Zij kennen het belang van ICT wél

De rol van ICT zal alleen maar groter worden en dat leidt tot meer banen Maar in het onderwijs is weinig aandacht voor het vak Hoe moeten jongeren enthousiast gemaakt worden?

Apple, Google, Yahoo, eBay. Daar werken de ouders die hun kinderen naar de Waldorf School of the Peninsula sturen, in Silicon Valley. Het zijn de meest vooraanstaande ICT’ers van de VS. Maar hun kinderen krijgen op deze school geen computer te zien, geen muis, geen beeldscherm. De kinderen leren uit papieren boeken, schrijven met pennen. Want computers en onderwijs, dat vinden de ouders niet bij elkaar passen.

Het andere uiterste vind je in Sneek, waar dit schooljaar de eerste Nederlandse ‘Steve Jobs-school’ openging. Daar krijgen kinderen iPads, leren ze allerlei digitale vaardigheden, communiceren ze via Skype met hun leerkrachten. Initiatiefnemer – en opiniepeiler – Maurice de Hond: „Ik wil voor mijn dochter een school die de hulpmiddelen van vandaag gebruikt.”

De kinderen die nu naar school gaan, ook ‘gewone’ scholen, komen straks terecht in een wereld die in het teken staat van technologie. ICT – de verzamelnaam voor alle technologische beroepen – neemt een steeds prominentere rol in onze samenleving in. De sector zet nu jaarlijks 30 miljard euro om. ICT is goed voor 5 procent van het bruto nationaal product, maar draagt 20 procent bij aan de groei daarvan. De meeste deskundigen voorspellen dat de sector over vijftien jaar met eenderde is gegroeid. Hoe bereiden we onze jeugd daarop voor?

Want die groei brengt werkgelegenheid met zich mee. Hoeveel banen erbij komen, hangt af van hoe de economie zich ontwikkelt. Houdt de crisis aan, dan is er over vijf jaar nog geen tekort aan ICT’ers. Groeit de economie, dan verwachten kenners dat Nederland al in 2018 een tekort heeft van tussen de 7.000 en 8.000 ICT’ers. Goede technici zijn niet alleen gewild in eigen land. McKinsey verwacht een tekort van tienduizenden mensen met ‘deep analytical skills’ in de VS. De Hogeschool Rotterdam leidt sinds vorig jaar dergelijke specialisten van ‘big data’ op.

Nieuw type ICT’er nodig

Welk soort werknemer zoekt de sector nog meer? Roel Voogt, directeur van de Capgemini Academy, opleidingsinstituut voor ICT-consultants, verwacht een toenemende rol van technologie in onder meer de zorg (het monitoren van patiënten), het onderwijs (e-learning) en de opsporing (detectie van fraude). Daar is een nieuw type ICT’er voor nodig. Niet de stugge techneut die zijn jeugd vulde met programmeren op zijn zolderkamer. Het „hardcore programmeerwerk” vindt tegenwoordig in het buitenland plaats, zegt Voogt. In Polen of India. Nieuwe Nederlandse ICT’ers moeten het volgens Voogt niet alleen hebben van technologisch inzicht, maar ook van hun sociale vaardigheden. Ze moeten „pragmatisch” zijn, „flexibel”, „gericht op samenwerken”, „goed in conflicthantering” en de „verbinding” kunnen leggen tussen technologie en de branche waarin ze werken.

Voogt ziet veel sociaal vaardige techneuten tussen zijn sollicitanten. Maar of het ook voldoende is voor de toekomst? Dan zijn er in elk geval meer vrouwen nodig. Die willen nu niets weten van ICT. Volgens onderzoek van de Europese Commissie is slechts 30 procent van de 7 miljoen Europese ICT’ers vrouw. Dat is met name een probleem omdat werk steeds meer in teams wordt gedaan. Voogt: „Je hebt diversiteit nodig. Als je alleen maar jongens hebt, krijg je een eenzijdig team, dus minder efficiënt.”

De toenemende vraag uit de arbeidsmarkt, betekent dat jongeren enthousiast gemaakt moeten worden voor een loopbaan in de ICT. Het onderwijs schiet daar nu nog in tekort, staat in een dit jaar verschenen onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De huidige digitale vakken zijn „in veel opzichten onder de maat” en als daar niets aan gedaan wordt, komt onze koppositie als kennis- en innovatieland in gevaar.

Als voorbeeld wordt het vak informatica genoemd. Het examenprogramma voor dit vak dateert uit 1995 en is sindsdien niet inhoudelijk veranderd. Het vak zelf behandelt slechts enkele computerprogramma’s en systemen en „negeert” de „enorme” technologische ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar. „Het vak is inhoudelijk uit de tijd”, schrijft de KNAW, en daarmee is „aansluiting” bij vervolgopleidingen onder de maat. „Vrijwel alle opleidingen in het hoger onderwijs vragen juist om digitale geletterdheid, want dat is wat de afnemers, inclusief het bedrijfsleven, nodig hebben.”

‘Leren niets over werking computer’

„Ons onderwijssysteem faalt totaal”, vindt Arjen Kamphuis. Hij is IT-architect en adviseert bedrijven over technologische ontwikkelingen. „Het enige wat je op school krijgt, is een cursusje Microsoft Office. In feite leren we niets over de werking van een computer.”

Dat is precies de gedachte achter de Steve Jobs-scholen van Maurice de Hond. „ICT als vak is eigenlijk al vreemd, want het is net zo onvermijdelijk als ademen. Het is doorgedrongen tot alle componenten van ons leven, maar dat negeren we op school.”

Kamphuis betwijfelt echter of onderwijs als dat op de Jobs-school de oplossing is. „De focus van zo’n iPad-school ligt heel erg op dat apparaatje. Terwijl die tablets juist anti-leren zijn. Wat je die kinderen leert, is de eindresultaten van de computers te consumeren zoals Apple die voor je heeft bedacht. Ze kunnen beter leren hoe ze een computer in elkaar schroeven, dan leren ze wat het verschil is tussen de harddisk en pc.”

We moeten veel vroeger beginnen met het opleiden van ICT’ers, zegt professor Martin Schuurmans, lid van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. Je zou er zelfs al op de basisschool mee moeten beginnen, vindt hij. „Naast het leren van taal en rekenen kun je kinderen ook eenvoudige vormen van coderen aanleren. Als Nederland jonge mensen een kans wil geven op het internationale toneel van ICT, zul je iets moeten doen. Het is zo langzamerhand onverteerbaar dat onze jongeren digitaal laaggeletterd opgroeien.”

Maar ICT is geen doel op zich, zegt Judith Lechner. Ze is directeur van Stichting Technasium, die scholen beheert die leerlingen extra veel bètavakken geven. „Iedereen een iPad geven is niet de oplossing”, zegt Lechner. „Het gaat om de gebruikerskant, de toepassingen, samenwerken in plaats van in je eentje achter de laptop kruipen.” Het is belangrijk, zegt Lechner, met welke mentaliteit jongeren straks van school komen: open en nieuwsgierig. „Voor deze generatie is ICT toch al onderdeel van hun leven, zeker in sociaal opzicht. En met het ontdekken van technische ontwikkelingen zal de jongste generatie toch altijd de eerste zijn.”