Ook Engelsen willen weten wie ze zijn

Engelsen vinden dat hun identiteit onder druk staat. Door immigratie, Europa, maar ook de Schotten en de Welsh.

Engelsheid is een gemoedstoestand, vindt dichter Sarah Wardle. Ze dicht: „Een verlangen naar regen, respect voor de zee/ reddingsboten, dieren, een liefde voor thee.”

Voor John Redwood, Conservatief Lagerhuislid, is Engelsheid als cricket: „Een manier van leven. Vol gekke regeltjes die we zelf heel erg belangrijk vinden. Een sport die we aan de wereld gaven, en waarin we vervolgens worden verslagen – maar dat vinden we niet erg. En dat maakt ons innemend.”

Vanessa Whitburn, oud-hoofdredacteur van The Archers, een radiosoap over een plattelandsfamilie die sinds 1950 honderdduizenden radioluisteraars aan zich bindt, laat een ontbijtdiscussie over marmelade horen die eigenlijk over jaloezie gaat. „We uiten onze gevoelens door een metafoor te gebruiken.”

Schrijver Charles Grant, zoon van een Jamaicaan, omschrijft Engelsen als: „Zo beleefd dat ze juist beledigend worden.” Linda Grant, kleindochter van joodse immigranten: „Ze willen de ander niet in verlegenheid brengen.”

Zo maar wat definities van Engelsheid, onlangs opgetekend tijdens het festival England, my England. De Engelsen worstelen er mee: wie zijn we, wie willen we zijn? Binnen het Verenigd Koninkrijk zijn ze in de meerderheid; lang werd gevonden dat het beklemtonen van een eigen identiteit de unie met de Schotten, Welsh en Noord-Ieren zou ondermijnen. Een verhaal over gedeelde Engelse waarden was niet nodig.

Nu wel. De Engelsman voelt zich achtergesteld, en mort. Hoe harder de Schotten roepen om onafhankelijkheid, hoe meer de EU zich opdringt, hoe groter de zorgen om immigratie worden, des te meer voelen de Engelsen zich in de verdrukking. De roep om een eigen volkslied en een vrije dag op St George’s Day (23 april) klinkt steeds luider, net als die over politieke vertegenwoordiging. „De bulldog blaft”, concludeerde het Institute for Public Policy Research (IPPR) eerder dit jaar.

Er is reden toe. Met jaloezie kijken de Engelsen naar de Scottish National Party, Plaid Cymru, de DUP en SLDP. Voor de Engelsen komt geen aparte politieke partij op – de UK Independent Party, die vooral door ontevreden Engelsen groeit, zit niet in het Lagerhuis. Ze zien hoe de Schotten gratis universitair onderwijs krijgen. De Welsh gratis medicijnen. Afgunstig kijken ze naar de parlementen in Edinburgh, Cardiff en Belfast. De Engelsen hebben geen eigen parlement.

Dus zijn er Engelsen die vinden dat er ook een eigen Engelse volksvertegenwoordiging moet komen. Lagerhuislid Redwood niet: „Er zijn al te veel overheidslagen.” Maar over Engelse stemmen voor Engelse kwesties moet zeker worden nagedacht, vindt hij. Nu mogen Schotse, Welsh en Noord-Ierse Lagerhuisleden meestemmen over kwesties die alleen Engeland aangaan.

In de praktijk gebeurt dat niet zo vaak: Lagerhuislid Tom Greatrex (Labour) bekeek alle wetten die sinds 2000 werden goedgekeurd door het parlement. Van de 434 waren er vijf exclusief op Engeland gericht, concludeerde hij vorige week.

Europa

Maar het is niet alleen de vermeende achterstelling bij de Schotten, Welsh en Noord-Ieren, die de Engelsen voelen. Een op de drie Engelsen heeft het idee dat Europa het meeste invloed heeft over hoe Engeland wordt geregeerd en dat zij daar geen stem in hebben, zo concludeerde het IPPR ook. Schotten, Welsh en Noord-Ieren hebben dat gevoel veel minder.

Uit het onderzoek van het IPPR blijkt dat allochtonen zich eerder Brits noemen dan Engels. Ze voelen zich Brits-Indiaas of Brits-Jamaicaans. En omdat veel minderheden eigen belangengroepen hebben, voelt de autochtone Engelsman zich nog meer verdrukt. Merkt bijvoorbeeld ook John Denham, Labour-Lagerhuislid voor Southampton. „Ik hoor vaak ‘niemand heeft ons gevraagd of we hen hier wel wilden’, en ‘onze stad is veranderd’. De paradox is dat men niet tegen migranten is, maar men wil wel het gevoel hebben in de meerderheid te zijn.”

Dus kwam hij op het idee een St George’s Day-festival te organiseren: „Er zijn mensen in mijn kiesdistrict die nooit naar een multicultureel festival zullen gaan. Maar wel naar een St George’s Day waarvoor iedereen wordt uitgenodigd en verschillende groepen uit eigen cultuur eten, dans of muziek meenemen.”

Het probleem is dat de enige Engelsen die jaren demonstratief Engels waren, en met de Engelse vlag zwaaiden, hooligans en extreemrechtse activisten waren. Voor Engelsen van Caraïbische of Aziatische afkomst roept de St George’s vlag herinneringen op aan het National Front en de English Defense League. „Ik voel me niet op mijn gemak met de versiering van de zaal”, zei schrijver Charles Grant tijdens het England, my England-festival.

Denham zegt: „De keuze hoe we de Engelse identiteit vormgeven, wil ik niet aan rechts overlaten.” En zijn Conservatieve collega John Redwood: „Een modern Engeland kan iedereen omvatten. Zie de levendigheid van Londen: een toevluchtsoord, een centrum van innovatie, van kapitaal. Zie hoe we daarvan profiteren.”

Achtereenvolgende premiers probeerden juist Britsheid te propageren. Oud-premier Gordon Brown vreesde „de Balkanisering van het Verenigd Koninkrijk”. „Het was niet het goede vehikel om het groeiende onbehagen aan te pakken”, zegt Lagerhuislid Denham, minister in de regering-Brown, terugkijkend.

Paniekreactie

„Het leidde juist tot de herwaardering van Engelsheid”, zegt Mike Kenny, hoogleraar politicologie aan de Queen Mary University of London. Als de politieke reactie nu hetzelfde is en als „onbesproken blijft” hoe de Engelsen zich voelen, kan dat grote gevolgen hebben.

„Gebeurtenissen als het Schotse referendum of een mogelijk Europees referendum kunnen leiden tot een paniekreactie.” Het Schotse referendum kan volgens hem leiden tot het opbreken van de Unie, maar Engelsen (en Welsh) mogen er niet over meepraten.

„Engeland moet weer cultureel zelfvertrouwen krijgen, en betere politieke erkenning. Als een natie zijn wij te onuitgesproken geweest”, zegt Kenny. Maar dat hoort ook wel weer bij de Engelsen: „Net zoals we geen geschreven grondwet hebben, definiëren we onszelf liever ook niet.”