeuren. We moeten nu niet opeens alles over een andere boeg gooien.”

Maar draait het onderwijs dan alleen om taal en rekenen?

„Zeker niet. Het is ook belangrijk dat kinderen praktische vaardigheden ontwikkelen en dat ze sociaal- emotioneel groeien.

„Wat betreft het ontwikkelen van die vaardigheden, vind ik het wel belangrijk dat we bepalen wat op dit gebied goed onderwijs is, en hoe we dat vaststellen. Iedereen heeft het tegenwoordig bijvoorbeeld over het belang van 21st century skills. Maar wat zijn dat nu precies?

„Ik vind niet dat we dat in Den Haag moeten bepalen. Daarover moet op scholen gesproken worden, met leraren, ouders en leerlingen. Daar moet worden vastgesteld wat goed onderwijs is én hoe het presteren van een school op dit gebied inzichtelijk kan worden gemaakt.”

Op dat inzichtelijk maken, meten met behulp van toetsen en testen, had de raad ook kritiek.

„De meeste toetsen worden niet gedaan omdat het moet van Den Haag. Als ik een middelbare school bezoek, zitten daar altijd klassen aan proefwerken. Dat doen docenten niet omdat het verplicht is. Dat doen ze omdat ze willen weten hoe hun leerlingen ervoor staan. Ik denk dat een professionele leraar het prettig vindt om zijn oordeel op die manier te staven.”

Maar moet dit al beginnen met een kleutertoets? Tijdens de behandeling van de begroting van uw ministerie in de Tweede Kamer, vorige week, was daarop veel kritiek. De onderwijsinspectie heeft zo’n toets min of meer verplicht gemaakt.

„Ik heb de inspectie op dit punt in bescherming genomen. Zij hebben de wettelijke opdracht om leerresultaten te meten. Als een school op een andere manier inzichtelijk kan maken hoe een kind zich ontwikkelt, vind ik dat ook prima.

„Binnenkort moet elke school een leerlingvolgsysteem hebben. Daarvoor is het wel nodig dat het beginniveau van een scholier bekend is, zodat duidelijk wordt wat een school weet toe te voegen. Maar natuurlijk hoef je daarvoor niet alle kinderen bij elkaar in een gymzaal te laten zweten boven een toetsboekje.”

U bent dus niet voor minder toetsen. Ook de rekentoets in het voortgezet onderwijs, die bij pilots erg slecht gemaakt wordt, moet dus blijven?

„Dat is voor mij geen reden om de toets dan maar af te schaffen. In tegendeel, we moeten zorgen dat de kwaliteit van ons onderwijs op orde is. Dit betekent dus dat er een tandje bij moet.”