Naar een Belg? Wie wint vanmiddag de belangrijkste literatuurprijs van Frankrijk?

Vanmiddag op 12:45 wordt in Parijs de winnaar bekendgemaakt van de Prix Goncourt, de belangrijkste Franse literaire prijs. NRC-recensent Franse literatuur Margot Dijkgraaf ontdekt een trend bij de genomineerden.

De rentrée littéraire is dit jaar anders dan anders. Er is geen rumoer, zelfs niet rondom de Prix Goncourt. Je hoort geen beschuldigingen van plagiaat, er wordt niet met modder gegooid.

Wat er dit najaar niet gebeurt is interessanter dan wat er wel gebeurt. Geen enkele schrijver uit de Afrikaanse francophonie gooit bijvoorbeeld hoge ogen bij de selectierondes voor de Goncourt. Een paar jaar geleden waren het nog de auteurs uit Franstalig Afrika die, volgens critici, de literatuur in l’hexagone van haar aderverkalking konden afhelpen. Inmiddels heeft die zichzelf blijkbaar gedotterd: zelfs La saison de l’ombre, de geëngageerde roman van Léonora Miano (1973, Kameroen) over ontvoeringen en slavenhandel in de Sahara, werd door de Goncourt-jury niet genomineerd.

Wie staan er dan wel op de shortlist? Afgelopen dinsdag werd bekend wie van de negen geselecteerden uit de tweede ronde tot de uiteindelijke kanshebbers behoren: drie dikke pillen (567, 493 en 478 bladzijden) en één dunnetje (170 pagina’s); drie klassieke verhalenvertellers en één superieure stilist; twee romans over de Tweede Wereldoorlog, twee over de liefde; één debutant en drie ervaren auteurs.

Op de shortlist zijn twee van de drie belangrijkste trends in de hedendaagse Franse literatuur terug te zien. In de eerste plaats is de oorlog als thema helemaal terug in de Franse letteren. De afgelopen jaren werden de Tweede Wereldoorlogtitels van Laurent Binet, Jonathan Littell en Alexis Jenni absolute bestsellers. Bovendien lijkt het taboe op de literaire verwerking van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog langzamerhand verdwenen.

Geheel in lijn met deze trend vinden we op de shortlist voor de Prix Goncourt 2013 twee, overigens radicaal verschillende boeken over de Tweede Wereldoorlog. Au revoir là-haut van Pierre Lemaitre (1951), die tot nu toe vooral thrillers schreef, is een stevig oorlogs- en avonturenboek met een happy end. Aan de hand van het lot van twee soldaten laat Lemaitre zien dat Frankrijk vlak na de oorlog geen idee had hoe het met zijn ex-soldaten moest omgaan. Het is een verhaal over fraude en bedrog en over overleven in een maatschappij die niet terug wil kijken naar doorstane misère. Bij Lemaitre zijn de goeden goed en blijven de slechten slecht, hij bespaart de lezer al te veel grijstinten en moeilijke morele dilemma’s. Het is de doortrapte, carrièrebeluste verrader die ook nog het mooie meisje weet te trouwen, versus de domme loser uit de goot maar met het gouden hart. Een boek, kortom, dat lekker leest, goed gemaakt amusement.

Het andere boek waarvan de plot in de Tweede Wereldoorlog is gesitueerd is Arden, van debutant Frédéric Verger (1959). Net als Jenni zondagsschrijver en docent in een banlieue, stuurde hij zijn manuscript naar Gallimard.

Arden is de naam van een luxueus hotel op een landgoed in het denkbeeldige Centraal-Europese staatje Marsovia. De hoteleigenaar en zijn vriend, een Joodse kleermaker, componeren er de ene na de andere operette, maar laten ze onvoltooid.

Het boek, zonder hoofdstukindeling en zonder lucht in de vormgeving, is een aaneenschakeling van bizarre personages en operette-achtige verhalen, tegen de achtergrond van een door de nazi’s bedreigd sprookjeskasteel. Een groteske uitvergroting van Alain-Fourniers Grand Meaulnes, zou je kunnen zeggen, een barokke suikertaart met zoveel zoetige tierlantijnen, dat het glazuur van je geestelijke tanden springt.

De tweede trend in de Franstalige literatuur van nu is de ‘amerikanisering’ ervan. Alle misprijzende uitingen over de huidige Amerikaanse literatuur uit de kringen rondom de Nobelprijs ten spijt, is die in Frankrijk enorm populair. Geen literair tijdschrift dat de afgelopen tijd geen speciale bijlage heeft gemaakt over Amerikaanse topauteurs, geen uitgeverij die geen goedlopende Amerikaan in zijn fonds heeft. Dat de Zwitser Joël Dicker, voor zijn roman La verité sur l’affaire Harry Québert (die binnenkort ook in het Nederlands verschijnt) goed naar Philip Roth heeft gekeken, legde hem dan ook geen windeieren.

