De apotheker is er niet om een pillenhandelaar te zijn

Apothekers uit Amsterdam zijn boos. Twintig van hen stappen naar de rechter om het gedrag van een zorgverzekeraar aan de orde te stellen. Achmea, bekend van merken als Zilveren Kruis, Agis, FBTO en Avéro, zou de apothekers te lage vergoedingen bieden voor hun werkzaamheden. De kosten zijn hoger dan de vergoedingen, is de klacht. Zo wordt apotheken de nek omgedraaid.

De woede van de apothekers is begrijpelijk. Hun gang naar de voorzieningenrechter – morgen dient een kort geding – is een nieuw hoofdstuk in de evolutie van het Nederlandse zorgstelsel. Stap voor stap worden meer krachten van vraag en aanbod in de zorgsector losgelaten. Dat gaat gepaard met pijn, met conflicten, en soms ook met uitwassen.

In Amsterdam is Achmea een lokale monopolist. Bijna 70 procent van de Amsterdammers is via zijn zorgverzekering klant van Achmea. Die zorgverzekeraar koopt jaarlijks de zorg in en sluit daartoe contracten met artsen, apothekers, ziekenhuizen en andere zorgaanbieders. Veel van die partijen kunnen zonder contract hun praktijk wel sluiten. Want dan krijgen patiënten niet alles vergoed en dreigen zij in een administratieve hel van declaraties te belanden. Tekenen bij het kruisje dus.

Dat mag onrechtvaardig lijken, maar is het niet. De apotheker is een wettelijk beschermd beroep. Zijn praktijk wordt uit de collectieve middelen gefinancierd. Hij is ervoor om de juiste medicijnen te preparen, te controleren en te verstrekken. Tot voor kort verdienden apothekers echter vooral aan de handel in geneesmiddelen. Bovengemiddeld hoge winstmarges maakten van de apotheker een geliefd beroep – en een pillenhandelaar.

De liberalisering van tarieven beëindigt die praktijk. De scherpe groei van het aantal apotheken is gestuit. Zorgverzekeraars dwingen met hun inkoopmacht majeure prijsverlagingen af. De grootste kostenverlagingen in de zorg worden bij geneesmiddelen gerealiseerd. Het is de belangrijkste verklaring voor de daling van de premies in 2014. Bij het herfstakkoord van kabinet en drie oppositiepartijen werden deze kostenreducties nóg wat zonniger ingeschat.

In Amsterdam is sprake van een koude sanering. De vraag is hoever de zorgverzekeraar kan gaan. Daarvoor bestaat een belangrijke beveiliging: de zorgverzekeraar heeft de wettelijke plicht goede toegankelijke zorg voor zijn verzekerden te waarborgen. Als er te weinig apotheken in Amsterdam overblijven, heeft de apotheker of de verzekerde niet alleen een probleem, maar de zorgverzekeraar zelf ook. De verzekerden van Achmea hebben in Amsterdam baat bij een apotheker in de buurt. Maar die hoeft niet onnodig duur te zijn, of overdreven dichtbij.