Hoe de ICT’er hip werd... ...en een bedrijf een start-up

De ICT’er hoort er, met zijn start-up en bril met dikzwart montuur, niet alleen bij: hij is een trendsetter Hoe is dat zo gekomen? Lees het verhaal van Gnork, die in zijn grot een Kickstartercampagne opzette en de gebakken lucht via De Wereld Is Plat wist te verkopen

Illustratie Hajo

Gnork was een muurbloem. Een lelijke. Hij was bleek van het weinige zonlicht dat hij kreeg, omdat hij de hele dag binnen met een vuursteen het spelletje Cave of Worldcraft op zijn rotswand speelde. Bovendien had hij een viezig matje in z’n nek. Maar het was Gnork die 43.000 jaar geleden in een Noord-Franse grot per ongeluk de start-up uitvond. Dit is zijn verhaal.

Dankzij Gnorks labbekakkerigheid kende hij een korte geschiedenis van slechts vruchteloze bedrijfjes. Zijn handel in tweedehands keien werd niks en ook een poging mammoeten voor een zacht prijsje hun eigen slagtanden terug te laten kopen verliep jammerlijk, en pijnlijk. Uit angst de hypotheek van zijn grot niet meer te kunnen betalen, gooide Gnork het over een andere boeg. Een uiterst revolutionaire, zou later blijken.

Gnork vulde schoongemaakte schapendarmen met frisse berglucht en liet ze met een gesnipperd uitje een nacht boven een matig vuurtje langzaam bakken. Dat moest wel een succes worden. Toen buurman Blarg uit nieuwsgierigheid best bereid bleek een mooie rotswandtekening van een os te ruilen voor zo’n zak lucht, sprongen bij Gnork bitcointekens in de ogen. Weinig moeite voor zo’n vrolijke tekening van een os in z’n grot, vond Gnork.

Een goed begin, maar hij was er nog niet. Gnork ging op zijn vrouw zitten en dacht na. Wil dit kans van slagen hebben, dan moest zijn bedrijf een bepaald gevoel oproepen, mijmerde Gnork. Een levensstijl. Misschien moest het hele woord ‘bedrijf’ maar achterwege blijven. Zijn vrouw, niet bewust van het dilemma waar Gnork mee worstelde, keek op naar haar man en vroeg: „Heb jij van die gisteren geschoten sabeltandtijger ook al de staart op?” Gnork veerde op. „Kan mij het schelen. Ik noem het ‘start-up’.”

Nieuw tijdperk

Wat een start-up precies was, wilde buurman Blarg weten, met de restjes versgebakken berglucht nog in z’n baard. Gnork stond met z’n mond halfvol tanden, maar hij besloot te bluffen. Hij keek Blarg meewarig aan en zei: „Dit is het begin van een nieuw tijdperk, Blarg, dat begrijp je toch niet.” Gnork deed zijn haar in een knotje, trok zijn skinnyjeans aan, schoot in een geblokt overhemd en rolde op zijn longboard noordwaarts. Aan een lege gracht in een modderig moerasgebied bouwde hij een pandje, waar hij zijn start-up vestigde. Onbereikbaar voor klanten die met eigen vervoer langs wilden komen, maar Gnork nam het voor lief.

Opgetogen over zijn vinding, was Gnorks enige probleem nu nog zijn bankrekening. Hij wilde darmen kopen van Bataafse schapenboeren, die geen idee hadden dat ze de innovatie van het tijdperk in handen hadden. Maar z’n zakken waren leeg en hij moest out-of-the-box denken. „Laat ik de crowd eens inzetten”, noteerde Gnork in Evernote, terwijl hij een Kickstartercampagne opzette. Gnork ging op een bank liggen en zette de eerste plaat van Arcade Fire aan. De investeringen kwamen nu vast vanzelf.

Enkele vertegenwoordigers van de mainstream lachten Gnork uit, terwijl ze blijkbaar geen idee hadden van de tijdgeest. Sommige directeuren noemden hun onderneming zelfs simpelweg ‘bedrijf’ en vestigden zich in een goedkoop gebouw op een bedrijventerrein. Gnork whatsappte ze willekeurige zinnen: het gaat niet om succes, het gaat om proberen en leren. Kijken waar men behoefte aan heeft. Innovatie in interactie. Jezelf ontwikkelen. Cureren met schwung. „Investeren?”

Gnork gaat viraal

Aanvankelijk vlotte het niet, maar nadat Gnork er een longread aan wijdde op zijn blog en het idee viraal ging op Twitter en Facebook, had het halve paleolithicum geld gestoken in zijn start-up. Niet vanwege de kwaliteitslucht die Gnork verkocht, maar om de angst om naast het net te vissen. Geen Homo erectus, Homo heidelbergensis of Cro-Magnon wilde uitgemaakt worden voor Neanderthaler.

Al snel kreeg Gnork via een buurman de uitnodiging aan te schuiven bij De Wereld Is Plat. Gnork was bang dat hij het verschil moest uitleggen tussen een gewoon bedrijf en een start-up, maar kwam met een list. Wachtend tot hij aan de beurt was, bedacht hij een app waarmee de berglucht met uitjes heel handig op je smartphone te visualiseren was, Gnork.ly. Niemand vroeg hem hoe het werkte. De presentator riep vlak voor een muzikaal intermezzo van zestien seconden nog „Dit is de beste app aller tijden. Ooit! Ter wereld. Tot morrrrrgen!”

Gnork.ly werd unaniem een belachelijk groot succes. Gnork mocht een speech houden bij TEDx, stuurde prezi’s naar iedereen die iemand was en verdiende uiteindelijk echt geld met zijn app. Na een half jaar had hij 200 stagiaires in dienst die de start-up draaiende hielden, tot een nog grotere start-up zijn onderneming ineens voor een miljoen kocht. Gnork kon gaan rentenieren.

Terug in zijn Noord-Franse grot overpeinsde Gnork zijn revolutie. Geen mens noemde z’n bedrijf nog bedrijf. Bv’s, VOF’s en multinationals waren letterlijk verleden tijd, tot uiteindelijk niemand meer wist hoe we eigenlijk aan de naam start-up gekomen waren.

Gnork zat op zijn vrouw, haalde een boterhamzakje met restjes sabeltandtijger tevoorschijn en at tevreden een mals stukje staart op.