Adel zoekt liefde en geld in de twenties

In het vierde seizoen van de Britse kostuumserie belandt de adellijke familie Crawley in moderne tijden. Schrijver Julian Fellowes wil zijn personages ‘richting de afgrond’ duwen. Ex-heraut Alastair Burke bewaakt op de set de etiquette.

Het was een schok voor trouwe kijkers van Downton Abbey. Matthew Crawley, de man met wiens komst alle problemen op het landgoed waren begonnen, reed zich dood tijdens de kerstspecial – enkele minuten nadat hij vader was geworden, en eindelijk gelukkig met zijn Lady Mary.

Daarmee verdween, vanuit sociaal-economisch oogpunt, het interessantste karakter uit de Britse hitserie. Het was immers Matthew, de middle class-notaris uit Manchester, door wiens ogen we de eigenaardigheden van de Britse upper class aan het begin van de twintigste eeuw zagen. Matthew die niet was opgegroeid met gewoontes van de Earl of Grantham en diens familie, en de regels te probeerde doorbreken door bijvoorbeeld te weigeren dat hij door zijn kamenier werd aangekleed.

Maar acteur Dan Stevens wilde na drie jaar iets anders. En schrijver Julian Fellowes was daardoor gedwongen Matthew uit Downton Abbey schrijven. „Het gaf ons de vrijheid om iets heel anders te doen”, vertelde Fellowes bij de perspresentatie van seizoen vier, dat vanaf zaterdag wordt uitgezonden door de NCRV. Nu is alleen de rode Ier Branson, voormalig chauffeur maar aangetrouwd in de familie, over als schakel tussen ‘boven’ en ‘beneden’.

Het grootste thema van dit seizoen blijft – naast de liefde – geld. Matthew blijkt geen testament te hebben en dus erft baby George, zes maanden oud, tweederde van zijn bezit en de helft van het landgoed. Waar ook nog eens torenhoge successierechten over moeten worden betaald. Aan de Earl of Grantham (Hugh Bonneville) dus opnieuw de taak Downton van de ondergang te redden. „De meesten van ons maken er maar op twee terreinen een zooi van: financiën en liefde. Ik wil de personages richting de rand van het ravijn duwen”, zegt Fellowes.

Het past in de tijd. Downton Abbey is aanbeland in 1922, en in het interbellum kwam een derde van de grote Engelse landgoederen in andere handen, of werd vernietigd. De oudste zonen waren in de Eerste Wereldoorlog omgekomen, successierechten waren hoog, en landeigenaren werden steeds vaker gedwongen land te verkopen en een ‘gewone’ baan te zoeken.

De verschillen tussen de aristocratie en industriëlen werd daarmee kleiner, niet alleen in inkomen, maar ook in spraak, kleding, en vrijetijdsbesteding. Voor het eerst bestond het Lagerhuis in meerderheid uit mannen uit de middle class, en Stanley Baldwin was de eerste premier – in een lange reeks die zou volgen – die het klassensysteem verwierp.

Terwijl adellijke ouders de schijn van ongestoorde voortgang van de traditie ophielden, probeerden hun kinderen die te doorbreken. Dat verbeeldt Fellowes prachtig aan de hand van Lady Edith, de tweede dochter, die een van de Bright Young People wordt. Dat was een groep bohème adellijke dochters en zonen, onder wie de Mitford-zussen, en schrijvers, dichters en kunstenaars als Evelyn Waugh en fotograaf Cecil Beaton. Hun doen en laten werd door de roddelrubrieken gevolgd. Hun jurken (kort), haardracht (kort), en gedrag (veel roken, veel drinken) werden door anderen gekopieerd.

„Het was een tijd waarin het verschil tussen de generaties groter werd”, vertelt Alastair Burke. Hij is een van de herauten van koningin Elizabeth en daarmee expert op het gebied van protocol, en houdt op de set de historische details in de gaten. Hij stopt het draaien als bijvoorbeeld een huisknecht door dezelfde deur als de familie binnenkomt, of een van de dochters van de graaf in haar stoel hangt: „Meisjes zaten met rechte rug en nooit met de benen over elkaar”, zegt hij.

De actrices die de dochters en het nichtje van de graaf spelen, vertellen hoe Burke hen corrigeert. „De upper classmeisjes van toen spraken anders dat wat we nu denken dat een deftige uitspraak is”, zegt Lady Rose (Lily Adams). „Ik moet voortdurend in de gaten houden mijn t’s uit te spreken.” Lady Mary (Michelle Dockery) vertelt: „Mijn eerste instinctieve reactie was baby George te knuffelen. Maar dat is te modern gedacht. Ik moest rechtop blijven zitten, en geen genegenheid tonen. De kinderen zagen hun moeder alleen na de thee.”

Er was ook nauwelijks fysiek contact. „Ik moest bij de kerstaflevering voorkomen dat er werd gekust”, zegt Burke. Desondanks omhelst Lady Mary butler Carson. Dat is deels artistieke vrijheid. Maar, zegt Burke: „Het idee dat voor de familie huispersoneel niet bestond, dat ze werden genegeerd, klopt niet. Het waren mensen die voortdurend bij hen waren, vrienden op afstand. Iemand als Carson was er altijd, was deel van haar leven, zag haar opgroeien.”

In dat opzicht is Carsons rol vergelijkbaar met een kindermeisje. „Met haar deelde je geheimen, nooit met je ouders”, vertelt Burke uit eigen ervaring. En Fellowes zegt: „De nanny is geen huismeid. Ze sliep tussen de kinderen, at met hen – en niet beneden met de rest van het personeel – en had een band met de jongere generatie.”

En als de kinderen eenmaal opgegroeid waren, verzorgde het kindermeisje vervolgens de bejaarde ouders, en dan de volgende generatie kinderen. Fellows: „Ze eindigde haar leven vaak in een appartement ergens op het landgoed.”

Ook ‘beneden’ verandert er veel in de jaren twintig. Nog niet op Downton, maar in werkelijkheid verburgerlijkte de Engelse working class door de toename van het aantal kantoorbanen en de afname van het huispersoneel. De voorbode daarvan is wellicht de mixer, die in aflevering één zijn intrede doet in de keuken en kokkin Mrs Padmore doet verzuchten: „Voor je het weet kan mevrouw de keuken zelf runnen.”

Downton Abbey (NCRV, 8 afleveringen) Vanaf zaterdag, Nederland. 2, 20.20-21.10 uur