‘Mijn ene hersenhelft speelt piano, de ander bestuurt het vliegtuig’

De pianoliteratuur staat bol van de moeilijke stukken. Maar nooit eerder maakte iemand een compositie waarvoor de pianist een vliegbrevet nodig heeft. „Als ik een foute noot speel kan het zomaar zijn dat de motor uitvalt”, zegt Ralph van Raat (1978), die zaterdag The piano and the flightsimulator in première brengt tijdens het festival November Music.

Behalve veelgevraagd uitvoerder van hedendaagse pianomuziek is Van Raat namelijk ook piloot. Als kind al was hij dol op luchtvaart en techniek en het behalen van zijn vliegbrevet, enkele jaren geleden, was een jeugddroom die uitkwam.

Het lijken verschillende werelden, maar vliegen en pianospelen hebben volgens Van Raat juist veel met elkaar te maken. „Voor een concert bereid ik me thuis heel goed voor, maar tijdens de uitvoering zijn er allerlei factoren die mijn spel beïnvloeden: het instrument, de akoestiek, de sfeer. Afhankelijk van zulke factoren neem ik ter plekke beslissingen. Bij vliegen gaat dat net zo. Vooraf bereken je je koers en de invloed van de wind, maar zodra je op de startbaan staat ben je overgeleverd aan de omstandigheden. Je moet je aanpassen aan wat er op dat moment gebeurt. Qua spanningsboog zijn vliegen en pianospelen dus heel vergelijkbaar – qua kick en adrenaline trouwens ook.”

Bij productiehuis Intro in Situ vatte men het idee op om Van Raats passies samen te brengen in één stuk, waarin hij via zijn klavier virtueel een vliegtuig bestuurt. Muziektechnoloog Thomas Rutgers (1983) bouwde een interface die pianotoetsen verbindt met commando’s in een vluchtsimulatieprogramma. Vervolgens schreef componist Florian Maier (1973) in nauwe samenwerking met Rutgers en Van Raat het stuk – een nogal complexe zaak, aangezien het resultaat niet alleen tot goede muziek moest lijden, maar ook tot een veilige vlucht. „Zo hadden we er een hele mailwisseling over dat het landingsgestel niet goed klonk”, zegt Van Raat lachend.

Op het podium ziet Van Raats vleugel eruit als een cockpit. Daaromheen wordt op grote schermen zijn blik op de wereld van bovenaf geprojecteerd. Van Raat voert dezelfde handelingen uit als wanneer hij op vliegveld Lelystad in zijn Cessna stapt, te beginnen met het hardop afwerken van een checklist. Alleen zet hij geen schakelaars om, maar drukt hij op pianotoetsen. Toch is The piano and the flightsimulator echt muziek geworden:

„Het begint met een haast romantische prelude. Zodra de motor goed draait wordt het enigszins minimal, met in de linkerhand repetitieve patronen waarmee ik kan sturen en gas geven. Op de landing moet ik nog even hard studeren, want ik ben al een paar keer naast de baan terechtgekomen. Halverwege, op het hoogste punt, is de muziek het langzaamst, heel idyllisch en poëtisch.”

Ongeveer 70 procent van de compositie ligt vast, voor de rest wordt het uiterste gevergd van Van Raats vermogen om in te spelen op onvoorziene factoren, zoals het weer. „Met mijn ene hersenhelft moet ik musiceren, met de andere het vliegtuig onder controle houden – die dingen zijn afzonderlijk al moeilijk genoeg. Ik ben zelden zo oververhit uit repetities gekomen.” Hij zucht. “Gelukkig schijnt de wind zaterdag wat te gaan liggen.”