Sjinkie is in staat een onverwachte tegenslag per direct te vergeten

Friese shorttracker heeft na blessure maar een paar uur ijs nodig om het gevoel terug te krijgen

Sjinkie Knegt: „Ik weet dat ik makkelijk schaats. Ik heb maar één rondje nodig en het gevoel is terug.” Foto ANP

Zelfs de doorgaans broodnuchtere bondscoach was even wit weggetrokken toen bij Sjinkie Knegt twee maanden geleden een scheurtje werd ontdekt in een buitenmeniscus. Zijn koele afmaker, zijn strateeg op het ijs, de acrobaat van de nationale shorttrackploeg onder het mes – midden in de voorbereiding op ‘Sotsji’. Totdat Jeroen Otter de reactie van de patiënt zelf zag. Schouderophalend. Kan gebeuren. Komt goed. Sjinkie blijft Sjinkie.

Het kwam goed. Aan de vooravond van de olympische kwalificatieraces in Turijn en Kolomna schaatst hij weer. Lacht en dolt als vanouds met zijn maten op het bevroren middenterrein van Thialf. Alleen het traditionele potje ijshockey, als behendigheidstraining en ontspannen afsluiting van een week zware arbeid, mijdt hij. „Ik ken mezelf: ik vind ijshockey hartstikke leuk, dus ik ga er blind in. De boarding is de rem”, grijnst hij.

Het was gebeurd tijdens een krachttraining die hij al talloze keren had afgewerkt: squatten, door de knieën buigen en strekken met een halter van – die middag – 97,5 kilo op de schouders. Aanvankelijk voelde het als een geïrriteerd spiertje, en ging hij nog anderhalf uur fietsen rond Heerenveen met teamgenoot Jorien ter Mors.

Maar de pijn hield aan, en een kleine week later lag hij op de operatietafel van Herman Mencke, ook de orthopeed van voetbalclub Heerenveen. Het moeilijkst vond de jonge Fries nog dat hij door de operatie moest afhaken voor een trainingskamp met de nationale ploeg in Dresden. „Mijn spullen lagen al in de bus. Ik zag mijn vrienden vertrekken, en ik bleef thuis.”

Maar in paniek raakte hij niet. „Ik ging er vanuit dat het goed kwam. De arts zei: ik heb voetballers gehad die na zo’n blessure binnen twee weken weer in de basis stonden. Ik weet dat ik makkelijk schaats. Ik heb maar één rondje nodig en het gevoel is terug.”

Typisch Sjinkie, zegt Otter. „Ik heb wel eens gezegd: Sjinkie heeft Alzheimer zodra hij aan het schaatsen is. Er overkomt hem iets – en hij is het per direct weer vergeten. Heel veel sporters denken dan: wat heb ik nou gedaan, nu heb ik mijn finale vergooid. Sjinkie denkt alleen: mooi, nog vier ronden te gaan – nieuwe uitdaging. Die kwaliteit hebben niet veel rijders. Sjinkie heeft dat met zijn blessure ook gedaan. Dat maakt hem zo uniek.”

Het is een eigenschap die Knegt bij uitstek geschikt maakt voor de grote toernooien, vindt Otter. „Op de Spelen zijn de verschillen niet groot. Iedereen traint hard, Sven Kramer traint niet harder dan Jorrit Bergsma. Wie uiteindelijk wint wordt bepaald door wat zich in het hoofd afspeelt. Door zijn nuchterheid gaat Sjinkie wedstrijden veel kalmer in dan een ‘normaal’ persoon.”

Dat had hij als kind al. Hij zat net een jaar ‘op shorttrack’, ontdekt door de huidige Russische bondscoach Kosta Poltavets, toen hij als tienjarig jochie al alles won wat er te winnen viel. En hij was elf toen hij tijdens een wedstrijdje brutaal de grote Rintje Ritsma voorbij schaatste – destijds wereldkampioen allround langebaan. Namen zeggen hem niks, ook niet die van de grote Koreaanse shorttrackers. „Het zijn allemaal mensen, toch?”

Mede om die eigenschappen kent Otter als geen ander het belang van Knegt voor de nationale ploeg op de aflossing, het koningsnummer van het shorttrack. De afgelopen jaren schoven Knegt, Freek van der Wart, Niels Kerstholt en Daan Breeuwsma steeds dichter op naar de wereldtop. In Sotsji hebben ze serieuze medaillekansen. Maar zonder een fitte Knegt, de man van de laatste twee rondjes, is zelfs kwalificatie voor de Spelen al moeilijk. „Hij is méér dan een kwart van de ploeg”, weet Otter.

De laatste maanden zat hij vooral op de fiets, tot hij er gek van werd. „Ik ben nog nooit zo blij geweest als op de dag dat ik weer op schaatsen stond.”

Op iets minder dan honderd dagen voor de Spelen is zijn conditie op peil, alleen zijn startsnelheid moet nog omhoog. Daarom zal hij deze week in Turijn nog geen 500 meter rijden. Desondanks hoopt de Nederlandse ploeg in Turijn en Kolomna op alle drie de afstanden (500, 1.000 en 1.500 meter) drie startbewijzen in Sotsji af te dwingen. Wie dat doen is niet van belang: Otter kan de namen van de rijders voor de Spelen invullen.

Normaal gesproken is het geen probleem tijdens de kwalificatieraces op alle afstanden drie Nederlanders bij de beste 32 shorttrackers te krijgen. „Heel ingewikkeld is het niet, maar omdat het voor de Spelen is doen ineens ook landen mee uit bijvoorbeeld Afrika. Daardoor zijn er meer voorrondes. Eén domme fout en je ligt eruit. Dat gebeurde voor Vancouver ook met de beste rijder van de Canadese trials, die het twee keer verprutste op het olympisch kwalificatietoernooi. Je moet scherp blijven.”