De trots van Brazilië bouwde imperium op beloftes en wind

Flamboyante held van de Braziliaanse economie stevent af op bankroet

Eike Batista op het kantoor van EBX Group in Rio de Janeiro. De man van ooit 34 miljard heeft bescherming gevraagd tegen schuldeisers. Foto hollandse hoogte

Breed lachend, zijn handen in verrukking dichtgeknepen. Zo liet Eike Batista zich graag fotograferen in zijn woning in Rio de Janeiro. Op de achtergrond zijn Mercedes, die hij prominent in de woonkamer parkeerde.

Die Mercedes zal nu in de verkoop moeten. Eike Batista, vorig jaar nog de rijkste man van Brazilië, stevent af op een faillissement. Lange tijd symboliseerde hij de explosief groeiende Braziliaanse economie. Sinds die stagneerde, raakte ook Batista financieel in een vrije val.

Eind vorige week vroeg hij bescherming aan tegen de schuldeisers van zijn oliebedrijf OGX. Hij spiegelde investeerders grote hoeveelheden olie voor. Nadat in juni bleek dat die schromelijk overdreven waren, daalde de marktwaarde van OGX tot een minimum. Met OGX financierde Batista zijn andere bedrijven. Zijn imperium zakt nu ineen.

In maart 2012 schatte zakenblad Forbes het vermogen van Batista (56) nog op 34,5 miljard dollar. Hij was daarmee een van de tien rijksten ter wereld. Vol bravoure riep Batista dat hij binnen vijf jaar de allerrijkste zou zijn.

Gouden jaren

Eike Batista groeide op in de kleine en rijke elite van Brazilië. Hij is de zoon van een voormalige minister van Energie en Mijnen en tevens baas van mijngigant Vale. Hij studeerde in Duitsland, maar brak die af en begon een goudhandel in de Amazone. Op zijn vijfentwintigste bedroeg zijn vermogen 6 miljoen dollar.

Batista bouwde zijn imperium vanuit het buitenland op, via mijnbouwbedrijven in Canada en Chili. In de jaren nul breidde hij verder uit naar Brazilië, dat gouden jaren beleefde met een torenhoge grondstoffenprijs en een snel uitdijende middenklasse. Batista stampte zes beursgenoteerde bedrijven uit de grond. Allemaal met een X in de naam: een symbool voor oneindig vermenigvuldigende groei. Zijn overkoepelende EBX-groep deed in olie, energie en logistiek, in mijnbouw, scheepsbouw en kolen. Naar nu blijkt bouwde hij zijn imperium vooral op de potentie van Brazilië: potentiële olievondsten en grondstoffen plus een vermoedelijk doorgroeiende middenklasse. Batista bleek een meester in het creëren van buzz op het juiste moment. Nog voor er sprake was van een degelijk gestructureerd bedrijf had hij al talloze investeerders binnengehaald.

Megalomaan

Het geld stroomde binnen en Batista ontpopte zich als flamboyante playboy: hij trouwde een carnavalskoningin en reisde vooral per privéjet. Projecten namen megalomane proporties aan: Porto Açu, een haven ten noorden van Rio de Janeiro, had in 2015 het op twee na grootste havencomplex ter wereld moeten zijn (de bouw ligt al maanden stil). Een arbeidersstad in aanbouw noemde hij het Venetië van de tropen.

Iedereen wilde met Batista worden gezien, zelfs de regerende linkse arbeiderspartij PT. Die wilde, met de openlijke steun van president Rousseff, laten zien dat kapitalisme wel degelijk kan in een grotendeels door de staat geleide economie. Roussef noemde Batista „onze standaard, onze verwachting en bovenal, de trots van Brazilië als zakenman in de private sector”. Maar het potentieel dat Batista gepassioneerd verkocht bleek een luchtkasteel. Het ene na het andere bedrijf kwam in de problemen. „Hij bundelde wind en verkocht die”, zei Miriam Latão, econoom en columnist van de krant O Globo. „Die euforie heeft veel mensen misleid.”