Flamboyant en onverschrokken

Milieuvervuiling, geluidsoverlast, veerdiensten – ze kwamen allemaal aan bod in het eerste jaar van staatssecretaris Mansveld. Maar haar lastigste klus is de probleemtrein Fyra.

Foto ANP

Wie politieke en niet-politieke vrienden van Wilma Mansveld (51) spreekt, zou bijna denken dat staatssecretaris zijn helemaal niet zo’n drukke baan is. Iedereen prijst hoe attent, trouw en gul ze is, hoe ze voor iedereen klaar staat. „Als je jarig bent, komt ze onaangekondigd langs”, zegt Paul van Bussel, architect en vriend. „Mocht je er niet zijn, dan vind je bij thuiskomst een cadeautje in de brievenbus.”

Drie weken geleden hadden voormalige Statenleden, gedeputeerden en bestuurders van de PvdA in de provincie Groningen een reünie. Mansveld organiseerde het; dat had ze nu eenmaal beloofd. Ze mailde een uitnodiging en belde iedereen nog eens op om te zorgen dat ze echt zouden komen.

„Dan gaat ze niet zitten miepen, omdat ze nu toevallig staatssecretaris is”, zegt Marc Calon, voorzitter van Aedes, de koepel van woningcorporaties, en eerder provinciaal lijsttrekker van de PvdA. „Binnen een week had iedereen zijn andere afspraken verzet”, vertelt Tweede Kamerlid Henk Nijboer, ook oud-Statenlid.

En dus kwamen op 11 oktober 25 PvdA’ers bijeen in hotel Corps de Garde, in de oude binnenstad van Groningen. Op het menu: een visstoofpotje met frietjes, zalm, een vegetarische maaltijd. Geen poespas. Al wordt Mansveld als staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, onder meer verantwoordelijk voor het spoor, tegenwoordig elke vrijdag met haar BMW-dienstauto terug naar Groningen gereden, naar het etentje kwam ze gewoon op de fiets.

Je zou bijna denken dat staatssecretaris Mansveld weinig te doen heeft in Den Haag. Het tegendeel is waar. Het milieu, de geluidsoverlast van Schiphol, de veerdiensten op de Waddenzee – ze kwamen allemaal in haar eerste jaar aan bod. Maar haar grootste klus is de probleemtrein Fyra. Een complex en politiek gevoelig dossier. Mansveld komt daardoor veel vaker in de publiciteit dan haar minister, Melanie Schultz van Haegen (VVD).

Mansvelds politieke loopbaan begon in Groningen waar ze Statenlid, gedeputeerde en redacteur van het partijblad Het Rooie Dorp was. Ze was koud twee maanden in Den Haag toen de Fyra uit de dienstregeling werd genomen. Het leidde tot maatschappelijke verontwaardiging, confrontaties met boze Kamerleden, en honderden miljoenen aan gemiste inkomsten voor de staat. Het alternatief waar de NS daarna mee kwam, heeft Mansveld goedgekeurd. Gisteren bleek in een debat dat de Tweede Kamer uitermate kritisch is. Vanavond en morgenavond, tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie, zal het opnieuw over de Fyra gaan.

Daarmee is Mansveld bezig aan misschien wel haar belangrijkste test als bewindspersoon. Maar het Fyra-dossier lijkt ideaal voor haar. Zo warm als ze persoonlijk is, zo zakelijk en bestuurlijk wordt haar politieke stijl genoemd. Ze is zó inhoudelijk, dat er zelden ruimte is voor improvisatie of een diepe ideologische visie.

Mansveld is een dossiervreter die zich moeilijk losmaakt van het papier en zwaar leunt op haar ambtenaren, zowel bij debatten als bij gesprekken op haar ministerie. Dat maakt geen sterke indruk, vinden sommigen. „Ze moet af en toe eens met losse handen durven fietsen en meer op haar gevoel afgaan”, zegt CDA-woordvoerder openbaar vervoer, Sander de Rouwe.

Wilma Mansveld leek uit het niets te komen toen ze vorig jaar aan het kabinet-Rutte-II werd toegevoegd. De opvallende benoeming kreeg nog extra gewicht toen bleek dat minister Schultz niet langer verantwoordelijk wilde zijn voor het spoor en dat bij haar staatssecretaris neerlegde. Een buiten Groningen onbekende vrouw bepaalt nu de toekomst van de treinreiziger en draagt verantwoordelijkheid voor honderden miljoenen euro’s die de hogesnelheidslijn de staatskas moet opleveren.

