Ondanks dempende HMH weet Nick Cave het publiek te raken

Nick Cave gisteravond tijdens zijn concert in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Foto Andreas Terlaak

Lowlands viel nauwelijks te evenaren, zoveel was bij voorbaat duidelijk. Op het festival in Biddinghuizen gaven Nick Cave and the Band Seeds in augustus een optreden dat zo zinderde van geestdrift en agressie dat het onovertroffen blijft als het meest intense popconcert van het jaar. In een zaal van beton was die rauwe passie er gisteren nog steeds, maar het sloeg gedeeltelijk dood in de gewatteerde muren en een publiek dat de hele avond bleef filmen en fotograferen met lichtgevende smartphones. „De duivel is een vrouw met een iPhone in haar hand”, zong Cave op zeker moment.

Nick Cave (56) heeft als geen andere rockster een manier gevonden om de kloof tussen podium en publiek te dichten. Vlak achter de dranghekken staan twee stevige tafels die hij als het verlengde van zijn speelvlak beschouwt, steunend op de armen van fans die het maar wat spannend vinden om hun held van zo dichtbij aan het werk te zien. „Kun je mijn hartslag voelen?” vroeg hij terwijl zeker vijf handen naar zij borst reikten. Eén bewonderaar was hem het dierbaarst: „Je lijkt wel een dokter!”

Zijn laatstverschenen album Push The Sky Away is een carrièrehoogtepunt met muziek die op het eerste gehoor rustiger lijkt dan al het voorgaande uit Cave’s dertigjarige bandverleden met The Birthday Party, The Bad Seeds en Grinderman. Songs als Jubilee Street en Higgs Boson blues geven hem voldoende houvast om ze uit te bouwen tot bevlogen rituelen van grommende zang en wisselwerking met het publiek.

Nick Caves violist, fluitist en multi-instrumentalist Warren Ellis fungeert als de dirigent die met zijn strijkstok de maat aangeeft. Met zijn magere lijf stortte Cave zich fanatiek op oudere songs als Tupelo en From her to eternity die, atonaal en dwars als ze mogen klinken, een brug slaan naar blues en gospel.

Sleutelnummer bij het optreden in de Heineken Music Hall was de negentig jaar oude bluessong Stagger Lee die door Cave werd geacteerd alsof hij zelf de levensgevaarlijke, met een pistool zwaaiende hoofdpersoon was. De oorverdovende klap van de moordpartij die in het lied wordt aangericht kwam voor veel aanwezigen als een schrikmoment dat normaal alleen voor horrorfilms is weggelegd. Nick Cave daagde mannen op de voorste rij uit voor een vechtpartij, om daarna razendsnel weg te schieten en achter de piano een serene ballade als People ain’t no good of het nieuwe Give us a kiss te zingen. Het concert schoot alle kanten op en miste precies het beetje concentratie dat nodig was om het briljant te maken.