Brussel bindt strijd aan met plastic zwerfafval

De Europese Commissie heeft lidstaten gisteren opgedragen het gebruik van kleine plastic tasjes drastisch terug te dringen.

1 Wat is er mis met de plastic tassen?

In 2010 werden in de Europese Unie 98,6 miljard plastic tassen gebruikt: 198 tassen per inwoner. Ongeveer 90 procent van die tassen waren ‘lichtgewicht’. Dat wil zeggen: geschikt voor eenmalig gebruik. Volgens de Europese Commissie eindigen zulke tassen eerder als zwerfafval, omdat ze sneller stuk gaan of wegwaaien. Brussel maakt zich zorgen over de ‘plastic soep’ die in zeeën en rivieren is ontstaan: in de magen van 94 procent van alle vogels in het Noordzeegebied zou plastic zitten. Plastic in de natuur is ook lelijk en slecht voor het toerisme. En het is politiek gezien een prettig onderwerp: een overgrote meerderheid van de Europeanen is er tegen. „Plastic tassen zijn een symbool van onze wegwerpmaatschappij’’, zei Europees commissaris Janez Potocnik (Milieu) gisteren. „Ze zijn gemaakt van materiaal dat vele honderden jaren meegaat, terwijl we ze maar voor een paar minuten gebruiken.” Volgens schattingen eindigen elk jaar meer dan 8 miljard plastic tassen als zwerfafval in de EU.

2Worden plastic tasjes verboden?

Nee, in ieder geval niet door Brussel. De Europese Commissie draagt lidstaten op „om maatregelen te nemen die het gebruik van lichtgewicht, minder vaak bruikbare plastic tassen” terug te dringen, maar het is nadrukkelijk aan de landen om te bepalen welke stappen worden gezet. Die kunnen zelf, op nationaal niveau, bijvoorbeeld een verbod afkondigen. De Europese definitie van een ‘klein plastic tasje’ wordt vastgelegd op ‘dunner dan 0,05 millimeter’.

3 Was een verbod nog niet mogelijk?

In 2011 wilde Italië als eerste EU-lidstaat een verbod op kleine plastic tasjes invoeren, maar dat stuitte meteen op kritiek. Allereerst omdat zo’n verbod in strijd zou zijn met de regels voor de Europese interne markt: een lidstaat kan niet zomaar een product weren dat in andere lidstaten wel gewoon te krijgen is, tenzij hier een zwaarwegende reden voor is, zoals een gevaar voor de volksgezondheid. Bovendien ontstonden meteen twijfels over de intenties van Italië: het verbod zou namelijk niet gelden voor een bepaalde soort biologisch afbreekbaar plastic dat toevallig veel in Italië wordt gemaakt. Andere lidstaten, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk voorop, wendden zich daarop tot de Europese Commissie. Die besloot gisteren de regels voor de interne markt wat op te rekken, althans wat betreft kleine plastic tassen: landen mogen een verbod instellen, met de nadrukkelijke toevoeging dat daarbij niet gediscrimineerd mag worden. Lidstaten die minder ver willen gaan, mogen het gebruik van tassen ook ontmoedigen met heffingen of mogen zichzelf doelstellingen opleggen. Tegen Italië loopt nog een ‘inbreukprocedure’, die volgens Potocnik ook met de nieuwe regels nog niet ten einde is.

4 Heeft strenger optreden nut?

Volgens de eurocommissaris bestaat over het effect van verboden of heffingen geen twijfel: toen in Ierland een prijs op tasjes werd geplakt „resulteerde dat in een afname van 95 procent in het zwerfafval’’. Potocnik schat dat het gebruik van plastic tassen met 80 procent kan afnemen als alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen.

5 Hoe doet Nederland het?

Vooruitlopend op de Europese regels zijn de rollen met ‘hemdtasjes’ al uit veel Nederlandse supermarkten verdwenen. Uit door de Europese Commissie gehanteerde cijfers blijkt dat elke Nederlander jaarlijks gemiddeld 71 plastic tassen gebruikt. Daarmee zit Nederland ruim onder het Europese gemiddelde. Het Nederlandse Milieu Centraal tekent daarbij desgevraagd wel aan, dat Brussel uitgaat van wegwerptasjes van 8,5 gram, terwijl het zelf in zijn berekeningen 2 gram hanteert, en daarmee uitkomt op 260 tasjes per Nederlander per jaar. De slechtste jongetjes van de klas zitten in het oosten en het zuiden van de EU: inwoners van Polen, Portugal en Slowakije gebruiken 466 tasjes per jaar. Denen en Finnen doen het uitzonderlijk goed, met 4 tasjes per jaar.