‘Mysterieën’ is een complex en indrukwekkend stuk

Het Koninklijk Concertgebouworkest vierde gistermiddag het 125-jarig bestaan. Premier Rutte kwam feliciteren en het orkest speelde de wereldpremière van het zesdelige Mysteriën van Louis Andriessen en het zevendelige Ein Heldenleben (1897-’98) van Richard Strauss, opgedragen aan Willem Mengelberg en zijn orkest. Het concert, op radio en tv en uitgezonden, omspande zo de roemrijke jaren van het orkest met twee stukken die gelijkaardig eindigen in een louterende epiloog. Bij Strauss met het stralende ‘Des Helden Weltflucht und Vollendung’, bij Andriessen met ‘De overweging van de dood’ – macaber maar uiteindelijk verheven oplichtend.

Andriessens eerste werk voor orkest in 45 jaar is een indrukwekkend, hoogstpersoonlijk en complex stuk met tal van lagen en betekenissen, een staalkaart van wat de 74-jarige componist vermag. Het is soms bijna tijdloos, maar het is ook soms erg 2013, het jaar van een eeuw Le sacre du printemps.

Het is spectaculaire, intrigerende, spannende en weerbarstige muziek volgens Andriessens vermaarde credo „De ‘foute’ noten zijn de goede noten”. Zo begint het uiterst geconcentreerd en met succes gespeelde Mysteriën met een chaotisch somber klanklandschap, uitdunnend tot sereen klinkende klokjes. Elders bloeien fluiten op, wringen vervaarlijke glissandi, schuren dissonanten en verbazen kwarttonen. Maar men hoort ook pure welluidendheid. Er valt na een eerste beluistering van Mysteriën nog veel aan te ontdekken en het orkest moet het stuk snel en vaak herhalen, in de moderne AAA-serie, maar vooral in reguliere concerten, als ware het ‘gewone’ muziek.

Kasper Jansen