Shell, vergeet onze groene activisten niet

Stel handelsmissie Rusland in het teken van Greenpeace-entering, aldus Bram van Ojik.

Het is inmiddels zes weken geleden dat Rusland in de Petsjora Zee een einde maakte aan de actie van Greenpeace tegen nieuwe gasboringen van Gazprom in het uiterst kwetsbare Noordpoolgebied. Het schip de Arctic Sunrise, varend onder Nederlandse vlag, ging aan de ketting. 30 opvarenden uit 18 verschillende landen verdwenen in de cel.

En daar zitten ze nog steeds. Illegaal opgepakt omdat ze op legale wijze aandacht vragen voor dreigende aantasting van een maritiem gebied waarvoor de internationale gemeenschap collectief verantwoordelijk is. Logisch dat ons land naar het Zeerechttribunaal in Hamburg is gestapt om daar te bedingen dat schip en bemanning naar Nederland kunnen terug keren. Het tribunaal buigt zich deze week over de zaak maar een uitspraak zal in elk geval nog weken op zich laten wachten.

In de tussentijd zitten Faiza Oulahsen en Mannes Ubbels samen met 28 anderen in Moermansk in de cel. Behalve langs juridische weg, probeert Nederland op kousenvoeten ook langs diplomatieke weg verandering in hun situatie te brengen. Dat heeft nog niets opgeleverd.

Als het Koninklijk paar en Het Koninklijk Concertgebouworkest dit weekend in Moskou op feestelijke wijze het Nederland-Ruslandjaar afsluiten, zitten Faiza, Mannes en hun 28 collega’s waarschijnlijk nog vast. Dat wordt een pijnlijk weekend. Temeer omdat een mogelijk effectief middel om druk op Rusland op te voeren, door Nederland onbenut wordt gelaten. Onder leiding van de ministers Ploumen (Buitenlandse Handel) en Schippers (Volksgezondheid) is een club van Nederlandse bedrijven sinds maandag in Rusland op zoek naar lucratieve orders in sectoren als luchtvaart en energie. De lijst van deelnemende bedrijven is tot op het laatst geheim gehouden. In ieder geval zullen Gasterra, voor 25 procent van Shell, en Gasunie van de partij zijn.

Deelname aan dergelijke missies is voor bedrijven niet vrijblijvend. Wie mee wil, verplicht zich er schriftelijk toe te handelen volgens internationale richtlijnen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemerschap.

Dat treft want die zogenoemde OESO-richtlijnen zijn waar het over mensenrechten gaat, glashelder. Bedrijven behoren ,,manieren te zoeken om ongunstige effecten op mensenrechten te voorkomen of te verminderen wanneer deze effecten direct verbonden zijn aan hun bedrijfsactiviteiten, producten of diensten via een zakelijke relatie, zelfs als zij zelf niet bijdragen aan deze effecten”.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat minister Timmermans niets moet hebben van mijn suggestie dat bedrijven door het kabinet zouden worden gewezen op hun verantwoordelijkheid om de zaak van de Greenpeace-activisten tijdens de handelsmissie bij de Russische autoriteiten te bepleiten.