‘Het lijkt een doelbewuste doofpot’

Een slachtoffergroep voor vrouwen is zeer ontevreden hoe de commissie-Deetman klachten over misbruik binnen de Katholieke Kerk heeft afgehandeld.

Een van de zusters van de Heilige Vincentius a Paulo geeft in 1941 les op een katholieke meisjesschool in Tilburg. Foto Hollandse Hoogte

Het heet een rondetafelgesprek, maar gemoedelijk gaat het niet worden als de vaste Kamercommissie Veiligheid en Justitie zich buigt over seksueel misbruik van en geweld tegen meisjes in de Rooms-Katholieke Kerk. Wim Deetman, die in maart dit jaar een vervolgonderzoek daarover afrondde, ligt onder vuur. De slachtoffergroep Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) noemt zijn tweede rapport „onkundig en een schending van de rechten van slachtoffers”.

„Het lijkt op een doelbewuste doofpot”, zegt VPKK-voorzitter Annemie Knibbe. Zij ontving 56 klachten van slachtoffers die zich bij Deetman hebben gemeld maar zich niet in het eindrapport herkennen. Zij zegt dat het rapport een onjuist beeld geeft van de aard en ernst van het misbruik doordat een groot aantal meldingen zijn veranderd of weggelaten.

Knibbe verwijt Deetman de publiciteit te hebben vermeden bij aanvang van het onderzoek in mei 2012 waardoor er minder klachten kwamen. De op dat moment ingegane termijn van zes weken voor vrouwelijke slachtoffers zou te kort zijn geweest.

Deetman bestrijdt dat zijn rapport meldingen onjuist weergeeft. In een verweer aan de Kamercommissie geeft hij toe klachten over het rapport te hebben ontvangen, maar stelt hij ook dat zijn bevindingen en conclusies overeind blijven.

Deetmans aanpak krijgt bijval van Leontien van der Knaap, hoofddocent victimologie aan Tilburg University: „Er kunnen fouten in het rapport zijn geslopen, maar de mening dat het wetenschappelijk tekort zou schieten deel ik niet. Het onderzoek is zeer grondig aangepakt en uitgevoerd.”

Minder begrip is er voor de voorwaarden waaronder slachtoffers zich konden melden. Willem Koops, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht, vindt het „boerenverstand” dat veel oudere slachtoffers niet zullen reageren als dat alleen binnen korte termijn via e-mail mogelijk is. Ouderen vrouwen gebruiken nauwelijks internet, zegt hij.

Knibbe heeft ook kritiek op de door Deetman ontworpen regeling ‘Hulp, erkenning en genoegdoening voor geweld tegen minderjarigen in de RK Kerk’, die vorige week bekend werd gemaakt. Zij stelt dat het vrouwenplatform doelbewust buiten de deur is gehouden tijdens de opstelling van de procedures en vreest dat daarachter „een verborgen agenda” zit om „zo min mogelijk compensatiegeld uit te keren”.

De regeling voor geweldsslachtoffers voorziet volgens Knibbe in een „papieren afhandeling van klachten in plaats van erkenning” en een veel te kleine maximale schadevergoeding van 5.000 euro. Ter vergelijking: onder de regeling voor slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk kan de vergoeding oplopen tot een ton. „Dat is heel scheef”, zegt ze. „Het gaat voorbij aan de schade die is berokkend.”

Het vrouwenplatform is „verbaasd” door de samenstelling van het team dat de nieuwe regeling uitvoert. Twee teamleden, Pieter Kalbfleisch en Bert Kreemers, waren nauw betrokken bij het onderzoek van Deetman. „Kalbfleisch is helemaal geen expert op dit gebied. Het valt ons ook op dat het alleen maar mannen zijn.”

Over de hoogte van de vergoedingen zegt econoom John Bakker van de bisschoppenconferentie via een woordvoerder: „Dat leek de kerk een redelijk voorstel van de heer Deetman. Er zit ook variatie in om recht te doen aan de verschillende ervaringen.” Bakker verdedigt de samenstelling van de commissie op grond van „hun opgebouwde deskundigheid”.

Deetman gaat in zijn reactie naar de Kamercommissie niet in op de beschuldiging dat het VPKK geweerd is tijdens het overleg. Hij reageerde niet op vragen van deze krant.