De oorlog in Irak bestaat niet

Kevin Powers schreef als een van de eersten een roman over zijn ervaringen tijdens de Irakoorlog. „Ik heb er spijt van dat ik erheen ben gegaan, dat ook ik zoveel leed heb toegebracht.”

Kevin Powers: „Ze sturen getraumatiseerde jongens terug naar Irak of Afghanistan” Foto Bram Budel

Redacteur Boeken

‘Het schuldgevoel de oorlog te hebben overleefd is niet het grootste probleem van oorlogsveteranen. Het idee geïsoleerd te zijn, is minstens even groot”, legt oorlogsveteraan Kevin Powers uit. Op zijn 23ste – in 2003 – vertrok hij naar Irak, waar hij een jaar verbleef. Eenmaal terug bleek hij ernstiger getraumatiseerd dan hij had kunnen inschatten toen hij in Irak zat. Schrijven heeft geholpen, verklaart hij beslist, maar praten lijkt ingewikkelder. Zijn gezicht beweegt nauwelijks tijdens het gesprek en zijn blik blijft bijna de hele tijd strak naar de grond gericht. Hij laat veel stiltes vallen, zijn stem en gezicht verraden geen enkele emotie.

„Kijk, als je er zit heb je helemaal geen tijd om die dingen te verwerken, maar als je daarna eenmaal thuis zit, heb je alleen nog maar tijd. En dan ga je nadenken over of je schuldig bent. Niet alleen dat jij het wel hebt overleefd en anderen niet, maar überhaupt over de hele oorlog. Het lijden, de trauma’s, de schuld: naarmate je langer thuis bent, worden die gevoelens alleen maar erger. Je kent jezelf niet meer. Je hebt een nieuwe identiteit, die van overlever. Schuld is daar een deel van, maar ook doelloosheid. In een oorlog weet een soldaat wat hij moet doen. Thuis niet meer. En dat legt een enorm emotioneel beslag op je. Het gevoel van zinloosheid is gevaarlijk. Ik heb van veel veteranen de reactie gehad dat ze vonden dat ik de weerslag van hoe het was om thuis te zijn goed heb weergegeven. Familie van veteranen geven ook aan dat ze nu een glimp hebben kunnen opvangen van wat hun zoon, dochter, man of vrouw doormaakt. Dat doet me enorm goed. En ja, het schrijven van Gele vogels heeft me ook goed gedaan, niet om de oorlog te verwerken, maar gewoon om een doel te hebben.”

Dat klinkt erg praktisch.

„Nou, naast het geven van een doel, lukte het me om zo mijn gedachten over Irak onder woorden te brengen, en de ervaringen van anderen te delen, om daarop te kunnen reflecteren: dat was heel waardevol. Iedereen die iets traumatisch meemaakt wil het blokkeren, er niet over denken. En dat is altijd gevaarlijk. Schrijven was dus wel een vorm van verwerken, een poging om mijn eigen besluiten te begrijpen, erover na te denken.”

Waarom heb je je indertijd aangemeld voor het leger?

„Net als veel jonge mensen had ik het gevoel van onoverwinnelijkheid. Je snapt verstandelijk wel wat oorlog is, maar je denkt: ik ga dat anders doen, anders voelen, ik ben 17 en ik ben niet iemand die met trauma’s wordt opgezadeld. Ik ging het leger niet in omdat ik zin had in oorlog, maar had een abstract idee over Man worden, volwassen worden.”

Heb je spijt van je keuze?

„Ik heb vooral spijt van mijn vertrek naar Irak. Ik zou willen dat die hele zinloze oorlog er niet geweest was. Er is zoveel geleden door de soldaten en door de Iraki’s. Van de laatste groep kunnen we ons in Amerika niets voorstellen. Ja, ik wel, maar de meeste Amerikanen niet. En ik heb spijt dat ik deel van heb uitgemaakt van het toebrengen van dat leed. Als je middenin een land van 20 miljoen mensen bent, is het toch maar een heel klein deel waarmee je aan het vechten bent. Het geweld is reëel, maar het komt uit zo’n kleine hoek van de bevolking. Dat is bedrieglijk. De oorlog die je denkt te vechten is niet de oorlog die je echt vecht. De ‘oorlog in Irak’ bestaat niet, je vecht tegen een paar mensen die je nooit ziet, de vijand is een vaag gerucht. Het gevaar is zo intens en zo zeldzaam en zo verborgen, maar ook zo gewelddadig, en genadeloos: er is een soort… ik weet het niet. Het toetakelen van Amerikaanse soldaten, wat natuurlijk ook gebeurt, weerspiegelt de aard van het gevecht, het slagveld. Maar wat ik heb meegemaakt, heeft me ook gevormd. Ik denk anders over de wereld dan ik gedaan zou hebben wanneer ik niet was gegaan. Hoe zeg je dat [diepe zucht]... Ik had dat inzicht liever op een andere manier bereikt.”

Het zelfmoordgehalte onder Irakveteranen is extreem hoog – ongeveer 20 per dag – maar jij hebt het gered.

„Ja, en dat is puur door het schrijven. Ik geloof echt in het bereiken van empathie door verbeelding. En, het klinkt als een cliché, doordat er een tijd overheen is gegaan. Ik ben er maar één jaar geweest, mijn diensttijd zat erop en ik hoefde niet terug. Maar sommigen moeten gewoon weer terug, domweg omdat hun tijd in het leger er nog niet op zit. Ze sturen jongens die getraumatiseerd zijn rustig weer terug richting Irak of Afghanistan. Er zijn jongens die het begin van hun volwassen leven alleen maar in oorlog hebben geleefd. Als je twintig bent, en je leeft vijf jaar lang aan het front, midden in de oorlog, dan moet je toch wel gek worden? Het is niet echt verbazingwekkend dat er meer soldaten zijn gestorven door de zelfmoord na Irak dan in Irak. Maar ze kunnen ook niet anders, ze hebben niet genoeg mensen om alle oorlogen te vechten waaraan ze zijn begonnen, en dus sturen ze steeds dezelfde mensen. Die worden zo geofferd, steeds meer kapot gemaakt. Dat is wat ik ook met mijn personages laat gebeuren: ze worden beesten, machines. Dat is wat ik wilde laten zien: de gevolgen van hoe ons leger in elkaar zit.”

Dus Obama zou er goed aan doen Gele Vogels te lezen?

„Het is belangrijk dat de mensen die beslissingen nemen begrijpen wat oorlog met mensen doet. Als een boek als het mijne helpt Obama beter te laten beseffen dat hij mensen stuurt in plaats van nummers dan lijkt het me nuttig wanneer hij mijn boek leest.”

Dus mocht hij nog plannen hebben met Syrië…

„Ik ben er niet van overtuigd dat je moet bombarderen in Syrië. Het is verschrikkelijk wat daar gebeurt, maar wat gaat het oplossen? Bombarderen is toch geen gebaar? Dat slaat nergens op. Om het eens heel simpel te zeggen: ik ga niet ergens heen als ik niet ben uitgenodigd. En als een regel ten opzichte van andere soevereine landen, lijkt het me een duidelijk principe. Ik geloof absoluut in onze goeie bedoelingen, meestal. Onze regering bedoelt het goed. Maar goede bedoelingen die tot gevolg hebben dat je steden vernietigt: wat hebben ze daaraan? Zoals bekend: de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Niemand vraagt om onze hulp. En er zijn veel problemen in ons land waar we ook mee bezig zouden kunnen zijn.”