Smartphone maakt ons slim, echt

Kritiek op internet en sociale media is populair. Maar kijk ook eens naar hoe technologie ons helpt, zegt Clive Thompson.

Illustratie Thinkstock, bewerking fotodienst NRC

Even langs de boekenkast:

The Filter Bubble: internet verschraalt de werkelijkheid.

The Shallows: internet maakt oppervlakkig.

Digitale Dementie: computers maken kinderen dom.

Digital Vertigo: Facebook bedreigt onze vrijheid.

Alone Together: sociale media maken eenzaam.

The Net Delusion: internet democratiseert niet.

To Save Everything, Click Here: techniek lost niet de grote problemen op.

En dan hebben we het nog niet over de nieuwe internetdystopie The Circle van Dave Eggers.

„Het is een wonder dat we met z’n allen nog gewoon functioneren”, moppert columnist en journalist Clive Thompson vanachter zijn koffie in een koffietentje in Park Slope, Brooklyn, New York. „Dat we überhaupt nog léven.”

Thompson schrijft over technologie en wetenschap voor onder meer New York Times Magazine en technologieblad Wired. Hij heeft net een nieuw boek uit: Smarter than you think. Een monter boek met als ondertitel: how technology is changing our minds for the better.

De Canadese Thompson (45) gelooft niet in eendimensionaal technologiepessimisme. Hij wil de wereld laten zien dat we – mits goed gebruikt – écht slimmer worden van onze smartphones en laptops. Dat is geen populaire boodschap. „Negatieve kritiek wordt altijd als intelligenter gezien dan positieve. Optimisten vinden we dom. En het is ook dom als je dingen zegt als: delen is altijd goed. Maar als je goed kijkt, zie je dat mensen heel inventief zijn.”

Thompson, die politicologie en Engelse literatuur studeerde, is in de eerste plaats verslaggever. Voor zijn boek ging hij op zoek naar anekdotes, mensen en studies die aantonen dat onze digitale instrumenten onze cognitieve vermogens ten goede komen. Met andere woorden: we worden er slimmer van.

Op een zwarte school in Boston stuitte Thompson op een docent geschiedenis die zijn agressieve, spijbelende klas aan de strategische computergame Civilization 3 zette. Om te kunnen winnen, merkten de leerlingen al snel, is legers uitbreiden niet genoeg. Techniek, infrastructuur, landbouw is ook allemaal nodig. Al snel eisten de leerlingen les van hun docent. Ze begonnen boeken en encyclopedieën te lezen over militaire strategie, economie, geografie. En ze snapten opeens waar geschiedenis over gaat.

Hij sprak een hoogleraar die aantoont dat door al dat verderfelijke ge-sms, geblog, gechat en getwitter jonge mensen juist béter en diverser gaan schrijven in plaats van slechter. Amateurschakers die Kasparov verslaan met hun schaakcomputers, biologen die wetenschappelijke problemen door puzzelaars laten oplossen.

Thompson probeert alle anekdotes en studies te scharen onder vier mechanismen die digitale technologie mogelijk maakt: oneindige opslag, samen hardop denken, op nieuwe manieren informatie delen en een soort zesde zintuig ontwikkelen voor de mensen om ons heen.

Die nieuwe tools for thought veranderen ons denken voorgoed, zegt Thompson. We kunnen makkelijker verbindingen leggen tussen ideeën, feiten, vragen en mensen. We hebben meer geheugen, kunnen eenvoudiger samen aan problemen werken. Natuurlijk, het kan allemaal heel lelijk worden, technologie brengt geen utopie. Maar mits goed gebruikt, profiteren we enorm.

Alweer een boek over de vraag of internet en mobieltjes goed voor ons zijn.

„Ik voel de noodzaak om iets tegen het pessimisme in te brengen. Er wordt zo veel negatiefs geschreven. Meestal vanachter het bureau, door mensen die zich zorgen maken. Het is nu eenmaal makkelijker de negatieve gevolgen te voorspellen dan de positieve.”

Waarom altijd dat digitale? Waarom niet een boek over de elektromotor?

„Omdat ons dagelijks leven er zo door verandert. Elke keer als er een nieuw communicatiemiddel wordt uitgevonden, verandert de maatschappij grondig. De drukpers, de telefoon, internet. Wat nieuw is, is dat we nu niet van één-naar-miljoen communiceren of van één-naar-één. Dat hadden we al. We communiceren nu van één-naar-enkelen. Op Facebook en Twitter en op blogs praten we tegen een beperkte groep. Dat geeft ons echt nieuwe vormen van denken.”

Klinkt mooi, maar veel mensen zijn verslaafd aan aan games en sociale media.

Hij zucht. „Ja, games, tricky. Daar worstel ik mee.”

Hij trekt zijn smartphone uit zijn zak waar hij de game Reaper op speelt. „Totaal verslavend. Ik heb het nu wel onder controle. Maar gamen is wat anders dan sociale media. Ik geloof niet dat die inherent verslavend zijn. Het is onderzocht dat als je tieners fysiek bij elkaar zet, ze echt minder gaan whatsappen. Dat is cultureel bepaald. In de VS hangen tieners nooit uren bij elkaar. Hun leven is veel te vol. Sowieso ligt de piek van berichtjes sturen bij twaalf, dertien jaar. Daarna worden tieners autonomer, dan zakt het vanzelf af.”

Hoe voorkom je dat de nadelen van digitale technologieën overheersen?

„De digitale kloof is er nog steeds. Eerst dachten we dat die over toegang ging. Of je een computer had of niet. Maar de kloof gaat over of je techniek op een verrijkende manier kunt gebruiken of niet. Kun je ’t inzetten voor iets nuttigs, of alleen voor entertainment? Daar moet je in opgevoed worden, en daar heb je goed onderwijs voor nodig. Het is net zoals met regels over burgerschap. Als je die niet worden aangeleerd, snap je ze niet. Ze zijn niet intuïtief. Zo moeten we ook leren hoe we in een hoogtechnologische wereld leven. Ouders moeten verder denken dan: mijn kind mag een uurtje per dag achter de computer.”

Commerciële bedrijven zijn uit op ons geld, niet op het verrijken van ons denken.

„We moeten ons afvragen wat het betekent dat die mechanismen – oneindige opslag, publiek denken, ambient awareness – allemaal plaatsvinden op de servers van grote bedrijven. Grote bedrijven werken voor adverteerders en aandeelhouders.

„Ik wil best betalen voor een Facebook waarop ik niet voortdurend word verleid om zoveel mogelijk te delen, zodat er meer aan me valt te verdienen. Ik wil een Twitter waar de berichten niet centraal, maar op mijn eigen computer worden opgeslagen. Ik wil dat we allemáál anonieme darknets gebruiken, niet alleen pedo’s en criminelen. Maar die discussie staat los van het intellectuele voordeel van die technologieën.”