Kamer: alternatief Fyra ondermaats

Het alternatieve NS-aanbod voor de probleemtrein Fyra is niet ambitieus genoeg. De vervangende treinen rijden te langzaam en worden te laat opgeleverd. Ook draagt de NS te weinig bij aan de financiële schade van het Fyra-debacle. Dat vindt de Tweede Kamer, zo bleek gisteren in een debat.

De Kamer sprak voor het eerst over het alternatieve aanbod voor de Fyra. De NS wil vanaf 2022 met snellere treinen gaan rijden, die maximaal 200 kilometer gaan. „Een minimale ambitie”, zei Betty de Boer (VVD). Maar volgens staatssecretaris Wilma Mansveld (Spoor, PvdA) is die tijd nodig om een nieuw fiasco te voorkomen: „We moeten het nu goed doen en niet aan het einde weer teleurgesteld worden.”

De Kamer was kritisch over de financiële bijdrage van de NS. Het bedrijf draait op voor eenderde van de schade, 221 miljoen euro. Volgens minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) is dat „een forse klap in het eigen vermogen van de NS”.

De NS heeft ook 125 miljoen gereserveerd voor afwikkeling van contracten met AnsaldoBreda, de Italiaanse Fyra-fabrikant. Ook moet de NS van het kabinet jaarlijks 100 miljoen bezuinigen. Dijsselbloem: „We kunnen de NS meer laten betalen, maar dat gaat ten koste van de reiziger.” De Kamer is het daar niet mee eens. „De NS moet op de blaren zitten, niet de belastingbetaler”, zei Stientje van Veldhoven (D66).

De Kamer toonde zich ook bezorgd over mogelijke verboden staatssteun aan de NS. De Europese Commissie onderzoekt de samenvoeging van de hogesnelheidslijn en het hoofdrailnet, en het gunnen daarvan aan de NS, in 2011. Toen werd ook het bedrag dat de NS voor de hsl-concessie betaalt, verlaagd. „Een juridische tijdbom”, vreesde Roelof Bisschop (SGP).