Goed toezicht voor een kistje wijn, dat kan niet

Bestuurders verzekeren zich tegen schadeclaims. Voor een bescheiden vergoeding lopen ze grote financiële risico's. „Vestia is een waarschuwing.”

Ben ik wel goed verzekerd? Dat is het eerste wat een commissaris tegenwoordig moet vragen als hij bij een bedrijf wordt aangesteld. En dan niet voor een paar miljoen euro – dat is echt te weinig. Zeker bij een beursgenoteerde onderneming. De risico’s zijn te groot geworden.

Henk Pasman, advocaat en curator bij het Utrechtse kantoor Wijn & Stael , ziet het zo vaak, zegt hij: ‘bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen’ die te lang geleden zijn afgesloten, in een tijd waarin miljoenenclaims jegens toezichthouders nog onvoorstelbaar waren, laat staan miljardenclaims.

Afgelopen weekeinde werd bekend dat woningcorporatie Vestia acht oud-commissarissen aansprakelijk heeft gesteld voor de schade van ruim 2 miljard euro op (renteverzekeringen) derivaten. De toezichthouders zouden in gebreke zijn gebleven bij het toezicht op de handel in derivaten en de financiële administratie.

„Maar 2 miljard”, zegt Pasman, die betrokken is bij grote aansprakelijkheidszaken als de faillissementen van automatiseringsbedrijf Landis en zorgorganisatie Meavita, „dat is een bedrag dat je niet kunt verzekeren. En die mensen hebben dat geld ook niet. Dat kun je nóóit verhalen.”

De polis van de aansprakelijkheidsverzekering van de oud-commissarissen van Vestia heeft een gezamenlijke dekking van maximaal vijf miljoen euro, volgens betrouwbare bronnen. Los daarvan zouden de toezichthouders zelf nog aanspraak kunnen maken op een dekking van één miljoen euro voor juridische kosten.

Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering beschermt zo het privévermogen van bestuurders tegen claims. Claims die ze krijgen omdat ze het bedrijf schade hebben toegebracht, of via het bedrijf schade toebrachten aan anderen. Maar die verzekering wordt niet uitbetaald als die schade bijvoorbeeld is veroorzaakt door bewust onrechtmatig handelen, of door bewuste nalatigheid. De verzekeraar betaalt alleen, zegt hoogleraar corporate finance Jaap Koelewijn, als je écht kunt aantonen dat je voldoende zorgvuldig hebt gehandeld en dat hebt vastgelegd. „Verzekeraars stellen steeds zwaardere eisen, de claims worden steeds hoger en de premies – die worden betaald door het bedrijf waarvoor de bestuurders en toezichthouders werken – lopen daardoor ook op.”

En als de verzekeraar uitbetaalt, wordt lang niet altijd de hele claim gedekt. Volgens Koelewijn, die zelf toezichthouder is bij verschillende bedrijven, dekt de verzekering meestal voor enkele miljoenen euro’s en „bij grotere instellingen wat meer”. Maar nooit, zegt ook hij, voor 2 miljard euro zoals bij Vestia. Het komt vaak voor dat de claim hoger is dan de verzekering, zegt advocaat Pasman. „En die verzekering gaat al grotendeels op aan de kosten van rechtsbijstand.” Dat wat de verzekeraar niet uitbetaalt, komt voor rekening van de bestuurders. Koelewijn: „Maar die hebben dat geld niet. Als die hun huis en hun postzegelverzameling verkopen, ben je misschien een half miljoen verder.”

Claims hebben dus absoluut een disciplinerende werking, zegt Koelewijn. „Het is bovendien tijdverslindend, bedreigend en een ernstige beschadiging van je reputatie. De commissarissen van Vestia hoeven zich voorlopig nergens meer te vertonen.”

Koelewijn ziet deze zaak, en ook de andere zaken die de laatste jaren speelden, zoals de procedure die nu loopt tegen de raad van toezicht van de Maastrichtse woningstichting Servatius, als een waarschuwing voor de nieuwe generatie commissarissen. Hij noemt het „een raadsel” hoe instellingen mensen nog zover krijgen „dat ze voor een paar duizend euro en een kistje wijn per jaar toezichthouder willen worden bij corporaties waarin honderden miljoenen rondgaan”.

Volgens de Wet normering topinkomens mogen toezichthouders niet meer dan 5 procent van het salaris van een bestuurder verdienen. Dat leidt, volgens Koelewijn, tot „rare dingen”. „Voor 10.000 euro per jaar kan iemand hooguit een dag of zes werken. Je kunt niet verwachten dat mensen tegen zo’n tarief goed werk kunnen verrichten. Het toezicht is nog steeds niet professioneel georganiseerd.”

Dat vindt ook advocaat Pasman. Wil je goed toezicht houden, zegt hij, dan moet je er veel tijd aan besteden. „Een reële beloning is dan rechtvaardig.”

De schroom om toezichthouder te worden groeit, zegt Pasman. Dat er voor commissarissen iets aan het veranderen is, blijkt wel uit een onderzoek dat de hoogleraren Mijntje Lückerath en Auke de Bos begin dit jaar publiceerden. Daaruit bleek dat 88 procent van de commissarissen vindt dat de aansprakelijkheid is toegenomen. Dat gevoel heerst het sterkst onder commissarissen bij zorginstellingen, woningcorporaties, coöperaties en beursondernemingen. Ze hebben het gevoel meer risico te lopen op claims, zegt Lückerath. „Dat komt ook door de angst voor hun reputatie. Alles komt tegenwoordig in de krant.”