Marc Calon ergert zich aan de „randstedelijke verbazing” over haar komst naar Den Haag. „Iedereen die heeft opgelet, had kunnen zien hoe ver zij het zou schoppen.”

Mansvelds carrière is niet via de gangbare route langs het vwo en de universiteit gelopen. Ze groeide op met een jongere broer in Utrecht en Vianen, waar haar vader vertegenwoordiger was – eerst in graszaad en later in beton – en haar moeder huisvrouw. Ze stak weinig tijd en energie in school, en moest daarmee stoppen nadat ze twee keer zakte voor haar eindexamen.

Ze ging werken als secretaresse in een ziekenhuis. In de avonduren maakte ze alsnog haar havo af, werd boekhouder bij autofabrikant Jaguar en klom op tot het management van Gran Dorado-vakantieparken. Voor de liefde verhuisde ze in de jaren tachtig naar Groningen. Daar werd ze secretaris van de SER Noord-Nederland. Na haar veertigste kwam ze in provinciale politiek terecht. Twee jaar geleden werd ze gedeputeerde voor economische zaken en jeugdzorg.

Bij haar afscheid bij de SER kreeg ze van haar collega’s een eigen glossy, de Wilma, vol lovende woorden. En met een fictief interview waarin Mansveld in 2033, dan commissaris van de koningin in Groningen, terugblikt op haar carrière als onder andere minister van Milieu en Europees commissaris voor Energie.

In het blad refereert bijna elke auteur aan haar flamboyante verschijning. Haar kapsel verandert voortdurend: van een grote bos donkere krullen naar een korte coupe met grijze lok, naar helemaal grijsblond nu. Klaas Swaak van de SER, bij wie zij in 2000 solliciteerde, schreef: „Daar zat zij, in het zwart, zorgvuldig gekleed en gekapt, zelfbewust en ik zou haast zeggen: onverschrokken.”

Haar thuissituatie is evenmin alledaags. Mansveld heeft geen kinderen maar ontfermde zich wel al op haar 22ste over een pleegdochter van 12. Haar huidige vriend Jakob Bos, voorheen ook actief voor de PvdA, lijdt aan een ernstige longziekte. Toen Mansveld door PvdA-leider Diederik Samsom werd gevraagd om staatssecretaris te worden, twijfelde ze of dat te combineren zou zijn met haar privéleven. Ze zou door de week in Den Haag wonen en extra hulp voor Jakob moeten regelen. Maar diepgaand overleg met haar vriend bleek overbodig. Hij reageerde wat verstoord, omdat hij daarvoor de voetbalwedstrijd op televisie moest uitzetten. Staatssecretaris worden? Daar kun je geen nee op zeggen, zei hij. Waarna hij de tv weer aanzette.

Mansveld had in Den Haag geen gemakkelijke start. Terwijl de Fyra stilstond, was er in januari ook heibel op haar departement. Ze werd geconfronteerd met een kritisch rapport over spoorbeheerder ProRail, dat in een la was gestopt in plaats van naar de Kamer gestuurd. Mansveld legde de schuld bij haar ambtenaren en dreigde met „disciplinaire maatregelen” tegen degenen die het rapport hadden achtergehouden. Dat is „not done”, zegt Betty de Boer, VVD-woordvoerder spoor. Een bewindspersoon is en blijft altijd verantwoordelijk. De Boer: „Zoiets kun je één keer doen. Daarna moet je het respect bij je ambtenaren terugverdienen.”

Mansveld „moest wennen aan de bestuurscultuur in Den Haag”, zegt Betty de Boer, die ook in Groningen woont. „Ik heb haar gewaarschuwd. In Groningen is het vrij regentesk allemaal. Als bestuurder heb je het ook echt voor het zeggen. In Den Haag neemt de Kamer je vaak de maat.”

Wat haar misschien een vreemde politicus maakt, zegt Marc Calon, is dat ze „geen bokito” is. Ze staat niet vooraan als er een camera draait en slaat zichzelf niet op de borst over haar eigen prestaties. „In de politiek zitten veel mensen met scherpe ellebogen, maar die heeft zij helemaal niet.”

Toch is de tijd in Den Haag de mooiste baan uit haar leven geweest, concludeert Mansveld in het nepinterview in de Wilma. Minister van Milieu is ze dan wel niet geworden, maar volgens Calon doet haar echte baan daar niet voor onder: „Ze heeft een klote portefeuille met die klote treinen. Twee blaadjes op het spoor en het land is weer in rep en roer. Ze heeft een zwaardere taak dan menig minister.”