Europa kan meer uit de app halen

De app economie is een lichtpuntje in tijden van werkloosheid Maar regels belemmeren de groei van de industrie in Europa

Illustratie Marike Knaapen

Een kleine tien jaar geleden bestonden ze nog niet eens, inmiddels hebben ze in vijf jaar tijd maar liefst 800.000 nieuwe banen gecreëerd in de 28 landen van de EU: apps. Sinds de eerste appstores in 2008 van de grond kwamen, is de app-economie geëxplodeerd, blijkt uit een onderzoek van de Association for Competitive Technology (ACT), een internationale organisatie van appontwikkelaars.

Het rapport schat dat in Europa meer dan 529.000 mensen fulltime werkzaam zijn in de productie van apps, plus nog zo’n 265.000 mensen die indirect door de komst van apps aan een baan zijn gekomen, met name in de gezondheidszorg, het onderwijs en de media. In de Europese app-economie gaat dit jaar naar schatting zo’n 11,2 miljard euro om.

Eurocommissaris Digitale Agenda Neelie Kroes noemt het rapport een wake-upcall. „In tijden van werkloosheid geeft dit me hoop”, zei ze vorige week in een toespraak tijdens de presentatie van het rapport in Brussel. Maar ze benadrukte ook dat er in Europa nog veel meer uit de app-economie te halen moet zijn. Van de totale opbrengst in de app-economie neemt de EU 22 procent voor haar rekening – het aandeel van Noord-Amerika is bijna twee keer zo groot.

Om de app-economie in de EU écht te laten bloeien, moet er echter nog veel gebeuren, blijkt uit het Startup Europe Manifest dat een denktank van vooraanstaande internetondernemers heeft samengesteld. Kroes haalde de ondernemers, onder wie Daniel Ek (Spotify), Kaj Hed (Rovio – van Angry Birds) en de Nederlander Boris Veldhuijzen van Zanten (The Next Web), bij elkaar om te bedenken hoe het internetondernemerschap in Europa nog meer kan worden aangejaagd. De club deed maar liefst 22 aanbevelingen.

Ondernemen in Europa is lastig

Zo zou het volgens de denktank makkelijker moeten worden voor niet-EU ondernemers om hun start-up in Europa te vestigen en voor Europese ondernemers om talent van buiten de EU in dienst te nemen. Een speciaal Pan-Europees Startup Visum zou uitkomst kunnen bieden. Om te voorkomen dat al het Europese talent vertrekt naar Silicon Valley moet het ook afgelopen zijn met alle rompslomp. „Ondernemen in Europa is erg ingewikkeld”, legt Veldhuijzen van Zanten uit. „Stel, je bent gevestigd in Spanje, je neemt een Poolse werknemer aan die een opdracht voor een klant in Italië moet opknappen. Zie maar eens uit te vogelen waar je welke belasting moet betalen.”

Het is voor Europese start-ups ook lastig om kapitaal aan te trekken. Voordelige belastingregelingen zouden investeerders volgens de denktank over de streep kunnen trekken. De Europese internetondernemers zouden ook gebaat zijn bij een overname- en beursgangklimaat zoals dat in de VS heerst, denkt Veldhuijzen van Zanten. „Het is veel aantrekkelijker om in een start-up te investeren, wanneer de kans reëel is dat het bedrijf op den duur wordt overgenomen of naar de beurs gaat. In Europa is dat tot nu toe zo ongeveer ondenkbaar.”

Er is een mentaliteitsverandering nodig, meent de denktank. Acteurs en muzikanten zijn de beroemdheden van deze tijd, maar succesvolle internetondernemers maken pas echt het verschil in de samenleving, stelt het manifest. ‘Innovatie en ondernemerschap moet voor iedereen opwindend zijn, niet alleen voor technerds.’ De denktank pleit er daarom onder andere voor om per land de aandacht op de sector te vestigen met een soort ‘internetminister’, een zogenaamde Chief Digital Officer.