Een flink aantal auteurs van deze rentrée stuurt zijn hoofdpersoon dan ook naar de VS. Zo ook Karine Tuil (1972) in haar genomineerde roman L’invention de nos vies. Haar negende, op de huid van de tijd geschreven roman, speelt zich voor een groot deel af in New York. Wat doe je als je bij sollicitaties steeds maar als l’arabe wordt neergezet en afgewezen? Je maakt van Samir Sam, er wordt voortaan gedacht dat je Joods bent en de deuren van grote Amerikaanse advocatenkantoren gaan voor je open. Maar de rest van je leven is wel op een leugen gebaseerd. Hoe uitsluiting werkt – dat laat Tuil zien in haar uitstekend geschreven, actuele roman.

De derde trend in de Franse rentrée, ten slotte, valt niet specifiek uit de shortlist af te leiden, maar is verder alom aanwezig. Uitgaan van een fait divers, een wetenschappelijke ontdekking en die met journalistieke, sociologische of biografische elementen verwerken in een roman – dat doen veel auteurs. Dit jaar is Laurent Seksik met zijn boek over Edouard Einstein (de zoon van), die de shortlist net niet haalde, daar een voorbeeld van.

De vierde genomineerde auteur onttrekt zich aan recente trends en behoort bij de stal van uitgeverij Minuit. Zo je tegenwoordig nog ergens van een verwante groep auteurs kunt spreken, dan bij dit uitgevershuis waar ook Jean Echenoz, Patrick Deville en Laurent Mauvignier hun werk uitgeven. Het zijn stilisten en minimalisten.

Toussaint (Brussel, 1957) bouwt al jaren aan een eigenzinnig oeuvre in een uit duizenden te herkennen stijl. De auteur maakt al zo lang deel uit van de Franse literatuur dat alleen de Belgen nog weten dat hij uit Brussel komt. Nue is zijn vierde boek over de enigmatische modeontwerpster Marie Madeleine Marguerite de Montalte, van wie de verteller hartstochtelijk houdt en die hij volgt van Tokio naar Parijs en Elba en weer terug. Toussaint is ook filmmaker, scenarioschrijver en fotograaf en dat zie je in zijn literaire werk. Zijn roman opent hilarisch, met de presentatie van Marie’s nieuwe spectaculaire modecreaties. Apotheose is een jurk van honing, inclusief bijen, die de mannequin in de zoete slipstream volgen. Heel Toussaints vocabulaire, al zijn beelden zijn gericht op het oproepen van deze krankzinnige scène die tegelijkertijd van een pure schoonheid is.

Net als in Toussaints eerdere werk is alles in deze roman betekenisvol donker en nat. Er zijn zoute tranen, er is bluswater, zeewater, en vooral veel hemelwater. De liefde van de verteller voor Marie komt voort uit haar ‘disposition oceanique’, de manier waarop ze zich vrij, ‘alsof ze naakt is’, in de oceanische wereld beweegt, altijd gevolgd door wezens wier ‘ogen haar verrukt volgen’, die als ‘opgewonden visjes achter haar aan zwemmen’. In die zin is Toussaint trouw gebleven aan het motief uit zijn allereerste roman (1985), waarin de verteller zich voorgoed in zijn bad installeert. Toussaints werk is echter allerminst waterig of druilerig, het is geestig en vaak op het burleske af, de auteur is een kunstenaar van het woord én van het beeld. De plot van zijn romans is vaak in één zin samen te vatten, maar waar het écht om gaat – hoe de ander te bereiken, het eeuwige misverstand tussen man en vrouw – wordt slechts omcirkeld en niet in woorden gevat – het kenmerk van echt grote literatuur.

Met zijn superieure minimalistische stijl, waarin geen zin overbodig is en alle psychologie suggestie, staat Toussaint radicaal tegenover Lemaitre, Tuil en vooral Verger. Volgens een enquête eerder deze week geven boekhandelaren en critici Lemaitre de grootste kans – wellicht niet verwonderlijk nu Frankrijk zich opmaakt voor een grootse herdenking van La Grande Guerre, de Eerste Wereldoorlog. De jury moet kiezen tussen een vlot geschreven roman die goed zou vallen bij het grote publiek en een gelaagde roman van een groot stilist. Als de jury kiest voor de literatuur alleen, wordt Jean-Philippe Toussaint dinsdag de winnaar van de Goncourt 2013.