Gevoeligheid vooraf helpt bij leren van muziek

Talent bestaat – niet alles is oefening. De reeds bestaande gevoeligheid van zenuwcellen blijkt een belangrijke rol te spelen in de snelheid waarmee muzikale vaardigheden worden aangeleerd, zo schrijft de muziekneuroloog Robert Zatorre afgelopen vrijdag in Science. Lange tijd werd juist benadrukt dat oefening belangrijker was dan aangeboren talent. Zo is ooit berekend dat wie het hoogste examen van de Engelse muziekschool haalde, achteraf gemeten, minstens 3.300 uur geoefend had. Door oefening worden breinstructuren aangepast, volhardendheid zou dus belangrijker zijn dan muzikaal talent.

Over zo’n lange periode zijn nog geen experimenten gedaan, maar Zatorre beschrijft in Science wel een experiment waarbij proefpersonen in een paar weken leerden om extreem kleine toonafstanden te onderscheiden. De snelheid waarmee deze taak werd aangeleerd bleek nauw samen te hangen met de vooraf gemeten verschillen in verwerking in de auditieve cortex van verschillen in toonhoogte.

De neurale infrastructuur leek dus al klaar te liggen, terwijl de te leren taak volkomen nieuw was. Of die neurale structuurverschillen aangeboren zijn of teruggaan op de vroege jeugd is overigens niet duidelijk. Nader onderzoek naar deze ‘neurale predisposities’ is nodig, aldus Zatorre.