Boston is nog overal te zien in de straten van New York

De marathon van New York stond gisteren in het teken van de aanslag op ‘Boston’, eerder dit jaar. De concurrerende races zijn nader tot elkaar gekomen.

De marathon van New York, waaraan 47.000 veelal buitenlandse lopers deelnamen, ging door alle vijf de stadsdelen van de metropool. Ze lieten zich niet afschrikken door de strenge veiligheidsmaatregelen. Foto’s Reuters, AFP

Een dag voor de race zijn de deelnemers makkelijk te herkennen: een doorschijnend plastic tasje in de hand, hier en daar een rimpel op het gezicht en geklets in een vreemde taal. „Het lijkt wel een miniversie van de Olympische Spelen, zo veel nationaliteiten zijn er”, zegt de Amerikaanse Pam Rickard (51).

Recreatieve lopers uit de hele wereld hebben een marathonreis geboekt, en daarmee een entreebewijs tot de race. Onder hen zijn achthonderd Nederlanders. Voor Amerikanen is deelname lastiger; die moeten of een goede tijd lopen of een goed doel steunen.

Voor Rickard geen probleem. Ze is ultrarenner, heeft net een race van 100 kilometer door de Alpen achter de rug. Een marathon noemt ze een trainingssessie. Met een blauw trainingsjack nonchalant over haar arm struint Rickard de hardloopbeurs voorafgaand aan de marathon af. Maar de nonchalance is schijn; ze houdt het jasje trots omhoog als iemand ernaar vraagt. ‘Boston Marathon 2013’ staat er met gele letters op. Een half jaar geleden had ze net de finish van die prestigieuze marathon gehaald toen ze achter zich knallen hoorde. Bij de aanslag aan de finish kwamen drie mensen om het leven. „Het is daarom een emotioneel weekend”, zegt Rickard.

De doorschijnende plastic tasjes zijn een veiligheidsmaatregel. De organisatie heeft aan de aanslagen in Boston een tassenobsessie overgehouden. De terroristen plaatsten rugzakken met snelkookpannen tussen de toeschouwers. Daarom zijn tassen in New York taboe, zelfs rugzakjes met een zak water komen niet in de buurt van de finish. Honden lopen tussen het publiek, snuffelend naar explosieven. Politieagenten loeren naar supporters. In de stad hangen camera’s en boven de finishlijn cirkelt een politiehelikopter zo laag dat de duiven van Central Park de lucht in schieten.

„We moesten zelfs bij een pastafeestje de avond vooraf onze tassen laten controleren”, zegt Frank Kloosterman (48). Hij maakt deel uit van een groepje lopers uit Breda – samen lid van een atletiekvereniging, samen dromend van dé marathon. En samen sponsoren ze het Ronald McDonald huis in Tilburg. Meer Nederlanders lopen voor zieke kinderen: Orange Babies is vertegenwoordigd, en voor de Cliniclowns rent een team van bekende Nederlanders. Heleen Mees steunt ouderen in Zuid-Amerika.

Het hotel van de Bredanaren zit vol Nederlanders. Ze strompelen ’s middags na de marathon binnen, een feloranje cape omgeslagen tegen de gemeen koude wind buiten. Kloosterman heeft niet zijn beste tijd gelopen, bewust. „Toen ik na een stuk rennen doorhad dat het niet zo hard ging, heb ik hem op mijn gemak uitgelopen. Ik dacht: ik ga gewoon genieten. Het is zo’n happening onderweg, dat maak je in Europa niet mee. Ik ben gewoon foto’s gaan maken.” Hij deed al aan veel marathons mee, ook internationaal, maar kreeg steeds weer de vraag: heb je ook in New York gelopen? „Door de hoogteverschillen in de stad ren ik hier niet mijn beste tijd, maar het gaat om de naam, om de stad, om de beleving.”

‘New York’ heeft een cultstatus. De organisatie benut dat slim door buitenlanders zonder problemen toe te laten tot de race. Twee miljoen supporters juichen de 47.000 lopers door de vijf stadsdelen heen, samen met bandjes, dj’s en een gospelkoor.

De marathon van New York en die van Boston zijn rivalen. Boston heeft strenge toelatingseisen en staat hoger in aanzien bij Amerikaanse atleten. New York maakt van het internationale karakter zijn unique selling point; topatleten worden aangetrokken met geldbedragen, maar de rest mag er acht uur over doen. Vorig jaar werd ‘New York’ afgelast, omdat de stad zwaar gehavend was door superstorm Sandy. Nu brengt het dramatische hardloopjaar de twee Amerikaanse marathons tot elkaar. De laatste meters voor de finish loopt een gele streep over de weg, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van Boston. Rickard: „Ik vind het afschuwelijk dat er eerst zoiets ergs moest gebeuren. Maar er heerst nu een enorme saamhorigheid. Er is veel goeds uit voortgekomen.”

Het heeft de hardlooptrend alleen maar aangewakkerd, ook onder de hardst groeiende groep lopers in Amerika: de vijftigplussers. Een op de vijf hardlopers in de New Yorkse marathon is boven de vijftig, en heel wat zijn er dik in de veertig. „De babyboomers rennen”, lacht Rickard. „Het is toch een soort revival van de hardloophype in de jaren tachtig, maar ik loop nu veel beter dan toen ik twintiger was. We hóéven dit niet te doen, maar we willen het, omdat we de vrijheid hebben om te rennen. Ik weet zeker dat er nog andere vreselijke dingen gaan gebeuren in Amerika, maar die vrijheid nemen ze ons niet af.”