Homoseksuele papegaaien

Homoseksueel gedrag bij dieren is lang een mysterie geweest. Nog maar enkele decennia geleden beweerde men dat het slechts bij dieren in gevangenschap voorkomt. Dat er homoseksuele papegaaien zijn, werd door houders van kooivogels vermoed, maar het was meer gebaseerd op intuïtie dan bewijs. Bij veel kromsnavels zijn mannetjes en vrouwtjes qua uiterlijk niet te onderscheiden en dan is het onmogelijk vast te stellen dat gelijke geslachten onderlinge genegenheid vertonen.

Het eerste harde bewijs van homoseksueel gedrag bij in het wild levende papegaaien werd geleverd op 31 december 1961, nabij Managua in Nicaragua. Marcus Buchanan, van de UCLA-Dickey Collections in Los Angeles, bestudeerde in een groep ivooraratinga’s (Aratinga canicularis) een tweetal dat zich had afgezonderd. Ze zaten naast elkaar, poetsten elkaars verenkleed en sloten daarbij de oogjes. Toen de ene aratinga de andere besteeg en probeerde te paren, schoot Buchanan beide vogels uit de boom omdat - volgens zijn relaas in Condor 68: 399 - ‘dit gedrag uitzonderlijk vroeg in het seizoen plaatsvond’. Tegenwoordig zou men er een bewijsfoto van nemen.

Bij het prepareren bleek het om twee mannetjes te gaan. Het stel wordt nog steeds netjes in de UCLA-collectie bewaard, maar op de labels staat niets over hun geaardheid.

De auteur is bioloog en conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.