Hoe Engels zijn de Engelsen eigenlijk?

De Engelsen hebben het gevoel dat hun identiteit onder druk staat Door immigratie, Europa, en niet te vergeten de Schotten en Welsh Allochtonen noemen zich eerder Brits dan Engels

De Engelsen voelen zich in de verdrukking tussen de andere Britten. De roep om een eigen volkslied en eigen politieke vertegenwoordiging klinkt steeds luider. foto AFP

Correspondent Verenigd Koninkrijk

Engelsheid is een gemoedstoestand, vindt dichter Sarah Wardle. Ze dicht: „Een verlangen naar regen, respect voor de zee / reddingsboten, dieren, een liefde voor thee.”

Voor John Redwood, Conservatief Lagerhuislid, is Engelsheid als cricket: „Een manier van leven. Vol gekke regeltjes die we zelf heel erg belangrijk vinden. Een sport die we aan de wereld gaven, en waarin we vervolgens worden verslagen – maar dat vinden we niet erg. En dat maakt ons innemend.”

Zo maar wat definities van Engelsheid, opgetekend tijdens een festival England, my England, dat vorige maand werd gehouden. De Engelsen worstelen er mee: wie zijn we, wie willen we zijn? Binnen het Verenigd Koninkrijk zijn ze in de meerderheid; lang werd gevonden dat het beklemtonen van een eigen identiteit de unie met de Schotten, Welsh en Noord- Ieren zou ondermijnen. Een verhaal over gedeelde Engelse waarden was niet nodig, ook al schreven buitenstaanders er boeken vol over.

Nu wel. De Engelsman voelt zich achtergesteld, en mort. Hoe harder de Schotten roepen om onafhankelijkheid, hoe meer de EU zich opdringt, hoe groter de zorgen om immigratie worden, des te meer voelen de Engelsen zich in de verdrukking. De roep om een eigen volkslied, en een vrije dag op St George’s Day (23 april) klinkt steeds luider, net als die over politieke vertegenwoordiging.

Geen eigen parlement

Met jaloezie kijken de Engelsen naar de Scottish National Party, Plaid Cymru, de DUP en SLDP. Voor de Engelsen komt geen aparte politieke partij op – de UK Independent Party, wiens opmars grotendeels te danken is aan ontevreden Engelsen – zit niet in het Lagerhuis. Ze zien hoe de Schotten gratis universitair onderwijs krijgen. De Welsh gratis medicijnen. Afgunstig kijken ze naar de parlementen in Edinburgh, Cardiff en Belfast. De Engelsen hebben geen eigen parlement.

Dus zijn er Engelsen die vinden dat er ook een eigen Engelse volksvertegenwoordiging moet komen. Lagerhuislid Redwood niet: „Er zijn al te veel overheidslagen.” Maar over Engelse stemmen voor Engelse kwesties moet zeker worden nagedacht, vindt hij. Nu mogen Schotse, Welsh en Noord-Ierse Lagerhuisleden gewoon meestemmen over kwesties die alleen Engeland aangaan.

In praktijk valt het mee hoe vaak dat gebeurt: Lagerhuislid Tom Greatrex (Labour) bekeek alle wetten die tussen 2000 en mei 2013 werden goedgekeurd door het parlement. Van de 434 waren er vijf exclusief op Engeland gericht, concludeerde hij vorige week.

Maar het is niet alleen de vermeende achterstelling bij de Schotten, Welsh en Noord-Ieren, die de Engelsen voelen. Een op de drie Engelsen heeft het idee dat de Europese Unie het meeste invloed heeft over hoe Engeland wordt geregeerd en dat zij daar geen stem in hebben, zo concludeerde het IPPR ook. Schotten, Welsh en Noord-Ieren hebben dat gevoel veel minder over hun eigen land.

Uit hetzelfde onderzoek van het IPPR blijkt dat allochtonen zich eerder Brits noemen dan Engels. Ze voelen zich Brits-Indiaas of Brits-Jamaicaans. En omdat veel minderheden eigen belangengroepen hebben, voelt de autochtone Engelsman zich nog meer verdrukt. Merkt bijvoorbeeld ook John Denham, Labour-Lagerhuislid voor Southampton. „Ik hoorde vaak ‘niemand heeft ons gevraagd of we hen hier wel wilden’, en ‘onze stad is veranderd’. De paradox is dat men niet tegen migranten is, maar men wil wel het gevoel hebben in de meerderheid te zijn.”

Met de Engelse vlag zwaaien

John Denham kwam op het idee een St George’s Day-festival te organiseren: „Er zijn mensen in mijn kiesdistrict die nooit naar multicultureelfestival zullen gaan. Maar wel naar een St George’s Day waarvoor iedereen wordt uitgenodigd en verschillende groepen uit eigen cultuur eten, dans of muziek meenemen.”

Het probleem is dat de enige Engelsen die jaren demonstratief Engels waren, en met de vlag zwaaiden, hooligans en extreemrechtse activisten waren. Voor Engelsen van Caraïbische of Aziatische afkomst roept de St George’s vlag herinneringen aan het National Front op, en aan de English Defense League. „Ik voel me niet op mijn gemak met de versiering van de zaal”, zei schrijver Charles Grant tijdens het England, my England-festival. Denham zegt: „De keuze hoe we de Engelse identiteit vormgeven, wil ik niet aan rechts overlaten.”

Achtereenvolgende premiers probeerden juist Britsheid te propageren. Oud-premier Gordon Brown vreesde „de Balkanisering van het Verenigd Koninkrijk”. „Het was niet het goede vehikel om het groeiende onbehagen aan te pakken”, zegt Lagerhuislid Denham, minister in de regering-Brown, terugkijkend.

„Het leidde juist tot de herwaardering van Engelsheid”, zegt Mike Kenny, hoogleraar politicologie aan de Queen Mary University of London. Hij vreest dat als de politieke reactie nu hetzelfde is, en „onbesproken blijft” hoe de Engelsen zich voelen, dat grote gevolgen kan hebben. „Gebeurtenissen als het Schotse referendum of een mogelijk Europees referendum kunnen leiden tot een paniekreactie.” Hij wijst erop dat het Schotse referendum kan leiden tot het opbreken van de Unie, maar dat Engelsen (en Welsh) er niet over mogen meepraten.

„Engeland heeft het nodig om weer een cultureel zelfvertrouwen te krijgen, en betere politieke erkenning. Als een natie zijn wij te onuitgesproken geweest.” Maar dat hoort dan ook wel weer bij de Engelsen: „Net zoals we geen geschreven grondwet hebben, definiëren we onszelf liever ook niet.”