‘Luchtkwaliteit geen aanleiding maximumsnelheid te verlagen’

Minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen. Foto ANP/ Martijn Beekman

Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu is niet van plan de maximumsnelheid op snelwegen weer te verlagen, omdat de luchtkwaliteit daar verslechterd is. Dat schrijft ze vandaag in de beantwoording (pdf) van vragen van SP-Kamerlid Henk van Gerven.

In de brief schrijft Schultz dat het effect van de snelheidsverhoging op de luchtkwaliteit beperkt is. Ze ziet geen reden om nu de maximumsnelheid terug te draaien, omdat ze “binnen de wettelijk vastgestelde normen blijft, die mede zijn gebaseerd op de effecten voor de gezondheid”. Maar Schultz zegt wel een vinger aan de pols te houden met jaarlijkse metingen en als de normen toch worden overschreden, neemt ze passende maatregelen.

In een andere brief (pdf) gaat de minister vandaag specifiek in op de metingen van de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR), waaruit zou zijn gebleken dat het verhogen van de maximumsnelheid op de A13 bij het Rotterdamse Overschie van tachtig naar honderd kilometer per uur een schadelijk effect heeft op de gezondheid van bewoners van de wijk: hun levensverwachting zou met gemiddeld twintig dagen dalen.

‘Inderdaad verschil met eerdere meting, maar valt binnen onzekerheid berekeningen’

Schultz wijst er in de Kamerbrief op dat de door de DCMR gemeten concentraties stikstofdioxide inderdaad hoger (1,2 microgram/m3) liggen dan door Rijkswaterstaat in 2011 is berekend, “maar dat betekent niet dat de berekeningen van Rijkswaterstaat niet juist waren”. Het verschil betreft volgens de minister slechts enkele procenten van de grenswaarde voor stikstofdioxide en valt volgens onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) “ruim binnen de onvermijdelijke (en toegestane) onzekerheid van dit soort berekeningen”.

Ze schrijft verder:

Bovendien zijn de berekeningen van Rijkswaterstaat destijds uitgevoerd met de emissie-inzichten van 2011, gerekend voor het jaar 2015. De metingen van DCMR betreffen de periode 2011/2012, een periode voor en na het verhogen van snelheid naar 100 km/uur per 1 juli. Door het schoner worden van het wagenpark in de loop van de jaren ligt het voor de hand dat het effect van de
snelheidsverhoging in de periode van de metingen in 2011/2012 iets hoger uitpakt dan in 2015 wordt verwacht.”