Mijn lievelingsaapje danste bij het stoplicht

Aapjes met maskers op die kunstjes doen horen bij Indonesië De gouverneur van Jakarta wil ze weg hebben Want ze vormen een gezondheidsrisico en ze worden mishandeld

foto’s Perttu Saska

correspondent zuid-oostazië

Mijn lievelingsaapje danste bij het stoplicht van een zesbaanssnelweg. Na een half uur achterop een brommer centimeter voor centimeter naar voren wurmen, richting het kruispunt, langs honderden gehelmde motorrijders en geblindeerde auto’s, was de makaak voor mij een teken dat er nog iets van leven aanwezig was in deze stad.

Zijn goudgele vacht was een verademing om naar te kijken, vergeleken met de grijze fly-overs van beton, de donkerblauwe uitlaatgassen en het pikzwarte water dat in een gat in de weg blijft staan na de laatste regenbui. Later viel mij pas de zware ketting om zijn nek op.

Overtuigende kunstjes deed het aapje nooit. Meestal zat hij, soms liep hij een beetje heen en weer. Nooit zag ik een automobilist zijn temmer geld geven. Toch stonden aap en eigenaar steevast op dezelfde plek. Alleen als het regende verhuisden ze een paar meter naar het viaduct waar de ene snelweg de andere kruist.

Vraag een Jakartaan wat hij of zij vindt van een topeng monyet (gemaskerde aap) en meestal volgt een tweeslachtig antwoord. Natuurlijk is het dierenmishandeling en natuurlijk is het wreed. Maar de gemaskerde aapjes roepen ook warme gevoelens op over vroeger, toen de apentemmer eens per week, soms vaker, met zijn dansende makaken naar de kampong kwam. Soms hadden de aapjes maskers. Soms attributen, zoals een hobbelpaard of een laddertje dat ze meesjouwden om tot hilariteit van toeschouwers op te klimmen en van af te vallen.

Jakartanen weten best dat het eigenlijk niet kan, aapjes trucjes laten opvoeren in een drukke miljoenenstad. Maar ja, is een veel gehoord argument, het is nou eenmaal onderdeel van de lokale cultuur en dat neem je niet zo maar af.

Gouverneur Joko Jokowi Widodo heeft lak aan traditie. Hij wil de 350 dansende aapjes die Jakarta rijk is van de straat hebben. Hij heeft er meerdere redenen voor. De dieren worden mishandeld en ze vormen als dragers van hepatitis, hondsdolheid en tuberculose een groot gezondheidsrisico. Bovendien is de internationale ophef over de aapjes slecht voor de uitstraling van Jakarta, meent de gouverneur.

De maatregel van Jokowi, die hoogst waarschijnlijk de ambitie heeft om volgend jaar president van Indonesië te worden, wordt wegens het hoge fotogenieke gehalte opgepikt door media wereldwijd.

Maar wat zijn 350 aapjes in een land waar jaarlijks miljoenen haaien levend de vinnen wordt afgehakt? Een land waar met grote regelmaat ernstig bedreigde tijgers worden doodgeschoten omdat ze in de buurt van een dorp komen? Waar dierentuindieren worden afgemaakt omdat hun magen vol plastic rommel zitten, waardoor ze een langzame hongerdood tegemoet gaan?

Misschien is het beste antwoord wel dat er over een paar maanden 350 zwaar mishandelde aapjes gered zijn van nóg meer leed.

De makaken worden meestal uit hun natuurlijke leefomgeving in de jungles van Indonesië geplukt. Hun scherpe tanden worden gevijld. Daarna worden ze een maand lang aan een hoog opgetrokken ketting gebonden. Met hun pootjes kunnen ze net bij de grond. Zo leren de temmers de aapjes op twee benen te lopen.

De makaken die de politie van Jakarta nu confisqueert worden opgenomen door het Jakarta Animal Aid Network, bestierd door de Nederlanders Femke den Haas en Karin Franken. Inmiddels zijn ruim zeventig aapjes opgepakt en naar de dierenkliniek gebracht. Daar worden ze eerst behandeld en vervolgens in quarantaine geplaatst. Als ze er klaar voor zijn, wil het Jakarta Animal Aid Network ze vrij laten in een reservaat waar ze beschermd zijn.

De eigenaren van de aapjes, die klagen dat hun enige bron van inkomsten wordt afgenomen, krijgen van gouverneur Jokowi een cursus om hen voor te bereiden op ander werk. En één miljoen roepiah schadevergoeding: 67 euro. Critici waarschuwen dat de schadevergoeding aanlokkelijk is. Mannen zouden wel eens met aapjes naar Jakarta kunnen trekken in de hoop dat ze opgepakt worden.

Ik ging vorige week kijken of mijn makaak nog op zijn post zat bij het stoplicht. Hij was weg. Gelukkig.