HPV-test voorkomt fors meer kanker dan het uitstrijkje

Een DNA-test die het risico op baarmoederhalskanker inschat werkt veel beter dan het traditionele uitstrijkje.

Jaarlijks 75 vrouwen minder met baarmoederhalskanker en uiteindelijk 18 geredde levens. Dat is de winst als de klassieke beoordeling van het uitstrijkje voor de opsporing van baarmoederhalskanker in Nederland wordt vervangen door een genetische test die HPV-infectie aantoont, zegt hoogleraar pathologie Chris Meijer van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Hij baseert zich op een grote Europese meta-analyse waarin is vastgesteld dat de HPV-test 60 tot 70 procent meer vrouwen behoedt voor kanker dan bij de oude methode. Het onderzoek is gisteren gepubliceerd in het Britse medisch wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 jaar om de vijf jaar een uitnodiging om een uitstrijkje te laten maken. Daarbij worden cellen van de baarmoederhalsmond afgenomen. In eerste instantie zoekt een analist dan onder microscoop naar ‘onrustige cellen’ die wijzen op baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan. De moleculaire HPV-test is volgens Meijer „objectiever”. De HPV-test toont aan of een vrouw besmet is met het humane papilloma virus. Zo’n infectie kan op den duur baarmoederhalskanker veroorzaken.

De VUmc-onderzoekers lieten eerder in een Nederlandse studie zien dat de HPV-test superieur is in het opsporen van voorloperstadia van kanker, maar de getallen waren te klein om aan te tonen of deze screening ook echt kanker voorkomt. Na bundeling met drie andere studies uit Engeland, Italië en Zweden was er voldoende statistische kracht om de bescherming tegen kanker te bewijzen.

De HPV-test maakt het bevolkingsonderzoek niet alleen effectiever, maar ook goedkoper. Als een vrouw op haar veertigste HPV-negatief is, kan het testinterval veilig naar tien jaar, schrijven de onderzoekers.

Minister Schippers wil de HPV-test vanaf 2016 landelijk invoeren.