Bretonse belastingrevolte vergroot misère van Hollande

Ook de bondgenoten van Franse president bekritiseren zijn weifelende houding

Demonstranten zaterdag in het stadje Quimper (Bretagne) met rode mutsjes, een verwijzing naar een Bretonse belastingrevolte tegen koning Lodewijk XIV. Foto Reuters

Een politiek leven lang was strategisch wachten voor François Hollande vaak de beste aanval. Op zoek gaan naar compromissen, zo min mogelijk vijanden maken en geduld betrachten tot de context zich aanpast aan de omstandigheden: hij werd er president van Frankrijk mee.

Maar wachten kan niet meer. Dat is de teneur van kritiek van links en rechts na een rampzalig begin van de herfst die de weifelende president aldus partijgenoten, geciteerd in Le Monde, in een „infernale spiraal” heeft gestort.

Hoewel zijn regering vorige week twee eerder aangekondigde belastingmaatregelen opschortte, ging dit weekend in Bretagne toch weer een bonte coalitie van kleine ondernemers, boeren en radicale vakbondsleden de straat op om te protesteren tegen de belastingpolitiek en de verslechterde economische situatie. De ongeveer 15.000 tot 30.000 ‘rode mutsjes’, een verwijzing naar een Bretonse belastingrevolte tegen Lodewijk XIV in 1675, vernielden tolpoortjes bij een snelweg en bekogelden de politie met agrarische producten en stenen.

Volgens een gisteren gepresenteerd onderzoek van Le Journal du dimanche wil negen op de tien Fransen dat Hollande zijn beleid aanpast of zijn regering herschikt. Een peiling van bureau BVA wees vorige week al uit dat Hollande met 26 procent steun nu de minst populaire president is sinds de onderzoeken 32 jaar terug begonnen.

De misère verhevigde afgelopen maand met de kniebuiging richting het naar Kosovo uitgezette meisje Leonarda. In een poging iedereen te vriend te houden, verklaarde Hollande dat Frankrijk een „rechtsstaat” is en dat de familie van Leonarda „op terechte gronden” was uitgewezen, maar dat hij voor dit meisje wel een uitzondering wilde maken.

Nota bene de eerste secretaris van Hollandes eigen Parti socialiste ondermijnde zijn autoriteit door direct afstand te nemen van de verklaring en terugkeer van de hele familie te eisen. Rechts oordeelde dat de president „zonder ruggengraat” het asielbeleid van de Franse republiek te grabbel had gegooid. Voor Leonarda zelf hoefde het allemaal niet meer.

Nog geen week later krabbelde de regering opnieuw terug na protesten tegen belastingmaatregelen die de begroting op termijn binnen de Europese normen had moeten krijgen. Eerst blies het kabinet een heffing op spaargeld af. Daarna volgde onder druk van de onrust in Bretagne uitstel van een kilometerheffing voor vrachtwagens.

Minister van Landbouw Stéphane Le Foll, een ‘Hollandist’, zei gisteren op radiozender Europe 1 dat de Franse regering het beleid „niet goed uitlegt”. Hij wil deze week naar Bretagne om het goede voorbeeld te geven. Premier Jean-Marc Ayrault zal op zijn beurt de actievoerders met de rode mutsjes in Parijs ontvangen.

Maar de grijze Ayrault is volgens velen deel van het probleem. Zij bepleiten een premier „die politieker en minder technocratisch” is, schreef Le Monde. De meest genoemde naam is die van Manuel Valls, de enige minister die populair is bij linkse én rechtse kiezers. Ook de ervaren Laurent Fabius (op zijn 38ste in 1984 al eens premier onder Mitterrand, nu op Buitenlandse Zaken) wordt genoemd.

Hollande wacht op economisch herstel om de gemoederen te bedaren.