Het patroon van Zlatan

Zlatan Ibrahimovic mag alles. Hij is een ster. Zaterdagmiddag keek de voetballer in een Parijse sporthal naar een wedstrijd van Novak Djokovic. Na afloop mocht de spits de baan betreden om een balletje te slaan.

Zlatan kon niet tennissen. Geeft niet. Daar is hij voetballer voor.

Diezelfde avond verloor Ajax in de Arena met 1-0 van Vitesse. Kan gebeuren. Wat zorgen baarde, was dat ons Europees paradepaardje op dit moment een aspect van het voetbal niet onder de knie heeft: het passeren van de tegenstander.

Iedere voetballer kent het spannende gevoel als je aan de bal bent. Het spel is even aan jou. Je mag zelf beslissen, in een seconde. Ga je schieten? Speel je af? Zet je je schoen op de bal? Overweeg je een hakje?

Of ga je een tegenstander passeren?

Passeren is een groot goed. Johan Cruijff beweert dat je na een geslaagde passeeractie altijd in het voordeel bent; de tegenstander moet hergroeperen en noodgrepen toepassen. Er ontstaat ruimte en die ruimte is paradijselijk.

Onlangs werd na een doelpuntrijke week van Zlatan een doelpunt van de Zweedse spits herhaald uit zijn tijd bij Ajax. Zlatan speelde in de Arena tegen NAC. Rond het strafschopgebied kreeg hij de bal. Er stonden veel verdedigers in de buurt. Het maakte hem niets uit. Hij nam zich maar één ding voor: passeren.

En Zlatan deed het.

Spelers passeren vanuit stilstand, op snelheid, een halve draai erbij, terug, één recht, twee averecht, schijnbeweging, een korte stop, weer door, keeper verkeerd laten duiken. Doelpunt.

Het patroon van zijn bewegingen was onnavolgbaar. Of een klein kind met een viltstift in het wilde weg op een velletje papier mocht krassen.

Dit was misschien wel de grilligste passeeractie die ik ooit zag. Het was tevens een middelvinger naar trainers die je inpeperen dat je de bal beter kunt rondspelen en bij gevaar moet terugspelen, in noodgeval zelfs op je keeper. Zlatan had een broertje dood aan balbezit. Hij gokte en won.

Zlatans doelpunt had alles te maken met plezier en lef. Het was een ode aan ‘spelen met een bal’, aan risicovol voetbal ook, waar een fout altijd op de loer ligt. Het is de kunst daar niet bang voor te zijn.

Op dezelfde grasmat, met hetzelfde shirt aan, speelden de aanvallers van Ajax tegen Vitesse een avond lang zonder te passeren. Lekker een man voorbij, het leek niet in hun hoofd op te komen. Zodra een Vitesse-verdediger in de buurt kwam, verlamden de benen.

De Ajax-aanvallers speelden zoals Zlatan tenniste. Woensdag moet de terreinknecht vlak voor Ajax-Celtic met fluorescerende kalk het patroon van Zlatans passeeractie op het veld zetten.

Dat zal ze leren.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.