Dubbele moord toont gevaar Mali

Franse journalisten na interview met voormalige Touareg-leider ontvoerd en vermoord. Fransen zouden nu hebben besloten langer met een grote troepenmacht te blijven.

De moord zaterdag op twee Franse journalisten in het noorden van Mali toont opnieuw hoe gevaarlijk dit gebied is, ondanks de Franse interventie in januari. Het Nederlandse kabinet besloot vrijdag nog militairen naar deze onrustige regio te sturen.

Frankrijk beloofde gisteren, na het bekend worden van de dood van de journalisten van Radio France Internationale, „verscherpte beveiliging” in het noorden van Mali. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius trad gisteren na een crisisvergadering in het Elysée niet in detail, maar het journaal van de publieke omroep meldde op basis van anonieme bronnen dat de Franse troepenvermindering is uitgesteld tot ten minste eind maart 2014. Tot eind dit jaar blijven 2.000 Franse soldaten aanwezig, terwijl dat aanvankelijk nog maar de helft zou zijn.

De twee Franse journalisten zijn omgebracht in het gebied dat onder controle is van leden van het opstandige Touareg-volk. Minister Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) zei vrijdag dat daar „het dreigingsrisico matig” is. Haar ministerie laat vanmorgen weten dat op basis van één incident niet meteen de risicoanalyse van inlichtingendienst MIVD wordt bijgesteld. „Dat kan wel gebeuren als het een trend wordt”, zegt een woordvoerder.

Het Nederlandse kabinet committeerde zich met bijna 400 militairen aan de VN-missie in Mali. Deze militairen worden verantwoordelijk voor het verzamelen van inlichtingen over de Touaregs, extremistische groeperingen en criminele activiteiten in het noorden. De Nederlandse militairen, analisten en special forces, worden gestationeerd in Gao – een stad veel zuidelijker dan Kidal – maar hun werkterrein is juist in het onherbergzame en gevaarlijke gebied.

De 57 jaar oude Ghislaine Dupont en de 55-jarige geluidsman Claude Verlon van de Franse wereldomroep werden zaterdagmiddag ontvoerd nabij kazernes met vierhonderd Franse en Afrikaanse soldaten. Zonder paniek en haast voerden vermoedelijk vier aanvallers de ontvoering uit, gevolgd door de executie een uur later iets buiten Kidal. Minister Fabius sprak van een „koelbloedige moord”.

De twee, die al vele jaren in Afrika werkten , hadden in Kidal net Ambery ag Rhissa geïnterviewd, een vertegenwoordiger van de Nationale Beweging voor de Bevrijding van de Azawad (MNLA). Het MNLA veroordeelde de aanslag.

Ambery ag Rhissa had juist afscheid genomen van de twee, toen de ontvoering plaatshad. Hij hoorde dat de ontvoerders de taal van de Touaregs spraken. Lokale autoriteiten meldden vanmorgen de arrestatie van vijf voormalige MNLA-rebellen. Zij zouden zijn overgedragen aan het Franse leger.

De Touaregs begonnen begin vorig jaar een opstand in Noord-Mali voor onafhankelijkheid. De rebellie werd gekaapt door moslimextremisten die het noorden onder de voet liepen.

Zij werden dit jaar verdreven door Franse militairen. Het probleem met de Touaregs is echter blijven bestaan. Met toestemming van de Fransen mochten Toaureg-strijders Kidal, hun traditionele domein, bezet houden.