Geroofde kunst tussen bedorven voedselresten

In een flat in München is een enorme kunstschat gevonden 1.500 werken, goed voor honderden miljoenen euro’s Een deel is roofkunst: door de nazi’s gestolen van Joodse kunstenaars

Adolf Hitler in 1935, bij kunst die ‘Entartete Kunst’ werd genoemd: ‘ontaarde kunst’ in de ogen van de nazi’s. Foto Hollandse Hoogte

Cornelius Gurlitt (80) leeft tussen halflege pakken sinaasappelsap, conservenblikken en kant- en klaarmaaltijden. De uiterste houdbaarheidsdatum is soms al verstreken sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. De tachtigjarige ruimt zelden op, waardoor overal borden slingeren met veelal rottend eten.

Dat is niet opvallend als je weet dat hij nooit iemand binnenliet in zijn appartement in München-Schwabing, zelfs naaste familieleden niet.

Het is wel opvallend, nu bekend is dat Gurlitt in hetzelfde appartement meer dan 1.500 kunstwerken conserveerde: schilderijen, etsen, tekeningen en drukwerk van de grote meesters van het expressionisme, kubisme en impressionisme; kunstenaars als Pablo Picasso, Henri Matisse, Marc Chagall, Emil Nolde, Otto Dix, Paul Klee en Oscar Kokoschka.

Tot twee jaar geleden, toen liet de Duitse douanepolitie de kunst afvoeren (niet de etenswaren) naar een depot even buiten München. Daar brengen enkele kenners de werken in kaart en proberen hun herkomst na te gaan.

Tot afgelopen weekeinde deden ze dat onder grote geheimhouding. Het Duitse weekblad Focus maakte de spectaculaire vondst wereldkundig.

Veel van de kunst werd door de nazi’s als ‘ontaard’ gekwalificeerd, strijdig met de Duitse volksaard. De werken uit het appartement waren sinds de oorlog kwijt, of verloren gewaand. De totale waarde loopt in de honderden miljoenen euro’s.

Met 9.000 euro contant in de trein

De politie kwam de werken op het spoor omdat Gurlitt in de trein van Zürich naar München 9.000 euro in contanten bij zich droeg. Dat is toegestaan. Toch was het reden voor de politie de man langer te volgen. Toen ze zijn appartement op gerechtelijk bevel doorzochten, werden ze verrast door de sensationele hoeveelheid waardevolle kunst. Maar de puzzelstukjes vielen al snel in elkaar.

Cornelius Gurlitt is de zoon van Hildebrand Gurlitt. Die was voor de oorlog een bekende kunsthandelaar. Hij verloor zijn baan als museumdirecteur, in achtereenvolgens Hamburg en Zwickau, omdat zijn grootmoeder Joods was. Toch vroegen de nazi’s hem, vanwege zijn kennis en contacten, om vanaf 1938 in beslaggenomen ‘ontaarde’ werken te verkopen in het buitenland. Hij was een van vier handelaren die daartoe was gemachtigd door het totalitaire regime. Ook kocht hij kunst van vervolgde Joodse verzamelaars, voor lage prijzen. En hij was, tijdens de oorlog, actief in Frankrijk, als inkoper voor Hitlers geplande Führermuseum in Linz. In die jaren heeft hij kennelijk ook zelf een omvangrijke collectie weten aan te leggen.

Na de oorlog zagen de Amerikanen hem als slachtoffer van het regime. In 1956 kwam hij bij een verkeersongeluk om het leven.

Zoon Cornelius, die volgens het Duitse blad Focus een zonderlinge indruk maakt, leeft al minstens vijftig jaar in de vervuilde schatkamer. Tot voor kort bestond hij niet voor de Duitse overheid: hij heeft sofinummer noch ziektekostenverzekering en zijn buren zagen hem zelden het gebouw verlaten. Toch leefde hij al vijftig jaar in de vervuilde schatkamer en moet hij af en toe naar buiten zijn gegaan om een van de kunstwerken via een veiling of aan een galerie te verkopen. Dat blijkt uit documenten die de politie in het appartement heeft gevonden.

Zelfs na inval door de politie heeft Gurlitt een werk van Max Beckmann, De leeuwentemmer, laten veilen. Hij bracht de Beckmann, in bijzonder slechte staat, naar veilinghuis Lempertz in Keulen, dat in de catalogus keurig vermeldde dat het uit de collectie-Gurlitt afkomstig was. Opbrengst: 864.000 euro. Het wijst op de mogelijkheid dat Gurlitt op nog meer plaatsen kunst heeft opgeslagen.

Niet bekend welke schilderijen

De politie is niet blij met de onthulling in Focus. Het wil niet zeggen welke werken er allemaal gevonden zijn in het appartement van Gurlitt. Eerst moet het onderzoek naar waarde en vooral herkomst worden afgemaakt. En dat, laat de politie weten, kan nog wel eens heel lang duren.

Wel hebben anonieme bronnen verklaard dat een tekening van Carl Spitzweg tussen de werken zit. De weduwe Gurlitt, moeder van Cornelius, in de jaren zestig heeft beweerd dat die, met de rest van de verzameling, op 13 februari 1943 in vlammen is opgegaan na het bombardement op Dresden. Die leugen wijst op opzettelijke misleiding, wat relevant zou kunnen blijken bij eventuele claims op de werken door nazaten van de oorspronkelijke eigenaren.

Ook meldt Focus dat er een schilderij van Matisse in de verzameling zit die uit de geconfisqueerde verzameling van de joodse kunsthandelaar Paul Rosenberg komt. Het moet tot vreugde, of in ieder geval hoop hebben geleid in Parijs. Rosenbergs kleindochter, de Franse journaliste Anne Sinclair, zoekt immers al jaren naar die door de nazi’s geroofde werken. Haar zoektocht heeft nogal wat publiciteit gegenereerd, voornamelijk omdat ze de ex-vrouw is van de voormalige directeur van het IMF, Dominique Strauss-Kahn.

De oude Gurlitt schijnt de inbeslagname lijdzaam te hebben ondergaan; hij trok zich terug in zijn verduisterde slaapkamer. Eén keer gaf hij commentaar. De politie, zei hij, had zich al deze moeite kunnen besparen. De kunst zouden ze „binnenkort” toch hebben gevonden. Hij is immers oud en heeft geen kinderen.