Favoriet van Karel V

Michiel Coxcie, De heilige Maagschap (1540) © Stift Kremsmünster, Foto Fotostudio Leeman

Keizer Karel V bezat een collectie die in omvang en kwaliteit paste bij zijn onmetelijke status. Toen hij in 1555 in Brussel afstand deed van de troon nam hij enkele schilderijen mee naar zijn nieuwe residentie in Spanje. Bij zijn keuze uit werken van de beroemdste kunstenaars van de zestiende eeuw, zaten er drie mee van ene Michiel Coxcie ((1499 – 1592). De hoge waardering voor deze Vlaming in zijn eigen tijd contrasteert met de geringe bekendheid die zijn naam tegenwoordig nog heeft. Een expositie in Leuven geeft voor het eerst een overzicht van zijn werk en beoogt volgens de catalogus niets minder dan hem zijn „verdiende plaats in de voorhoede van de kunstgeschiedenis terug te geven”.

Daarmee stelt het museum zich geen gemakkelijke taak, alleen al omdat het met zo’n vijftig schilderijen en tekeningen, plus enkele wandtapijten en prentenreeksen naar Coxcie’s ontwerp, maar een deel van diens oeuvre toont. De keuze is echter representatief voor de lange loopbaan van Coxcie, die op 93-jarige leeftijd (nota bene tijdens de arbeid) overleed. Van doorslaggevend belang was de periode van tien jaar die hij doorbracht in Italië. Dat waren de jaren 1530, toen nog maar kort tevoren opgegraven antieke beelden een even grote indruk op de noordelijke schilder zullen hebben gemaakt als de kakelverse fresco’s van Rafael en Michelangelo.

Terug in Vlaanderen combineerde Coxcie de noordelijke schildertraditie virtuoos met renaissance voorbeelden. Het altaarstuk met de Heilige Maagschap (1540), waarin Maria en Jezus worden omringd door allerlei verwanten, is er een mooi voorbeeld van. Minutieus weergegeven gezichten en stoffen zijn opgenomen in een solide, uitgebalanceerde compositie. Motieven als de figuur van Maria en die van de knielende jonge Johannes de Doper zijn regelrecht overgenomen van schilderijen van Leonardo da Vinci. Deze Italiaans geïnspireerde stijl zal hebben bijgedragen aan Coxcie’s aanstelling als hofschilder van landvoogdes Maria van Hongarije en haar broer Karel V, en later van diens opvolger Filips II.

In deze prestigieuze functie maakte Coxcie in een moderne renaissancestijl schilderijen en wandtapijten voor de keizerlijke residenties. En hij kopieerde voor koning Filips het beroemde altaarstuk Het Lam Gods van zijn Vlaamse collega’s van ruim een eeuw eerder, Jan en Hubert van Eyck. De veertien losse panelen die in de loop der tijd in verschillende collecties zijn terechtgekomen, zijn nu voor het eerst weer bij elkaar te zien.

Zijn bijnaam ‘Vlaamse Rafael’ heeft Coxcie waarschijnlijk vooral verworven op grond van zijn elegante tekeningen van mythologische, vaak erotisch getinte onderwerpen en de invloedrijke prenten die ernaar zijn gemaakt. Maar kennelijk waren het andere kwaliteiten die een tijdgenoot als Karel V in Coxcie’s werk waardeerde. Een van de schilderijen die de keizer in 1555 uitkoos is een Kruisdraging, met nogal houterige figuren en een ongemakkelijk verkorting in het kruis dat Christus op zijn schouder torst. De expositie illustreert ook niet in de eerste plaats een aspect van de intrede van de Italiaanse renaissance in Vlaanderen, maar vooral de verrassend uiteenlopende, zowel Noordelijke als Italiaanse, dimensies van het werk van Michiel Coxcie.