Voetbalgeweld: de volgende dode is kwestie van tijd

De voetbalbond trad jarenlang niet op tegen geweld en nu weet ze niet wat er speelt, aldus Wesley Meijer.

Illustratie: kap

Toen grensrechter Richard Nieuwenhuizen eind vorig jaar werd doodgeschopt na een voetbalwedstrijdje in Almere, begonnen beleidsmakers geweld bij voetbal als een serieuze zaak te beschouwen. Afgelopen maart maakte de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) een goednieuwsshow van de presentatie van de jaarcijfers. Het aantal excessen (buitensporige fysieke of verbale geweldsincidenten) zou zijn gedaald, net als het jaar daarvoor. Of de cijfers betrouwbaar zijn, valt zwaar te betwijfelen.

Of er meer of minder wedstrijden waren, wordt niet vermeld. Ook zijn de cijfers op een hoop gegooid: of het aantal excessen is afgenomen bij de prestatieve of recreatieve voetballers is onduidelijk.

Inmiddels lezen we weer wekelijks over molestaties in de krant. Zondag 27 oktober, bijvoorbeeld, werd een scheidsrechter aangevallen bij een wedstrijd tussen WV-HEDW 8 en SC Overamstel 2 in Amsterdam en werd een op de grond liggende speler meermaals getrapt. Als de bond en zijn leden op dezelfde voet verder gaan, verandert er niets aan de sfeer op onze voetbalvelden en is de volgende dode een kwestie van tijd.

Wat weten we aan de hand van die cijfers exact over de sfeer op de velden? Niks eigenlijk. De KNVB kan onmogelijk weten of het aantal excessen daalt. Van de gemiddeld 33.000 wedstrijden per weekend wordt vooral in de lagere klassen het merendeel door geblesseerde spelers, vaders of andere vrijwilligers gefloten. In dertig jaar tijd is het aantal officiële scheidsrechters immers gedaald van vijftienduizend naar zesduizend.

Niet-officiële scheidsrechters geven lang niet altijd de incidenten door aan de bond. Ik was er enkele weken geleden nog getuige van. De keeper van de tegenstander kreeg een rode kaart voor een overtreding. De scheids liep na afloop van het veld en zei tegen een collega die stond te kijken dat hij niet van plan was de rode kaart op het wedstrijdformulier te zetten: „De bond is al rijk zat”, vond hij. Clubs moeten de bond een boete van een paar tientjes betalen wanneer leden een kaart hebben gekregen. Clubscheidsrechters willen ‘hun cluppie’ niet op kosten jagen.

En zo gaat het tientallen keren per weekend. Met al die onder het tapijt geschoven incidenten kán de bond niet eens weten wat er precies gebeurt op de velden. Het probleem lijkt daardoor minder erg dan werkelijk het geval is.

De agressie wordt in de hand gewerkt door heetgebakerde ouders die hun kinderen opjutten of zelf aan het geweld meedoen. Voeg daarbij coaches die hun verantwoordelijkheid niet nemen en een geschorste sterspeler toch opstellen, omdat die nu eenmaal wedstrijden kan beslissen en het plaatje is compleet: zo houden de actoren de cultuur van verbale en fysieke agressie zonder straf zelf in stand. Zolang aan die instelling niets verandert, gaat het ook niet beter worden met de sfeer op de velden.

Het is tegen die achtergrond dat de in Nootdorp gepresenteerde maatregelen ‘Tegen geweld, voor sportiviteit’ geen zoden aan de dijk zetten. Van de tien ingestelde maatregelen hebben alleen de tijdstraf bij een gele kaart en het verplichte spelregelbewijs voor jeugdspelers direct invloed op gedrag binnen de lijnen. Het verplicht fluiten van andere teams, zoals bij veel andere sporten gebruikelijk is, zou ook binnen de voetbalsport begrip en acceptatie van de scheidsrechter of tegenstander bevorderen. Maar de KNVB kiest naar eigen zeggen voor een ‘salamitactiek’ waarbij stap voor stap maatregelen worden ingevoerd en al te ingrijpende veranderingen worden genegeerd.

Over die instelling hebben diverse insiders zich zeer verbaasd. Leden van een commissie die de KNVB de afgelopen jaren adviseerde over voetbalagressie stuitten op de conservatieve houding van de voetbalbond of zagen hun suggesties verdwijnen in een bureaula. Zij stellen zelfs dat er voor geweld bij de voetbalbond amper prioriteit was. Sommige ideeën werden pas jaren later (lees: na de dood van grensrechter Nieuwenhuizen) geïntroduceerd, zoals de tijdstraf en het spelregelbewijs. „Als er adequaat op onze suggesties was gereageerd, waren we veel verder geweest”, zegt een van hen.

Wel moet gezegd worden dat de bond niet alles kan veranderen op het veld, zoals in het geval van de spelregels. Er gaan veel stemmen op om die aan te passen. Interpretabele regels als buitenspel en de voordeelregel leveren nogal wat discussie op in het veld. Discussie die soms leidt tot geweld. Maar wat betreft het veranderen van spelregels is de KNVB met handen en voeten gebonden aan conservatieve, grijze heren van de FIFA in Groot-Brittannië.

Ondertussen lezen we weer wekelijks over molestaties in de krant. Het geweld gaat onverdroten voort. Sceptici vrezen dat de volgende dode een kwestie van tijd is. Ik ben bang dat dit geen gekke voorspelling is. Als iedereen doorgaat op de oude voet verandert er niets aan de sfeer op de velden. Het wordt tijd dat de bond zijn spierballen toont. Maar zonder de hulp van de mensen die zelf binnen of langs de lijnen staan, is ook de KNVB kansloos.